Achter wolkenkrabbers en in vervallen achterbuurten bots je op de oudste huizen van New York. Uiterst charmante eilandjes vol kunstschatten.
...

Achter wolkenkrabbers en in vervallen achterbuurten bots je op de oudste huizen van New York. Uiterst charmante eilandjes vol kunstschatten. Piet Swimberghe Foto's : Jan VerlindeWie na een bezoek aan The Frick Collection en The Cloisters denkt dat hij het oude New York nu wel kent, slaat de bal mis. In de schaduw van de hoogste skyscrapers en in de onherbergzame volksbuurten achter Harlem overleven er eilandjes uit de Amerikaanse Oudheid : een handvol achttiende-eeuwse huizen met schitterende interieurs, die zelfs voor de meeste New Yorkers onbekend zijn. Behalve door enkele Europeanen worden ze alleen door arme schoolkinderen uit de buurt bezocht. Zelfs The Abigail Adams Smith Museum (421 East 61st Street) is een vergeten oord. Dit antieke landhuis ligt tussen First en Second Avenue, op nauwelijks een kwartier stappen van Trump Tower. In volle centrum dus en toch nauwelijks bezocht door toeristen. Nergens in de stad voel je het contrast tussen heden en verleden beter aan dan hier. Het bijna twee eeuwen oude landhuis rust in de schaduw van de immense Queensboro Bridge die naar Roosevelt Island leidt. Vanachter de kleine ramen duikt dit torenhoge ijzeren gevaarte de salons van het huis binnen : dat is puur architectuurspektakel. Ook de ligging is frappant. Deze romantische mansion met zijn rustieke, natuurstenen gevels, ligt tussen banale pakhuizen. Dagelijks komen er koetsen langs, vanuit de stallingen even verderop in de straat naar Central Park : een buitengewoon surrealistisch beeld voor het hart van Manhattan. Over drie jaar is dit huis twee eeuwen oud. Het werd gebouwd door Abigail Adams Smith, de dochter van de tweede president van de States. In 1826 brandde het gedeeltelijk af. De nieuwe eigenaar herbouwde het pand en opende er The Mount Vernon Hotel, een maison de plaisance waar de bourgeoisie zich tijdens het weekend kwam verpozen. Men arriveerde er per boot of per koets. De tocht was immers een onderneming, omdat het centrum van de stad veel zuidelijker lag, op het puntje van het schiereiland. Het gebied ertussen was erg ruw en vrij onherbergzaam. Nu leg je die afstand met de wagen af in een mum van tijd en is er niets meer te zien van de grillige rotsblokken die overal uitstaken. Van dit robuuste landschap zie je nu nog een fragment in het Central Park. De rijkelui kwamen in het Vernon Hotel kaartspelen of hielden een theekransje. Ze wandelden in de buurt en gingen vissen. De regio stond vol landelijke herbergen. Behalve dit huis is er geen enkel bewaard. Het is een wonder dat het pand de bouwwoede van de vorige eeuw heeft overleefd. Na het hotel werd het weer een woning en vervolgens, begin deze eeuw, een antiekwinkel. Ondertussen werd het omringd door torenhoge gastanks, later door flatgebouwen. Een paar jaar nadien stond het in verval. Tot het in 1920, door The Colonial Dames of America werd gekocht en piekfijn gerestaureerd. Deze vereniging, een Amerikaanse versie van de Britse National Trust, bekommert zich om het erfgoed. Ze rekruteert haar leden uitsluitend onder vrouwelijke afstammelingen van immigranten die voor het einde van de Onafhankelijkheidsoorlog in 1781 in de States waren gevestigd. Deze dames beschouwen zich zo'n beetje als de adel van het land. Je voelt dat ook aan de deftige sfeer in huis, waar je uiterst vriendelijk wordt rondgeleid. De ontvangst getuigt zelfs zonder dat het storend wordt van wat Britse stijfheid. Van alle antieke panden op Manhattan verkeert dit huis in de beste staat. De interieurs zijn netjes blank geschilderd en met antieke mahoniehouten meubels aangekleed. Ook de decoratie is Brits van stijl. Het huis van Abigail Adams is maar een voorproefje van het echte, antieke Manhattan, waarvoor je minstens tien mijl uptown moet. Voor een kleine cultuurschok en een diepe sprong in de tijd, ga je naar The Dyckman house (4881 Broadway at 204th Street). De taxichauffeur krabt stellig in zijn haar als hij hoort dat hij je zover moet brengen, want in deze buurt rijden er geen yellow cabs meer. De tocht is een avontuur, vermits je de ruige buurten van Spanish Harlem dwarst. Achter The Cloisters