Zo'n tien jaar geleden vroeg mijn broer Jan me om zijn nieuwe tuin te ontwerpen. Hij had een hele reeks wensen", zegt landschapsarchitect Guido Spruyt. "Die heb ik vervolgens samengevat in één zin : deze tuin moet de schakel zijn tussen tuincultuur en natuur."
...

Zo'n tien jaar geleden vroeg mijn broer Jan me om zijn nieuwe tuin te ontwerpen. Hij had een hele reeks wensen", zegt landschapsarchitect Guido Spruyt. "Die heb ik vervolgens samengevat in één zin : deze tuin moet de schakel zijn tussen tuincultuur en natuur." Jan en zijn vrouw Ann vonden de aanwezigheid van water van fundamenteel belang. En dat moest merkbaar zijn vanuit het huis en midden in de tuin. Jan wilde ook voldoende ruimte voor de observatie en selectie van vaste planten : een soort proeftuin, bijna een geheime tuin, ver weg van de drukte van zijn kwekerij met zijn duizenden cultivars. Precies daarom liet hij ook grote kassen bouwen. Bovendien moest het geheel beantwoorden aan decoratieve eisen, met een veelheid van bloeiende planten zoals helleborussen en rozen. En naast een moestuin moesten er ook enkele fruitbomen en een grasveld zijn waar de kinderen konden spelen. Guido Spruyt houdt zich bezig met het ontwerpen en aanleggen van hoofdzakelijk privétuinen, en met het kweken van planten. Hij was een van de eersten in België om de wereld van de waterplanten te verkennen. Dat resulteerde in een catalogus van 350 soorten en cultivars. Maar sinds meer dan 25 jaar is zijn naam vooral verbonden met de wereld van de grote houtige soorten. Daarbij zijn natuurlijk de vormsnoeiplanten, zoals imposante exemplaren van taxus, buxus en Carpinus. Maar Guido is bovenal een liefhebber van de vrije vormen van zeldzame bomen of struiken, want die kunnen een tuin echt karakter geven. Guido's signatuur is hier op veel plaatsen terug te vinden, vooral in de manier waarop hij de snoeivormen en heggen gestalte geeft, om ruimtes te compartimenteren en de blik direct op de assen en perspectieven te richten. Bijna onmerkbaar leidt hij je van de ene naar de andere atmosfeer. Hier en daar zorgt een of andere struik voor een poëtisch accent. Een terrastuin werd mooi gepositioneerd in de zon, en een plateauvormig gesnoeide plataan geeft heel deze 'claustra' een Provençaals tintje. Vanuit het huis valt meteen de sterke as op die wordt gevormd door een kanaal. Het zit ingesloten tussen twee opgehoogde oevers, gemarkeerd en omzoomd door Alnus glutinosa Imperialis. "Het kanaal fungeert als spiegel", zegt Guido. "Zowel voor de beplantingen als voor het huis. We hebben het uitgegraven tot op de ondoorlaatbare kleilaag. Als ik een tuin aanleg, heb ik een belangrijk basisprincipe : de aarde moet ter plaatse blijven. Zo kun je, mocht dat ooit nodig zijn, alles in zijn oorspronkelijke staat herstellen." Beide oevers zijn omgevormd tot een promenade met lage struiken en vooral schaduwplanten. In de winter treffen we hier ook mooie bloeiende hamamelissoorten. Dit eerste kanaal wordt gecompleteerd door een tweede, dat er loodrecht op staat. Het is veel minder formeel, meer open, minder diep. "Voor de kikkers", verduidelijkt Jan. Dit kanaal legt de link naar de natuur en het platteland op de achtergrond, en is omlijst door hoge beukenhagen. Zij omsluiten ook de grote rechthoek waarin zich de moestuin en de proeftuin bevinden. Die laatste is sinds vijf à zes jaar omgevormd tot een prairietuin. De benaming komt van twee tenoren van de Amerikaanse landschapsarchitectuur : Wolfgang Oehme en James van Sweden. Zij lieten zich inspireren door de weidse grasvlakten in de Midwest en realiseerden met hun aanplantingen een metafoor voor het natuurlijke landschap. Hierbij wordt veel plaats ingeruimd voor vaste planten en grassen die met elkaar worden vermengd. Aangezien hun keuze is afgestemd op de bodem en het klimaat, volbrengen ze een volledige groeicyclus, tot en met het dragen van vruchten, waardoor ze zich weer kunnen uitzaaien. Oehme en Van Sweden werden op hun