Als Lize Spit (27) terugdenkt aan het jaar waarin ze in alle anonimiteit Het smelt schreef, herinnert ze zich haar saaie schrijverskantoor in een lelijk, leegstaand gebouw op een verlaten industrieterrein, ergens tussen Zaventem en Diegem. Een kamertje met vies, vast tapijt waar ze elke middag dezelfde lunch klaarmaakte : pompoensoep, boterhammen met platte kaas en een doosje kersttomaten. Ze herinnert zich een jaar zonder prikkels of grote verrassingen, met zoveel mogelijk regelmaat. Want hoe voorspelbaarder elke dag was, hoe spannender de plek werd waar ze in gedachten naartoe kon en hoe beter Spit zich kon inleven in het verhaal van haar hoofdpersonage Eva, die dertien jaar na een snikhete en volledig uit de hand gelopen zomer terugkeert naar haar geboortedorp, met een blok ijs in haar kofferbak. "Het werk aantrekkelijker maken dan mijn dagelijkse realiteit, dat was mijn schrijverstruc", zeg Spit op een regenachtige lentedag in café De Monk in Brussel.
...

Als Lize Spit (27) terugdenkt aan het jaar waarin ze in alle anonimiteit Het smelt schreef, herinnert ze zich haar saaie schrijverskantoor in een lelijk, leegstaand gebouw op een verlaten industrieterrein, ergens tussen Zaventem en Diegem. Een kamertje met vies, vast tapijt waar ze elke middag dezelfde lunch klaarmaakte : pompoensoep, boterhammen met platte kaas en een doosje kersttomaten. Ze herinnert zich een jaar zonder prikkels of grote verrassingen, met zoveel mogelijk regelmaat. Want hoe voorspelbaarder elke dag was, hoe spannender de plek werd waar ze in gedachten naartoe kon en hoe beter Spit zich kon inleven in het verhaal van haar hoofdpersonage Eva, die dertien jaar na een snikhete en volledig uit de hand gelopen zomer terugkeert naar haar geboortedorp, met een blok ijs in haar kofferbak. "Het werk aantrekkelijker maken dan mijn dagelijkse realiteit, dat was mijn schrijverstruc", zeg Spit op een regenachtige lentedag in café De Monk in Brussel. Zes maanden na de verschijning van haar debuutroman is niets nog hetzelfde en zit elke dag vol verrassingen. De ene dag mag de jonge schrijfster bekendmaken dat haar boek intussen al in meer talen zal verschijnen dan dat Sneeuwwitje dwergen had. De andere dag wordt ze op een feestje herkend, of in de supermarkt aangeklampt door iemand die met haar op de foto wil, net als ze zes flessen wijn staat in te laden in haar winkelkarretje. Tijdens het schrijven van Het smelt beeldde Lize Spit zich soms in hoe het zou zijn om geïnterviewd te worden voor een krant of magazine, met glossy foto's van een professionele fotograaf. Vandaag schiet er in haar appartement geen hoek meer over waarin ze nog niet gefotografeerd werd. Haar eigen stem is ze na een half jaar beu gehoord. "Ik ben heel erg dankbaar voor alle positieve reacties op mijn boek," zegt Spit, bij een kop warme chocolademelk, "maar jezelf tegen journalisten altijd hetzelfde verhaal horen vertellen, wordt op den duur vermoeiend. In juli ga ik twee weken op reis en ik kijk ernaar uit om de voorbije maanden even van op een afstand te evalueren. Ik weet dat ik later zal terugkijken op dit hoofdstuk in mijn leven en dan pas ten volle zal beseffen hoe bijzonder dit was." Lize Spit : Als een ongelooflijke en bij momenten lastige goednieuwsshow. Het smelt zit intussen aan zijn zesde druk, met meer dan zestigduizend verkochte exemplaren. Veerle Baetens gaat het verhaal verfilmen en de vertaalrechten van het boek zijn verkocht aan Noorwegen, Denemarken, Frankrijk, Spanje, Duitsland, Engeland, Italië en Tsjechië. Dat is allemaal geweldig, maar voor een debutant is het ook uitzonderlijk. Op mijn Facebookpagina hou ik alle interviews en updates over het boek bij en ik begin het soms lastig te vinden om steeds opnieuw positieve berichten te mogen aankondigen. Omdat ik bang ben dat mensen gaan denken : daar is ze weer met al haar goed nieuws. Er kruipt veel tijd en energie in situaties waar ik nog nooit over nagedacht