beland je, tegen het Inwood Hill Park, in een wijk waar voornamelijk Ieren en migranten uit de Dominicaanse Republiek bivakkeren. Op deze plek is het op Broadway erg druk en kleurrijk. In deze heksenketel duikt op een hoek van een straat, een kleine, houten boerderij op, gelegen op wat rotsblokken. Je wordt er hartelijk verwelkomd door de heer Moss, conservator, gids en conciërge van dienst. Fier op zijn van oorsprong Duitse naam, vertelt hij dat ook de Dyckmans uit Westfalen kwamen. Ze zijn hier rond 1780 aangewaaid en bouwden een cottage die er van buiten Amerikaanser uitziet dan van binnen. Het meubilair hoort eerder thuis in het land van Rijn en Maas. Moss noemt zijn grote linnenkast bovendien een ?kas". Ook de zachte kleuren van de muren en de meubels, zo landelijk en schilderachtig, zijn het palet van het land van de grote rivieren waar ook de Shakerstijl wortels heeft. De Dyckmans woonden hier tot rond 1870. Nadien zijn ze verhuisd, omdat het erg druk werd voor de deur. Stel je voor. Een paar jaar eerder konden ze in alle rust genieten van een wijds panorama dat tot aan de Harlem River reikte. In een mum van tijd werd hun huisje omringd door fabriekjes, spoorwegen en flatgebouwen. Broadway werd een verkeersslagader. Dat ging ontzettend snel, vertelt Moss. Eerst was het een gewone, aarden landweg bestemd voor paard, kar en os. In het huis hangen enkele oude foto's uit die tijd. Al vlug passeerde hier al het verkeer van Albany, Connecticut en Massachusetts voor de deur. In 1915 werd het huisje, ondertussen vervallen, opgekocht door een nazaat van de familie. De Dyckmans waren intussen gefortuneerd door landbouwgrond als bouwgrond te verpatsen. De boerderij werd opgefrist en als museum aan de stad geschonken. Het fragiele houten bouwsel had onnoemelijk veel gevaren getrotseerd, want tweehonderd jaar geleden werd daar fel strijd geleverd tussen Britten en Amerikanen. Daarvan is in de kleine tuin zelfs een spoor bewaard : een versterkte hut, gebruikt door de troepen van George Washington. Het terras vormt samen met de tuin, waar clochards van het groen genieten, een landelijk eilandje, maar tot rust kom je er niet. De gierende banden van de auto's en het sirenegeloei blijven je overal achtervolgen. Voor rust en kunstschatten steek je even de Harlem River over om in de Bronx het Van Cortlandt House (Van Cortlandtpark, Broadway & 246th street) te bezoeken. Schrik niet van de situering, want het huis ligt in een van de betere buurten van dit stadsdeel. Ook om dit museum te vinden, moet je de taxichauffeur een handje helpen en de weg wijzen. Blijkbaar is het nog onbekender dan het Dyckmanhuis. Het statige landhuis ligt in een ruim park. Vroeger waren dit korenvelden waarop slaven zwoegden. Het domein heeft ontegensprekelijk Hollandse wortels : in 1646 kocht jonkheer Adriaen Van der Donck de grond van de Mohica-indianen. Een halve eeuw later kwam het in handen van de bouwheer Frederick Van Cortlandt die een landhuis liet optrekken dat er van buiten Brits uitziet, maar van binnen Hollands van sfeer is. De woning werd al eind vorige eeuw als museum uitgebaat en werd sindsdien nauwelijks gemoderniseerd. Dat is onvoorstelbaar in een stad waar de modernste musea ter wereld zijn. Maar charmant, want het voelt echt aan als een huis uit de achttiende eeuw. Behalve in de hal is er bijvoorbeeld geen elektrische verlichting. De week voor Kerstmis wordt het huis speciaal opgeluisterd met kaarslicht, om de bezoekers weg te voeren in het verleden. Het Van Cortlandt House is helemaal ingericht als woonhuis. Op de tafels liggen speelkaarten of staat er serviesgoed klaar voor de bezoekers. Het interieur is prachtig herschilderd in de ouderwetse kleuren van de Amsterdamse grachtenhuizen. Het huis bulkt van de antiquiteiten, die nog puur Nederlands van stijl zijn. Zoals een beschilderde linnenkast met Delftse vazen op : geplukt uit een tableau van een Hollandse meester. De schouwen zijn bovendien met tegels bezet. In die tijd leunden de Amerikaanse kunst en architectuur nog heel nauw aan bij de traditie van het oude continent. Vooral de Hollandse invloed valt op. Hoewel de Nederlandse heerschappij over Manhattan in 1664 voorbij was, bleef die invloed tastbaar door de afstammelingen van