De een schat het op een jaar (ABC Radio), de ander op twee (National Public Radio) en nog een derde zegt vijf jaar (klantentevredenheidsexpert Nick Wreden). Zo veel tijd verspilt u in uw leven met wachten, aanschuiven, in de rij staan. In de post, bij de belastingen, voor een museum, aan de geldautomaat, in de supermarkt, op het perron, aan de bushalte... Er wordt wat afgewacht.
...

De een schat het op een jaar (ABC Radio), de ander op twee (National Public Radio) en nog een derde zegt vijf jaar (klantentevredenheidsexpert Nick Wreden). Zo veel tijd verspilt u in uw leven met wachten, aanschuiven, in de rij staan. In de post, bij de belastingen, voor een museum, aan de geldautomaat, in de supermarkt, op het perron, aan de bushalte... Er wordt wat afgewacht. Als dat in een noordelijk (of noordelijk beïnvloed) land is, is de kans groot dat het wachten ordelijk en gedisciplineerd gebeurt. Engeland op kop. De Britten zijn geweldige aanschuivers en hebben queuing tot een persoonlijke kunst verheven. In een beperkte ruimte zijn de Britten ongetwijfeld het enige volk dat spontaan een lange kronkelende slang vormt, in plaats van een ellenlange rechte rij, die maakt dat sommige mensen buiten staan. De Britten zijn dan ook vaste gelovers in het FIFO-principe, de heilige regel van elke ordelijke rij : First in, first out. Als er vijf openbare toiletten zijn, vormen de Britten nog steeds één lijn en wachten op het volgende beschikbare toilet. Chinezen en Italianen (en ook sommige Vlamingen heb ik ondervonden) kennen dit principe niet en vatten post voor een toiletdeur. Dan regeert het supermarktkassa-systeem : gekozen is gekozen, en zelfs als de andere rij plots sneller gaat, mag je niet wisselen. FIFO geldt niet meer, en iedereen wordt een stukje zenuwachtiger. De Engelsen zijn helaas veranderd. Volgens recent onderzoek lijden ze aan speed greed, de drang naar instantbeloning, naar onmiddellijke invulling van de behoefte aan fun, service of informatie. Voor een restaurant of club willen ze nog dertien minuten in de rij staan, voor een trein of bus nog elf. Chinezen zijn zo notoir slecht in wachten en aanschuiven dat de regering hen had verplicht om als voorbereiding op de Olympische Spelen in 2008, een jaar lang, elke maand een dag te oefenen. Elke elfde van de maand kon je rustig je noedels afhalen, de twaalfde kreeg je weer twee chopsticks in je oor en werd je ondersteboven gelopen. Vlamingen zijn slechte wachters, geboren voorbijstekers. Half gedisciplineerd. We weten hoe we moeten queuen, maar we doen het alleen als de lijn bewaakt wordt door gepensioneerde gendarmen. Dat is waarom wij nummertjes moeten nemen. Bij de beenhouwer, de bakker en de post. En waar er geen nummertjes zijn, is het ieder voor zich. De zomer is een aaneenschakeling van wachtlijnen : op luchthavens, aan hotelbalies, voor pretparkattracties. En tenzij je een voorbijsteekvergunning of prioriteitspas koopt, heeft wachten iets democratisch : we zijn allemaal gelijk. Als iedereen de regels volgt, geraakt iedereen binnen. Dat is de logica van de lijn. De lijn is de lijm van de maatschappij, een metafoor voor het ordelijke leven. In een studie van 1969 noemt Harvardprofessor Leon Mann het een miniatuur sociaal systeem. Een illustratie van liberté, égalité, fraternité. Ik schuif aan, dus ik ben. LENE.KEMPS@KNACK.BELENE KEMPS"Vlamingen zijn slechte wachters, geboren voorbijstekers. Waar er geen nummertjes zijn, is het ieder voor zich"