K oppig is Christophe Valayé zeker. Wat hij in zijn hoofd heeft, praat je er niet zomaar uit. Alleen voor de grasplanten, waar mijn vrouw Ginette niet zo van houdt, heeft zij hem wat kunnen intomen." Deze woorden van Michel Bras worden door de Franse landschapsarchitect zelf beaamd. Hij ontwerpt tuinen voor zijn klanten alsof ze voor hemzelf waren. "Ik kan alleen maar goed werken als ik vertrouwen geniet. Is dat niet het geval, dan zie ik er liever van af, hoe groot de opdracht ook is."
...

K oppig is Christophe Valayé zeker. Wat hij in zijn hoofd heeft, praat je er niet zomaar uit. Alleen voor de grasplanten, waar mijn vrouw Ginette niet zo van houdt, heeft zij hem wat kunnen intomen." Deze woorden van Michel Bras worden door de Franse landschapsarchitect zelf beaamd. Hij ontwerpt tuinen voor zijn klanten alsof ze voor hemzelf waren. "Ik kan alleen maar goed werken als ik vertrouwen geniet. Is dat niet het geval, dan zie ik er liever van af, hoe groot de opdracht ook is."Liefhebbers van grassen denken bij de naam Christophe Valayé meteen aan de prachtige en vorstelijk geïllustreerde encyclopedie van siergrassen van Rick Darke, waarin hij de hoofdstukken over planten en het klimaat voor de Franse versie heeft aangepast. Hij weet er dan ook alles van. "Planten boeien mij. Al sinds mijn tiende ben ik er mee bezig. Mijn ouders wilden dat ik iets 'serieus' ging studeren. Het werd biologie. Daarna werd ik onderzoeker en lesgever. Maar de plantenwereld bleef mij altijd boeien."Zijn roeping past in de familiale geschiedenis. Bij hun geboorte kregen alle kleinkinderen van opa als welkomstgeschenk een buxus, symbool van doorzettingsvermogen en in de oudheid ook een teken van de levenscyclus. "Grootvader gaf ze ook cadeau op verjaardagen. Alle exemplaren bijeen vormden bijna een klein bos. Omdat niemand er raad mee wist, heb ik gevraagd of ik er mocht voor zorgen." Zo kreeg de jonge Christophe een verzameling buxussen onder zijn hoede die hij liefdevol verzorgde en in vorm snoeide. Jaren later vormde deze collectie een soort startkapitaal waarmee hij zich in 1995 kon vestigen als gespecialiseerd kweker. Hij was toen 29 jaar oud en kreeg bekendheid door zijn mooiste boompjes op de meest prestigieuze plekken neer te zetten, zoals de Parijse luxehotels. "In het begin kon ik ze aan de straatstenen niet kwijt. Toen heb ik ze maar gratis her en der geplaatst en onderhouden. Daarna druppelden de eerste orders binnen. Aanvankelijk waren het nog bescheiden opdrachten, maar stilaan werd ik ook gevraagd om volledige tuinen aan te leggen."Intussen had Christophe ook een passie ontwikkeld voor vaste planten en grasgewassen. Om ze beter te leren kennen, poot hij ze eerst in zijn eigen tuin in Gages, bij Rodez, op 700 meter hoogte, waar extreme weersomstandigheden heersen. Deze proeftuin biedt voor de klanten de garantie dat de plantenspecialist bij hen niets zal planten dat niet is uitgetest. Christophes assortiment getuigt van een nieuwsgierige geest en een brede kennis. Gretig pluist hij de catalogussen uit van gespecialiseerde kwekers in Frankrijk, Engeland, Nederland en Duitsland. Alleen het beste is goed genoeg. En dat was precies wat topkok Michel Bras en zijn vrouw Ginette zochten. De chef uit Aubrac staat bekend als een onverbeterlijke perfectionist die let op de kleinste details. Om te kunnen nadenken trekt hij er elke dag een uurtje tussenuit voor een tocht naar het hart van de hoogvlakte waar vele koeien grazen. De daar voorkomende flora, een van de rijkste in Frankrijk, kent hij intussen door en door. De tuin waarvan Michel en Ginette droomden, was in de eerste plaats bestemd voor de gasten van het hotel dat iets beneden het restaurant tegen de heuvel staat. De kamers baden letterlijk in het groen en bieden in de lente uitzicht op de bloeiende weiden die afdalen naar Laguiole. Maar halverwege juli verbleekt de kleurenpracht en verdrogen de bloemen. Dat geeft volgens de Bras een erg onverzorgde indruk. Begin 2003 ontmoetten ze Christophe Valayé en dan ging alles erg snel. De grondwerken moesten namelijk afgerond zijn voor het hotel in april weer openging. De aanhoudende wind van Aubrac heeft duizenden jaren lang alle goede grond weggevaagd. Dun, onvruchtbaar zand is al wat rest. Daarom werd er maar liefst 60 centimeter grond afgegraven en vervangen. De nieuwe grond is tweemaal behandeld met verteerde mest, eerst van paarden, daarna van schapen. En het resultaat mag er zijn : een zee van bloemen die het hele seizoen bloeit, van begin april tot eind oktober. Na allium en wolfsmelk volgen geraniums, salvia's, klokjesbloemen en ridderspoor, die op hun beurt in augustus worden afgelost door asters, pimpernel, sedum en floxen. "Die tuin met vaste planten wou ik rechthoekig om aansluiting te vinden bij de strakke lijnen van het gebouw", vertelt Christophe Valayé. "Hij moet de gasten visueel plezier geven maar ook de intieme sfeer van de kamers versterken. Op sommige plaatsen wordt hij wel doorbroken om de eenheid te bewaren met het omringende landschap dat toch wel essentieel is hier." Om dat te realiseren spelen de siergrassen een belangrijke rol. De Miscanthus sinensis vormt de ruggengraat van de border. Doordat ze in het midden staan, filteren ze het licht, zodat er aan de tegengestelde kant van de middagzon plaats is voor halfschaduwplanten. Grote grassen, waaronder struisriet, sluiten het seizoen af. Gehuld in hun goudbruine jasje passen ze mooi bij het vlammende kleurenspel van het omringende bos. Op basis van wat hij van Christophe heeft geleerd, heeft Michel Bras voor elke gast een gidsje gemaakt van de planten die hier groeien. En, hoe kon het anders, inmiddels heeft de tuin ook zijn intrede gedaan in de keuken. Hartje zomer heeft de zen-kok een daglelie gevuld met wat gekonfijte gember en een snuifje peper. De gele bloem lag omgekeerd op het bord, omgeven door een krans van dikke aardbeiensiroop. "Een vuurwerk van kleuren", herinnert de chef zich. Info: www.michel-bras.com De siergrassenencyclopedie is oorspronkelijk een Engels werk van Rick Darke. Het verscheen onder de titel 'The Color Encyclopedia of Ornamental Grasses' en is een uitgave van Timber Press. Tekst en foto's Jean-Pierre Gabriel