Ine Renson / Foto's Jan Verlinde
...

Ine Renson / Foto's Jan Verlindeconnectie met de stadHet indrukwekkende hoekpand tussen de Nationalestraat en de Drukkerijstraat werd gebouwd rond 1910 in opdracht van de Antwerpse gasmaatschappij. De flankerende straten lopen als twee benen van een passer uit elkaar, waardoor het gebouw ertussen een driehoekig grondplan kreeg. Op de kop kwam een torengebouw met een koepel die in de Nationalestraat haast een referentiepunt geworden is. In de grote ruimte binnenin werden op verschillende niveaus kantoren gebouwd rond een patio.In de loop der jaren werd grondig gesleuteld aan het gebouw, zodat van de oorspronkelijke openheid nog weinig overbleef. Van Hee: "De grootste ingrepen dateren uit de jaren zestig, toen in het gebouw een beschutte werkplaats werd ondergebracht. Op de benedenverdieping kwamen tussenvloeren, er werd her en der gegoocheld met nieuwe wanden, liften, vluchttrappen en er kwam zelfs een smeerput. Een glazen koepel in het dak, die zorgde voor voldoende lichtinval in het centrale gedeelte, werd weggehaald, waardoor de binnenpatio een donker gat werd." Ondanks die verminkingen ontdekte Van Hee al snel het enorme potentieel van het pand. Het gebouw werd volledig ontdaan van alle overbodige elementen, totdat enkel de pure, originele structuur overbleef. Daarbij had de architecte enkele sleutelbegrippen in het hoofd die het karakter van de ModeNatie moesten bepalen: circulatie, dynamiek, intimiteit en communicatie, zowel met de buitenwereld als binnen het gebouw. In de ModeNatie moesten immers zowel het ModeMuseum (MoMu), de modeafdeling van de Hogeschool Antwerpen, het Flanders Fashion Institute, een brasserie en een bookshop een plaats vinden. "Om die verschillende functies te integreren, ben ik aanknopingspunten gaan zoeken in het gebouw zelf", vertelt Van Hee. "Van daaruit zijn de ideeën gegroeid. Als bij een puzzel vielen de verschillende stukjes in elkaar. Zo werd het snel duidelijk dat patio binnenin de ruggengraat moest worden waarrond de verschillende activiteiten zich zouden afspelen. We noemden dat het atrium. Om het publiek naar dit hart van het gebouw te krijgen, werd een brede doorgang gecreëerd die de twee aanpalende straten met elkaar verbindt. Dat was nodig, want de gevel zelf vertelt niet zoveel."Blikvanger in het atrium is de indrukwekkende trap in warm merbauhout. Uitnodigend breed onderaan maar steeds smaller naar boven toe, zuigt hij de bezoekers als in een trechter omhoog. Doordat Van Hee opnieuw met glas werkte in het dak, krijg je op de trap het gevoel dat je recht naar de hemel loopt. Het invallende zonlicht en de voorbijdrijvende wolken zorgen voor een spel van licht en schaduw in het atrium.In de V-structuur rond het atrium is op de begane grond het forum ondergebracht, waarover de ModeNatie kan beschikken voor publieke evenementen. Op het eerste niveau huisvesten de vleugels een gigantische tentoonstellingsruimte van het MoMu. Telkens is er een prachtige open ruimte van gemaakt, enkel onderbroken door het ritme van een dubbele rij kolommen. De bibliotheek op het tweede niveau is dan weer een besloten ruimte, waar bezoekers in alle stilte kunnen lezen, zonder gestoord te worden door de activiteit in het gebouw.Wanneer we nog een niveau hoger gaan, wordt de trap smaller en steiler. Bezoekers komen hier in principe niet, want vanaf hier is de modetempel enkel voorbehouden aan de studenten van de modeacademie. In beide vleugels worden de ateliers van de studenten ondergebracht. Het liefst had Van Hee ook hier de structuur zo luchtig mogelijk gehouden, met enkele wanden maar zonder deuren. Maar door de strenge voorschriften van de brandweer moest ze toch terugvallen op wat meer beslotenheid.Vanuit dit derde niveau loopt nog een trap naar het dak waarop een penthouse werd gebouwd, met dakterras. De constructie, waarvan de muren bijna uitsluitend van glas zijn, herbergt een gemeenschappelijk naaiatelier. De studenten hebben er een royaal uitzicht over de kathedraal en de nabijgelegen Sint-Andrieswijk. Van Hee: "Die connectie met de stad vind ik belangrijk. Ik wou de studenten laten beseffen waar ze zijn: in Antwerpen, niet in Parijs of Milaan."mode als vorm van herinneringEen modestad met een steeds groter internationaal aanzien maar zonder knooppunt waar de Antwerpse mode de uitstraling krijgt die ze verdient, dat kon niet langer blijven duren. Op 21 september zwaait het MoMu eindelijk haar poorten open. Dan krijgt de stad haar langverwachte modeforum, waar zal gewerkt worden op de boeiende raaklijn tussen wetenschappelijk onderzoek en artistieke creativiteit."Iedereen zat hier echt op te wachten", vertelt