had. Neurotisch als ik ben, wil ik graag alle reacties en recensies op mijn boek gelezen hebben, ook de negatieve. Maar het is best vermoeiend om de hele dag op te volgen wat er allemaal getweet en gezegd wordt. Als ik tijdens het schrijven van mijn boek al eens durfde te dromen dat Het smelt positief onthaald zou worden, dan beeldde ik mij eerder op een abstracte manier in hoe het zou voelen om erkenning te krijgen voor mijn werk. Ik had er nooit concreet bij stilgestaan hoe het zou zijn om in de supermarkt te staan met zes flessen wijn, voor de prijs van drie, terwijl iemand een foto van je wil maken, of hoe het voelt om verkeerd begrepen te worden. Wanneer ik nu buiten kom, ben ik me voortdurend bewust van mijn eigen aanwezigheid, terwijl ik me vroeger gewoon onzichtbaar voelde. Dat zichtbaar zijn, dat voortdurende bewustzijn, vraagt een zekere energie. Daarnaast krijg ik heel veel voorstellen en verzoeken van mensen en ik vind het best lastig om 'neen' te zeggen, om iemand teleur te stellen. Ik kan natuurlijk niet op alle verzoeken ingaan, want dan zou ik mezelf in tien stukjes moeten kappen. Op sommige dagen heb ik weleens heimwee naar hoe ik er een jaar geleden voorstond, toen ik nog droomde van dit succes. Ergens van dromen is bijna even mooi als het werkelijk hebben, omdat het zich dan enkel in jouw hoofd afspeelt en onmetelijk maar toch overzichtelijk is. Begrijp me niet verkeerd : ik wil ook niet klagen over wat vermoeidheid. Als dit de keerzijde is van de medaille, neem ik het er graag bij. Ik vind het een mooie gedachte dat een stukje van mij deze zomer zal meereizen met zoveel mensen en dat mijn personages iemands reisgezel zullen worden. Ik heb dat zelf ook voortdurend met de personages van andere schrijvers. Ze maken deel uit van mijn vakantie, omdat ze voortdurend in mijn hoofd zitten. Jaren later kan ik me nog altijd herinneren welk boek ik tijdens welke reis gelezen heb, waar ik precies zat tijdens het lezen, en hoe de omgeving eruit zag. Vulkaanvrucht van Yannick M. Dangre heb ik bijvoorbeeld gelezen op Las Palmas in Gran Canaria. Ik zie me nog liggen op het strand, met mijn voeten naar de zee en mijn hoofd naar de dijk. Ik fantaseerde dat de personages uit het boek daar op de dijk woonden, in het grote appartementsgebouw dat ik voor mij zag. Dat mijn hoofdpersonage Eva deze zomer jouw reisgezel zou kunnen zijn, vind ik iets heel schoon. Ik kreeg onlangs een e-mail van een vriendin die naar Zuid-Amerika was gevlogen en mijn boek tijdens de vlucht in één ruk had uitgelezen. Terwijl het verhaal almaar donkerder werd, kleurde de lucht die ze vanuit haar raampje zag almaar lichter. Ze schreef dat het één waanzinnige ervaring was geweest. Iemand anders liet me weten dat ze in België aan mijn boek begonnen was en vervolgens op reis ging naar een bezinningsklooster in India. Ginder moest ze vaststellen dat mijn verhaal helemaal niet paste binnen de omgeving waarin ze verbleef. Ik denk dat mijn boek voor sommigen de perfecte vakantieroman zal zijn, voor anderen niet. Het is een heftig verhaal en sommige mensen lieten al weten ze zich hun eigen jeugdtrauma's plots weer intens herinneren. De kans bestaat dat mijn boek je vakantie verpest. Naar mijn reis naar Italië, samen met mijn vriend. Eerst gaan we een week uitrusten in Vieste, een vissersdorpje in het zuidoosten van het land. Nadien bezoeken we vrienden in Toscane. Ik kijk ernaar uit om in de zee te zwemmen en gezelschapsspelletjes te spelen. Om even niet herkend te worden op straat en zonder make-up buiten te komen, met mijn haar in een eenvoudige staart. Voor het eerst in jaren ga ik ook een out of office instellen op mijn mailbox. Ik moet even afkicken van mijn internetverslaving. Afwachten of dat lukt. Een neveneffect van schrijver zijn, is dat je hoofd nooit echt vrijaf neemt. Zelfs als ik op reis ben, ben ik onbewust nog altijd aan het werk. Ik ben dan wel niet actief aan het schrijven, maar zodra