Caroline en Jacques Barbier hadden er al een stadsleven in Parijs opzitten voor ze naar de Gers, in het zuidwesten van Frankrijk, verhuisden. Ze zochten rust, warmte en een plek om thuis te zijn en kozen er voor een ruim bemeten hoeve. Tien hectare grond bleek al snel te veel van het goede, want veel te arbeidsintensief in onderhoud. Kortom, de boerderij was geen goede idee. Maar ze wilden wel in het mooie, dunbevolkte Gers blijven. Ze raakten verliefd op een oude kalkgroeve aan de rand van het stadje Auch : weg van de wereld, voorbij verharde wegen en ingekapseld door spontaan gegroeide eiken.
...

Caroline en Jacques Barbier hadden er al een stadsleven in Parijs opzitten voor ze naar de Gers, in het zuidwesten van Frankrijk, verhuisden. Ze zochten rust, warmte en een plek om thuis te zijn en kozen er voor een ruim bemeten hoeve. Tien hectare grond bleek al snel te veel van het goede, want veel te arbeidsintensief in onderhoud. Kortom, de boerderij was geen goede idee. Maar ze wilden wel in het mooie, dunbevolkte Gers blijven. Ze raakten verliefd op een oude kalkgroeve aan de rand van het stadje Auch : weg van de wereld, voorbij verharde wegen en ingekapseld door spontaan gegroeide eiken. Ruimte voor een klassieke tuin was er dan wel niet, natuur was er in overvloed. Schaduw en rust gegarandeerd. Hier zou Caroline - psychoanaliste - zich perfect kunnen concentreren op het schrijven van romans en gedichten, en Jacques - vroeger galeriehouder - kon er zich aan eigen werk wagen. De nieuwe woning integreert zich perfect tussen de bomen, het ontwerp is gebaseerd op de Californische architectuur uit de jaren vijftig. Hout voert de hoofdtoon, in allerlei vormen en toepassingen : vloeren, wanden en plafonds. Tot in het kleinste kamertje dringt de sfeer van het bos binnen via de grote ramen. Het decor van boomstammen zorgt voor zoveel privacy dat gordijnen eigenlijk overbodig zijn. Het bos straalt perfecte rust uit. De wintereik (Quercus petraea), de dominante soort, heeft spontaan een bos gevormd. Eikels, hier gebracht door vogels, dieren of misschien zelfs mensen, ontkiemden op allerlei plekken. Sommige bomen troffen een gastvrije bodem, andere zitten geprangd in een spleet tussen de kalkrotsen. Dat zorgt voor een variatie in grootte en vorm. Net de verticaliteit van de bomen zorgt voor een architecturale meerwaarde : een harmonieus samengaan met de vlonders die van de woning vertrekken. Zij leiden naar terrassen wat verderop. Net als de woning raken die loopbruggen slechts minimaal de grond aan : houten balken die op betonvoeten steunen, die zelf op de onwrikbare rotsbodem rusten. Voor de vlonders en terrassen is beuk gebruikt. Dat is een vreemde keuze, want niet echt duurzaam. Het beukenhout werd echter gestoomd, waardoor het ook zonder verder onderhoud een langere levensduur krijgt. Belangrijke reden voor de keuze : beuk heeft een zeer fijne nerf en splintert haast nooit, waardoor het bruikbaar is als blotevoetenpad. Weinig huizen brengen hun bewoners zo dicht bij de natuur als 'Dans les Arbres'. Het groen laat zich anders en beter bekijken, omdat je je er vaak op kruinhoogte bevindt. Aan wie het maar horen wil vertelt Jacques dat hij maar één stuk gereedschap heeft overgehouden van zijn boerderijleven : een snoeischaar. Die gebruikt hij alleen om bramen in te tomen. Gelukkig voor hem overwoekeren die niet alles, er blijft ruimte voor kornoelje, liguster en Gelderse roos. De eerste twee zijn voor de vogels een lekkernij en lokken ze tot dicht tegen de woning en terrassen. De bessen van de Gelderse roos vinden ze maar niets. Knijp er een stuk uit en je begrijpt waarom : ze hebben een absoluut onaangename geur, wellicht is de smaak navenant. Stellen dat er in het bos geen enkele ingreep gebeurde, is te sterk geformuleerd. De toegang tot de woning is geflankeerd door sierheesters. Ze zijn niet formeel van vorm of structuur, ogen zelfs vrij natuurlijk, ook al zijn ze aangeplant. De boerenjasmijn, witte sering en sneeuwbal (Viburnum tinus) zijn gekozen omdat hun witte bloei mooi op elkaar aansluit. Het meest opvallende terras bij 'Dans les Arbres' is dat aan de rand van het perceel, 'ontsnappend' uit het bos. Terwijl verderop landbouwers aan het werk zijn, is het hier heerlijk genieten van de middag- en avondzon. Grand travaux, een tot kom samengesmeed stel schoppen, kunstwerk van Joachim Van den Hurk, herinnert Jacques eraan dat hij geen schop meer in de grond hoeft te steken, terwijl anderen volop aan het werk zijn. Hij kan rustig in de luie zetel blijven liggen. Kunst is ook elders in de tuin aanwezig. Daar is het galerieverleden van Jacques vanzelfsprekend niet vreemd aan. Op het eigenlijke leefterras, aansluitend bij de woonkamer, met de vintage Tulip-tafel van Knoll, staan drie terracottapotten op rij, gevuld met siergras, Miscanthus. Vooral vanuit de woning markeren ze de grens tussen terras en bos. 'Dans les Arbres' laat zich vanzelfsprekend ook van op de grond bekijken. Dat zorgt voor een soort Alice in Wonderland-ervaring : opkijken naar huis, vlonders en terrassen, die verdwijnen in het groen. De liggende steigers en opgroeiende boomstammen vormen een prachtig lijnenspel. Wie tot hier afdaalt, krijgt bovendien een bloemrijke verrassing geserveerd : een doorkijk naar een naastliggende, bontgekleurde ponyweide met orchis, wilde orchidee, margriet, duizendblad en nog meer veldbloemen. Jacques doet de wandeling zo goed als dagelijks. Hij heeft de gewoonte om onderweg losliggende kalkstenen op te rapen, die brengt hij op een open plek in een cirkel samen. Het is zijn evolutieve en meditatieve monument. Inspiratie voor dit werk haalde hij bij de Brit Richard Long, de land art-kunstenaar die tijdens het wandelen kunst maakt en dat werk vastlegt in foto's. Jacques' werk groeit trager, in het niet te evenaren zuiderse tempo. DOOR MARC VERACHTERT & FOTO'S PHILIPPE PERDEREAU