Linda Loppa enthousiast. "Er was een locatie nodig waar we mensen konden ontmoeten die naar Antwerpen afzakken omdat ze geïnteresseerd zijn in mode, en waar we meer aanbieden dan enkel een lijstje met winkeladressen. We voelden aan dat er een publiek was dat dichter bij dat fenomeen wilde staan, er wou van genieten en er met andere ogen naar wou kijken dan enkel door een etalage of een via een defilé op tv. Want uiteindelijk heeft het publiek niet dezelfde emoties als de ontwerper. Die werkt in zijn atelier, en daar kan de bezoeker niet bij, net zo min als bij de defilés in Parijs. Dan is een museum een ontsluiting van al deze facetten van de mode. Er was echt honger naar meer informatie." Die informatie is belangrijk, want voor Linda Loppa en haar team is mode meer dan de som van textiel en kleren. Hoe paradoxaal het ook klinkt: mode is ondanks de grillige dictatuur van de seizoenen een belangrijke vorm van herinnering. Mode als geheugen van een stad, een land of een cultuur, als een vergaarbak van ideeën, beelden en culturele identiteiten. "Mode vertelt ons hoe mensen zich gedroegen, hoe de tijdgeest was, ook sociaal-economisch. Ik merk dat we met het MoMu nu echt een klankbord hebben voor mensen die daar research rond doen."Het MoMu als dynamisch studiecentrum dus, waar geïnteresseerden elkaar vinden in debatten, lezingen en allerhande workshops. Maar niet alleen modefreaks, ook het grote publiek wil Loppa regelmatig over de drempel van het MoMu halen. Hiervoor plant ze jaarlijks twee grote thematentoonstellingen en heeft ze een galerij waar gastcuratoren voor kleinere projecten aan de slag kunnen. Ook kinderen mogen zich uitleven in een atelier dat vanaf de straat zichtbaar is, en in de zogenaamde White Box wordt telkens een ander deel van de permanente collectie ontsloten. "Het is belangrijk dat het publiek merkt dat hier verschillende dingen tegelijk gebeuren", vindt Loppa. "Alleen al het idee dat in dit gebouw ook de modeacademie gehuisvest is, doet veel. Alsof we letterlijk en figuurlijk in een piramide zitten waar helemaal boven de creativiteit zit van de ontwerpers die doorsijpelt naar het museum."De medewerkers van het MoMu willen absoluut vermijden in een niche terecht te komen. "Bedoeling is om het fenomeen mode open te trekken en te presenteren in haar meest ruime betekenis, zowel in de tijd als in de geest", stelt Loppa. Hiervoor kiest ze voor een frisse aanpak, waarbij ze indien mogelijk zoekt naar raakvlakken met andere kunstdisciplines. "Het is boeiend om na te gaan hoe bijvoorbeeld in design, architectuur, fotografie en dans naar mode wordt gekeken, waar er overeenkomsten zijn of waar de wegen net weer scheiden. Daarom zullen we samenwerken met gastcuratoren uit die verschillende disciplines."Het startschot wordt gegeven op 21 september met de eerste thematentoonstelling Selectie 1: Backstage / Achter de schermen / Les coulisses. Zoals de naam zegt, gunt die de bezoekers een blik achter de schermen van het MoMu en wordt al een eerste selectie uit de gigantische collectie van het vroegere Textiel- en Kostuummuseum Vrieselhof getoond. De erfenis van het Vrieselhof, met een overzicht van vijf eeuwen textiel zowat de collectieve kleerkast van onze samenleving, vormt de basis voor de werking van het MoMu, die wordt verrijkt met enkele stukken van hedendaagse (Belgische) modeontwerpers. Een goede samenwerking met de Belgische ontwerpers vindt Loppa belangrijk, want het zij hebben Antwerpen als modestad uiteindelijk groot gemaakt. Het contrast tussen een historisch en een hedendaags luik geeft de bezoeker bovendien een completer beeld van het modefenomeen, en laat toe de dingen in de juiste context te zien. De Britse ontwerper Hussein Chalayan krijgt als eerste de galerij ter beschikking. Chalayan, wiens werk vaak sterk politiek geëngageerd is, werkt voor de tentoonstelling met videoprojecties die voortborduren op de ideeën achter zijn wintercollectie Ambimorphous. Met de galerij wil Loppa trouwens kort op de bal kunnen spelen. Heeft iemand een leuk voorstel of duikt er een onderwerp op in de actualiteit dat raakvlakken heeft met mode? Dan staan de deuren open. Niet alleen voor mode in de strikte zin, maar voor alles wat bijdraagt tot het "bruisende laboratorium" dat dit ModeMuseum wil zijn. MoMu, Nationalestraat 28, 2000 Antwerpen, 03 470 27 70. Open van dinsdag tot zondag van 10 tot 18 uur, op donderdag tot 21uur. Toegangsprijs: 5 euro; kortingstarief 3 euro; gratis op vrijdag. In de ModeNatie vinden zowel het ModeMuseum (MoMu), de modeafdeling van de Hogeschool Antwerpen, het Flanders Fashion Institute, een brasserie en een bookshop een plaats.