Wim Denolf / Foto's Michel Vaerewijck
...

Wim Denolf / Foto's Michel VaerewijckEens de zomer voorbij is, verandert Como gewoon in het uitgestorven stadje dat het op een doordeweekse namiddag is. De winkels openen er pas tegen de vooravond en op enkele toeristenbussen aan het meer na, zijn de straten dan verlaten. Alleen de vele borden en A12-achtige constructies langs de heuvelachtige wegen verraden dat de stilte slechts schijn is, want het 15.000 inwoners tellende oord is immers hét zijdecentrum van Europa: Italië produceert ruim 90 procent van alle zijde op het oude continent, 80 procent daarvan - exportwaarde ruim één miljard euro - staat op naam van het stadje ten noordwesten van Milaan, in een uithoek van de provincie Lombardije. De productie van zijde voor foulards, dassen, interieurstoffen en kleding in Como wordt op 3200 ton per jaar geschat.Het waren de Byzantijnen die in de tiende eeuw zijderupsen naar het Como-meer brachten. De heuvels rond het meer boden immers niet alleen vruchtbare grond voor olijfbomen en wijnstokken, maar ook voor moerbeibomen. Hun bladeren vormden het voedsel voor de zijderupsen. Het was echter dankzij Lorenzo il Magnifico, een vorst uit de Florentijnse Medici-dynastie, dat de zijde-industrie echt van start ging. Hij beval in de vijftiende eeuw de massale aanplanting van moerbeibomen, waarop de eerste zijdefabriek volgde in 1510. Midden zeventiende eeuw telde Como al ruim honderd twintig zijdespinnerijen, meestal in handen van invloedrijke families en gilden. Mettertijd nam de artistieke vrijheid toe en toen in 1822 het weefgetouw met ponskaarten van Joseph-MarieJacquard werd ingevoerd, was Como reeds ver buiten de landsgrenzen synoniem met stilistische innovatie en esthetische superioriteit. Geen wonder dat de stad, ondanks mislukte oogsten en competitie van Aziatische zijdeproducenten, ook vandaag nog de beste vaklui en machinerie ter zake bezit. De zijderupsenkweek en zijdespinnerij vielen stil na de Tweede Wereldoorlog, maar Como geldt nog steeds als het Europese centrum inzake het weven, bedrukken, kleuren en afwerken van zijde. Het in '90 geopende Museo Didattico della Seta en de Setificio-textielschool getuigen van de knowhow ter zake. Alles bij elkaar omvat de zijdesector in Como een duizendtal bedrijven en 18.000 arbeiders, haast 40 procent van de goederensector in de regio. Een sterke fragmentatie betekent dat velen gespecialiseerd zijn in één specifieke vaardigheid: van het spoelen en afwikkelen van de ruwe zijde uit China, het scheren, weven, kleuren, bedrukken en kalanderen (machinaal glanzend en glad persen) van zijde tot het ontwerpen van jacquardweefsels, printpatronen en fotogravures. Her en der worden zelfs nog thuiswerkende vrouwen ingezet voor het veelvuldige naaiwerk en de handmatige afwerking van dassen. De grootste en meest volledige zijdeproducent in de streek is Mantero Seta, opgericht door grootvader Riccardo Mantero in 1902 en nog steeds een familiebedrijf. Het beheerst zowel het spinnen en weven van zijdedraden als het kleuren en bedrukken van zijde. Als je het in Como navraagt, blijkt de invloed van de huidige zaakvoerder, Moritz Mantero, zich trouwens tot in de in de hoogste politieke regionen uit te strekken. Ook met de modewereld hebben de Mantero's nauwe banden, want behalve zijde en foulards van het huis, leveren de Mantero's op maat gemaakte stoffen en volledig afgewerkte zijdewaren voor grote namen als Celine, Chanel, Dior, Gucci, Kenzo, Salvatore Ferragamo, Gianfranco Ferré, Paul Smith en Yves Saint Laurent. Met Pucci werd de afgelopen maanden nog een nieuwe dassencollectie voorbereid, geïnspireerd op de kleurrijke designs van het huis. Het orderboek vermeldt trouwens ook Belgische modemakers als Martin Margiela en, in Como nog 'een beloftevolle jongeling' genoemd, Dries Van Noten. De cijfers liegen er dan ook niet om: met een productie van ruim twee miljoen foulards, anderhalf miljoen dassen en vijf miljoen meter kledingstof per jaar is Mantero Seta een gerespecteerde naam in modekringen. Zijn 950 gespecialiseerde wevers, graveurs, kleurenmengers en zeefdrukkers realiseren jaarlijks een omzet van 164 