ik om me heen kijk, zie ik verhalen, beelden en personages. Ik ga mijn laptop niet meenemen op reis om niet in de verleiding te komen om te werken, maar het zou ook zonde zijn om inspiratie te laten passeren. Dus ben ik van plan om af en toe notities te maken op mijn smartphone en nieuwe ideeën op te schrijven in een notitieboekje, om nadien weer de zee in te duiken, of over het strand te slenteren. Uitrusten blijft het hoofddoel van onze reis, maar vertel mijn lief niet dat ik waarschijnlijk stiekem ook wel zal zitten broeden op een tweede roman. Ik wil heel graag het werk lezen van andere auteurs die bij Das Mag uitgeverij zitten, daar heb ik nog geen tijd voor gehad. Ik ben bijvoorbeeld benieuwd naar Niemand is ooit verloren van Catherine Lacey. Daarnaast zit ik binnenkort ook in het panel van het boekenprogramma Uitgelezen op Theater aan Zee, daarvoor moet ik nog twee titels lezen : Misschien Esther van Katja Petrowskaja en Het tumult van de tijd van Julian Barnes. Ik ben absoluut geen echte reiziger. Van inborst ben ik nogal neurotisch, wat angstig ook. Telkens als ik met het vliegtuig op reis moet, neem ik van alles en iedereen afscheid omdat ik denk dat er iets ergs zal gebeuren. Zo gauw ik een vakantie boek, verlang ik eigenlijk al naar dat moment waarop ik weer thuiskom en mijn sleutel in de voordeur steek. Op vakantie besef ik altijd hoe waardevol dat ritme en die sleur van alledag eigenlijk is. Als kind ben ik nooit op reis geweest met het gezin. Ik heb dus nooit echt leren reizen, waardoor ik me in het buitenland ook altijd een toerist blijf voelen. Bovendien ben ik ook niet de reiziger die op voorhand een planning maakt van alle bezienswaardigheden die ik bezocht moet hebben. Mijn agenda staat tijdens het jaar al zo vol, dat ik op vakantie meer een afwachtende houding aanneem. Ik steek veel tijd in het zoeken van een leuk hotel, omdat ik me in het buitenland graag op mijn gemak voel, maar verder zie ik ter plaatste wel wat we gaan doen. En zo komt het dat ik ooit naar Barcelona geweest ben zonder de Sagrada Familia te bezoeken. Daar heb ik nadien dan spijt van. Ik heb nooit geld gehad om ver op reis te gaan, maar na het succes van mijn boek denk ik soms wel dat ik eens een verre reis moet maken en wat levenservaring moet opdoen, in plaats van twee paar nieuwe schoenen te kopen. Maar in realiteit is de kans groter dat ik toch weer twee paar nieuwe schoenen koop. Misschien ben ik ook wel zo'n angstige reiziger, omdat ik sinds mijn veertiende diabetes heb. Ik draag een insulinepomp en dat ding is verbonden aan een slangetje en een katheter, die onder de huid van mijn buik zitten. Erg praktisch, maar als daar onverwacht iets mee gebeurt kan ik heel snel ziek worden. Na een halve dag zonder insuline zou ik niet meer op mijn benen kunnen staan. Als ik op reis ga, moet ik dus altijd met een aantal zaken rekening houden : mijn insuline moet koud bewaard worden, al het materiaal moet steriel zijn, als mijn katheter los komt te zitten moet ik 'm snel opnieuw kunnen vervangen. In België valt daar perfect mee te leven. Mijn gezondheid weerhoudt mij er soms gewoon van om wat avontuurlijker te leven. Maar eigenlijk ervaar ik dat niet als een groot gebrek. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het moeilijk vind om in mijn agenda twee weken vakantie af te bakenen. Maanden vooraf beslissen dat je er in de zomer twee weken niet zal zijn, dat vind ik een ongemakkelijke gedachte. Wat als er tegen dan iets belangrijks gebeurt waardoor ik niet kan vertrekken ? Ik mis ook snel mijn kat en mijn appartement. Ik woon in een klein appartement waar ik me heel goed voel, maar op termijn zullen we verhuizen naar iets ruimer. Daar kijk ik nu al enorm tegenop. Zoveel boeken heb ik nu ook nog niet verkocht (lacht).Tekst Elke Lahousse & Foto's Alex Salinas"Wanneer ik nu buiten kom, ben ik me voortdurend bewust van mijn aanwezigheid, vroeger voelde ik me gewoon onzichtbaar"