De tentoonstelling is een unicum: voor de eerste keer in België is er zoveel vorstelijk zilver samengebracht. De stukken, waarvan er een aantal voor het eerst aan het publiek worden getoond, komen zowel uit de koninklijke collectie als uit andere verzamelingen. De koningen schonken immers heel wat zilverwerk weg. Zo kreeg elk petekind van het vorstenpaar een zilveren bestek. Sportverenigingen ontvingen een trofee en een kerk of klooster een kelk. Ook bij koninklijke huwelijken, geboortes en bezoeken werden geschenken ...

De tentoonstelling is een unicum: voor de eerste keer in België is er zoveel vorstelijk zilver samengebracht. De stukken, waarvan er een aantal voor het eerst aan het publiek worden getoond, komen zowel uit de koninklijke collectie als uit andere verzamelingen. De koningen schonken immers heel wat zilverwerk weg. Zo kreeg elk petekind van het vorstenpaar een zilveren bestek. Sportverenigingen ontvingen een trofee en een kerk of klooster een kelk. Ook bij koninklijke huwelijken, geboortes en bezoeken werden geschenken uitgewisseld. Er ligt op de expositie bijvoorbeeld een kaatsbal die Albert I schonk ter gelegenheid van zijn bezoek aan het Belgisch kampioenschap kaatsen in 1926. Ongetwijfeld een van de meest volkse objecten uit de verzameling. Veel van het gelegenheidszilver heeft betrekking op historische gebeurtenissen. Zo is er het truweel waarmee Leopold I in 1844 in Brussel de eerste steen legde van de Entrepot. Of het troffeltje waarmee zijn opvolger in 1890 de werken aan 'zijn' Jubelpark van start liet gaan. Voor echte zilverliefhebbers zijn dit soort pronkstukjes nochtans niet zo spannend, omdat ze overdreven versierd en oubollig van stijl zijn. De meeste verzamelaars leggen zich dan ook toe op het burgerlijke zilver en hebben minder aandacht voor koninklijke of kerkelijke unica. Anderzijds is het koninklijk zilver wel steeds van superieure kwaliteit. Met die stukken bewezen de ambachtslui namelijk hun kunnen. Op zich een zeer interessant gegeven voor een tentoonstelling. Doorgedreven archiefonderzoek werpt bovendien een nieuw licht op die hofleveranciers. Elke vorst had een voorkeur voor een bepaalde edelsmid. Leopold I dineerde aanvankelijk met Engels zilver en deed pas na zijn aanstelling tot koning van België een beroep op Brusselse edelsmeden. Zijn Franse echtgenote bracht dan weer Parijs zilverwerk mee. Reken daar ook de vele zilveren giften bij die de vorsten van buitenlandse staatshoofden mochten ontvangen en je krijgt een bont overzicht van de Europese edelsmeedkunst van de voorbije twee eeuwen. Toch is de collectie het interessantst voor de Belgische productie. Alle grote zilverhuizen zijn vertegenwoordigd: Altenloh, Feys, Hoosemans, Simonet, Vandenhove en Fallon. Hoewel de geschenken die de vorsten uitdeelden veelal vrij oubollig waren, bleek hun eigen tafelzilver vaak heel wat moderner. Zo mocht het huis Wolfers de art-decostijl aan de koninklijke tafel introduceren. Koninklijk zilver voor volk en vorst: van 1 mei tot 22 juli. Dagelijks te bezichtigen, behalve op maandag, van 10 tot 17.30 u. Provinciaal Museum Sterckshof, Hooftvunderlei 160, 2100 Antwerpen Tel. 03-360 52 50.Piet Swimberghe