beurt beïnvloed door het werk met vaste planten, waaronder grassen, van de grote Duitse kweker Karl Foerster (1874-1970). Zijn kwekerij bestaat trouwens nog altijd. Ze is gevestigd naast zijn huis in Potsdam-Bornim, niet zo ver van Berlijn. Foerster maakte naam in de tuinbouwwereld met zijn selectie van botanische soorten van geslachten zoals Helenium, flox, Heliopsis en Calamagrostis. In Europa worden vooral in Duitsland de regels van de Amerikaanse prairie momenteel het mooist toegepast. Zeker op openbare plaatsen. De kosten voor het onderhoud worden erdoor tot een derde teruggedrongen. Maar een prairietuin is ook zeer decoratief. Het seizoen is immers vrij lang, te beginnen bij de eerste bolgewassen die hun kopjes omhoog steken. Ze krijgen vervolgens het gezelschap van de vaste zomerbloeiers, waarna de weelderigste periode zich aankondigt, die van de grassen en de vaste herfstplanten, voor het merendeel soorten met een sterke ontwikkeling. Tot laat in het seizoen blijven ze hun volume behouden, en zelfs als ze uitdrogen, zijn ze nog mooi, vooral met een laagje nevel of rijm. Een van de voordelen is dat zo'n tuin minder besproeiing vraagt, en geen bemesting of pesticiden, waardoor hij zeer milieuvriendelijk is. Een van de meest geslaagde voorbeelden bevindt zich in Weinheim, in de tuin van Hermannshof (www.sichtungsgarten-hermannshof.de). Directeur Cassian Schmidt is een autoriteit op het gebied van prairietuinen. "Wij houden ons bezig met de plantensociologie", zegt hij, "en op basis daarvan proberen we een 'plantengemeenschap' op te bouwen, waarbij rekening wordt gehouden met de structuur, de textuur, de kleuren, de onderlinge afmetingen van de planten enzovoort." Dezelfde benadering vinden we bij Jan Spruyt, in het hart van zijn tuin. Een rechthoek van dertig bij twintig meter illustreert de mogelijkheden van een bloeiende prairietuin. "Onze catalogus", zegt Jan, "telt bijna 3000 soorten en variëteiten, die we zelf vermeerderen op basis van de moederplanten. Daarbij zijn vaste planten die we aantreffen in de prairietuin, bijvoorbeeld flox, aster, echinacea, Liatris, Monarda, Veronicastrum en Vernonia, aangevuld met grassen zoals Schizachyrium, Calamagrostis, Sporobolus, Panicum en Sorghastrum. Ik heb hier dus alle basismateriaal bij de hand. In de loop der jaren maakt zo'n plantengemeenschap natuurlijk wel een evolutie door. Zo gebruik ik nu minder grassen dan vroeger." Voor de creatie van dit soort tuin zijn er wel enkele technische vereisten. De aanplanting gebeurt in een bed van zeven centimeter lavagrind. Zo wordt de bodem bedekt en 'onkruid' tegengegaan. Dit materiaal is ook ideaal om de warmte vast te houden en waterreserves afkomstig van regen en dauw op te bouwen. Maar Jan Spruyt ging nog een stap verder. "Dankzij mijn kwekerij heb ik een permanent laboratorium dat me in staat stelt nieuwe cultivars te selecteren. Daar gingen natuurlijk wel jaren van observatie aan vooraf. We focussen niet alleen op het esthetische, maar onderzoeken ook of de stengels van de planten, hoe hoog ook, sterk genoeg zijn en niet breken onder de invloed van wind of regen." Het gaat er dus om planten te gebruiken die van nature gezond zijn en resistent tegen ziekten, die weinig onderhoud vragen (één maaibeurt per jaar aan het eind van de winter) en weinig water nodig hebben. Vanuit die eisen stelde Jan een lijst van vaste planten en grassen samen, die hij 'Perennial Macho Plantings' noemt. Deze planten onderscheiden zich door nog andere kwaliteiten. Zo hebben ze een lange levensduur, groeien ze snel en zijn ze uitstekende bodembedekkers. Bovendien scoren ze ook op esthetisch vlak erg hoog : silhouet, bladeren, bloemen, kleuren... Op grond van al deze kenmerken passen ze perfect in de filosofie van de duurzame tuin. De tuin van de toekomst. Info : kwekerij van Jan Spruyt-Van der Jeugd : www.vasteplant.be. Werk en kwekerij van Guido Spruyt : www.guidospruyt.be. TEKST EN FOTO'S JEAN-PIERRE GABRIEL