miljoen euro. "In onze sector zijn vertrouwensrelaties belangrijker dan cijfers", benadrukt Moritz Mantero echter. De hoofdzetel van de Mantero's, een achttiende-eeuwse palazzo met handgemaakte friezen, gravures en fresco's uit 1922, geeft de voorkomende bedrijfsleider een ietwat vrome uitstraling. "Elke klant heeft zijn specifieke stijl en wensen; en in een snelveranderende, concurrerende omgeving als de modewereld zijn samenwerking en geheimhouding het hoogste goed. Vaak veranderen designers tot op het laatste moment voor een defilé van mening. Snelheid en discretie staan dan voorop, hoe gek de grillen van een John Galliano, Tom Ford of Donatella Versace ook zijn." De rol van Mantero Seta gaat veel verder dan het weven, kleuren of bedrukken van zijde. In verschillende ontwerpstudio's zijn een handvol designers dag in dag uit bezig met het ontwerpen van honderden exclusieve jacquardweefsels en zeefdrukken - vaak met behulp van gesofisticeerde computerprogramma's die rechtstreeks weefgetouwen aansturen, soms gewoon met potlood, schaar en lijm. De modehuizen in kwestie leveren in vele gevallen niet meer dan een basisidee: een lettertype, kleurengamma of thema waarop het Mantero-team het eigenlijke ontwerp inspireert. Omgekeerd stelt Mantero, op maat van de klant, voortdurend nieuwe stoffen en designs voor. De designteams maken daarbij voortdurend gebruik van de nieuwste technologieën en inzichten en adviezen van textiel- en trendgoeroes als de Nederlandse Lidewij Edelkoort. Met andere woorden: ook al is Mantero Seta, net als zovele anderen, een bedrijf achter de coulissen van de mode-industrie, zijn ontwerpstudio's hebben haast evenveel invloed op trends en collecties als de modehuizen in Parijs en Milaan. Het enorme archief, waar Mantero Seta ruim 130.000 metershoge zeefdrukpanelen bewaart, leest dan ook haast als een resumé van de catwalkshows van de afgelopen decennia. Bloemen, abstracte vormen, lineaire patronen, logo's: op de semi-transparante panelen - tot vijftig verschillende voor de meest geraffineerde zeefdrukken, één voor elke gebruikte kleur - ontbreekt geen enkel thema. Het hart van de drukafdeling van Mantero Seta is de kleurenkeuken, waar met pigment, eenvoudige weegschalen en het blote oog dagelijks tot 1500 kleuren bereid worden voor het zeefdrukken. Zelfs de komst van ultramoderne kleurenmengers die veel grotere hoeveelheden produceren dan manueel ooit mogelijk is, heeft de ambachtelijke kleurenmengers niet verdreven. De controle van de kleurnuances en -stevigheid is zelfs helemaal een menselijke aangelegenheid. Die opdracht is nochtans geen sinecure, zoals bakken vol vergeelde en gekreukte fiches met unieke kleurenformules verraden. Het gehanteerde kleurenspectrum is immers oneindig, te meer daar zijdedraad het grootste aantal kleuren, nuances en iriserende (glans)effecten toelaat. Volgens de vingervlugge laboranten zijn alle kleuren al uitgevonden, maar vraag ze naar het aantal rood- of blauwtinten en ze vallen uit de lucht: " Ci sono tanti", luidt steevast hun ietwat verveelde antwoord. Overigens worden de fijne motieven op de foulards van het huis met de hand en een fijn penseel gecorrigeerd - een werk dat engelengeduld en onvermoeibare ogen vergt. Het kleurenlaboratorium, waar de mengsels gemaakt worden voor het kleuren van volledige lappen zijde, heeft dan weer futuristische allures. Overal staan potten met fruitsapachtige vloeistoffen, spectrometers en andere hoogtechnologische apparatuur om na te gaan hoe de verschillende stoffen reageren op elke kleuring. Die begint met een urenlange wasbeurt op zestig graden, waarbij Marseille-zeep wordt gebruikt om de zijde te ontdoen van proteïnen en oliën die de fixatie van de kleur zouden bemoeilijken. Nadien wordt de stof, in lappen van 38 tot 400 vierkante meter, gekleurd bij vijftig à zeventig graden. Een dampende bedoening in grote metalen wastrommels, afgesloten met een stoom- en wasbeurt en een verzachtende behandeling, die de zijde kleur- en vormvastheid geven. Wie zich afvraagt waarom zijdewaren van Italiaanse designers zelfs jaren na aankoop niets van hun rijkelijkheid inboeten, weet wie hij te danken heeft.