Nederlandse ambachtslui die vasthielden aan de traditie. Eind achttiende eeuw was het gedaan met de Europese overheersing. Het land werd onafhankelijk en ontwikkelde eigen bouwstijlen. The Morris-Jumel Mansion (Roger Morris Park, 65 Jumel Terrace at 160th Street) is bijvoorbeeld een echt Amerikaanse woning. Dit houten landhuis zou niet misstaan op een katoenplantage langs de Mississippi. De witte gevels en de hoge portiek steken af tegen de grauwe baksteenarchitectuur van New York. Vermoedelijk heeft de zwarte buurt, waar het staat, een band met de zuidelijke staten, want ook de straten rond de mansion, vol houten huisjes, zijn karakteristiek voor New Orleans. Het is een pittoreske, maar verpauperde wijk waarin je spijtig genoeg niet ontspannen kunt kuieren. Dit verklaart waarom er, behalve schoolkinderen en huiskatten, weinig museumbezoekers zijn. Door de ietwat vervallen staat is het buitengewoon schilderachtig. Blijkbaar moet je helemaal naar New York toe om een twee eeuwen oud woonhuis in al zijn glorie te kunnen bewonderen. In Europa zijn dit soort huizen doorgaans zodanig opgedirkt, dat ze alle authenticiteit missen. Mocht George Washington, die er ooit een tijdlang woonde, hier nu binnenstappen, dan zou hij zich meteen weer thuisvoelen. Omdat alles onaangeroerd lijkt, van het sierlijke mahoniehouten meubilair, tot en met de blikken wandluchtertjes en het kostbare behangselpapier. Zelfs de versleten karpetten blijven liggen. Dit bewijst dat armoede soms beter is voor de monumentenzorg dan rijkdom. Het verwondert niet dat dit mysterieuze bouwwerk het belangrijkste spookhuis van New York is. Hier waart de geest rond van Eliza Jumel, een van de vroegere bewoonsters. Deze hoogst eigenaardige dame schopte het van hoer tot echtgenote van eenvice-president. Bijgevolg wordt het huis vooral voor Halloween bezocht. Aan de vooravond van Allerheiligen komen de kinderen daar pumpkins tot maskers snijden. Dan komt het huis weer tot leven en zit het vol schoolkinderen uit de buurt die naar spookverhalen luisteren. Manhattan telt nog twee locaties waar je de sfeer van het landelijke New York voelt natrillen. Ze zijn niet zo pittoresk als de vorige panden. De Gracie Mansion (Carl Schurz Park, 89th Street en East End Avenue), de residentie van burgemeester Rudolph W. Giuliani, is te goed gerestaureerd om echt schilderachtig te zijn. Toch is het een mooi geproportioneerd gebouw. Dit brede, houten pand, met rondlopende terrassen, is een mooi voorbeeld van de Federal style, verwant aan het Engelse classicisme. In de Financial District, in het hart van de oude stad, op een paar blokken van Wall Street, stap je op de hoek van Pearl Street en Broad Street in de Fraunces Tavern, een chique kroeg met op het verdiep een klein historisch museum, genoemd naar de eerste kastelein, Samuel Fraunces. Het hard gerestaureerde pand is meer dan 250 jaar oud. Het museum schetst een leuk beeld van de oude Amerikaanse interieurs. Er zijn gedekte tafels te zien in kaal ingerichte vertrekken. Het is geen voorbeeld van de Shakerstijl, maar je voelt toch hoezeer die sobere volkskunst daarmee verwant was. De Fraunces Tavern is een bezoekje waard, omdat het geen toeristisch museum is. Daar drinken de mensen uit de buurt een glaasje. Of ze komen voor de culinaire lezingen die er gegeven worden over de meest uiteenlopende onderwerpen, van de Afro-Amerikaanse keuken tot en met Martha Washingtons kookboek. Het Abigail Adams Smith Museum (alle foto's op de pagina rechts) ligt verscholen tussen hoogbouw, op amper een kwartier stappen van Trump Tower. Het is een mooi voorbeeld van de Amerikaanse Federal style, een variant op onze Empire.Achter Harlem, in een verpauperde buurt, ontdek je een van de oudste juwelen van de stad, het Dyckmanhuis (alle foto's boven). Het is een stijlvol ingericht museum met uiterst sobere interieurs. Rechtsonder de schaaktafel van de eerste eigenaar.Het Van Cortlandthuis (alle foto's boven) heeft een prachtige collectie glas en ceramiek. In het Hollandse interieur ontbreken zelfs de Delftse tegels niet.Het spookhuis van New York : The Morris-Jumel Mansion. Een gebouw dat je eerder zou verwachten aan de oevers van de Mississippi. In de buurt zijn er straatjes met houten huizen zoals in New Orleans.