Domenico Clerico, Elio Grasso en Paolo Conterno behoren tot de groep jonge Turken die 10 à 15 jaar geleden begonnen zijn. Een groep vrienden die elkaars wijnen proeven en die samen op studiereis gaan naar Bourgogne, Bordeaux en Californië.
...

Domenico Clerico, Elio Grasso en Paolo Conterno behoren tot de groep jonge Turken die 10 à 15 jaar geleden begonnen zijn. Een groep vrienden die elkaars wijnen proeven en die samen op studiereis gaan naar Bourgogne, Bordeaux en Californië. ?Alle grote wijnen ter wereld worden gemaakt in barriques van Franse eik?, zegt Domenico Clerico. En hij werkt dus consequent met Franse vaten, een honderdtal nieuwe per jaar. Hij bezit 18 hectaren wijngaard, allemaal in het Bussia- en Ginestra-gebied van Monforte, met drie onderscheiden cru's : Ciabot, Pajana en de pas verworven Vigna Mosconi Percristina. Op deze cru's maakt hij in normale jaren zo'n 2000 kisten Barolo en een 700 kisten van een tweede wijn, onder de naam Arte een tafelwijn, gemaakt van de zwakkere nebbiolo-partijen die met een 10 procent barbera wat kleur en frisheid worden bijgebracht. Domenico zweert bij korte cuveertijden van een viertal dagen, waarbij hevig geroerd wordt. Dan gaat alles, elk jaar opnieuw, op nieuwe eiken vaten. Met uitzondering van zijn barbera, die hij wat tannine laat nemen uit de vaten van een of twee jaar. De Barbera d'Alba 1992 van Domenico Clerico is heel interessant : volmondig, fris en levendig, en mooi doortimmerd met wat groene tannines uit de rist, en met de vanilleuse eiktannines uit de vaten van twee jaar oud. Voor nebbiolo-wijnen liggen de zaken wat anders. In de topjaren werkt het hout zeer goed, maar in de andere veel talrijkere jaren, is zijn verse-eikfilosofie voor nebbiolo-wijn van het goede te veel. Zo'n topjaar is 1995 : de wijnen van Ciabot en Pajana hebben concentratie en structuur genoeg om de massa hout te kunnen verwerken. Dat geldt zeker ook voor de Percristina waarvan Clerico nu Riserva wil maken, waardoor deze wijn ten vroegste in 2000 op de markt komt. Maar de zwakkere 1994, en ook de 1993 en 1992, worden door het verse hout overdonderd. De 1990 komt er weer wat bovenuit. Domenico rekent, wat het jaar ook weze, op de flessentijd om de houtfactor te doen versmelten en te laten verzachten. Dat lukt in ieder geval niet voor de Ciabot van het kleinere jaar '86 : hij is nog altijd door het hout platgeslagen en versleten, vanaf de aanspraak tot en met het harsachtige einde. Bij alle wijnen ter wereld worden de onevenwichten die zich in het begin manifesteren, door de tijd versterkt. Zo ook bij barolo. Onnodig te zeggen dat de Arte-reeks, die al zwakker aanzet, eindigt als een vin de menuisier zoals men dat in de Bourgogne noemt. Paolo Conterno is een kleine (6 ha op Ginestra) wijnboer die met grote zorg en vrij traditioneel tewerk gaat. Zijn 6 hectaren zijn correct beplant : nebbiolo alleen daar waar hij gedijt (3 ha) en de rest met barbera en dolcetto. Op deze drie hectaren maakt hij toch gemiddeld 180 hectoliter Barolo Ginestra, waarvan hij een groot vat (30 hl) gedurende 5 jaar tot Riserva laat verouderen. Zijn wijnen zitten in de goede richting : Barolo Ginestra 1990 doet het vooral goed aan tafel, waar de wat bovendrijvende bitterheid verhuld wordt. (Paolo Conterno verkoopt veel aan toeristen en zijn prijzen zijn stevig : 1400 fr. per fles voor de Riserva 1990.) Elio Grasso zit eveneens met zijn wijngaarden in het Ginestragebied (het oostelijk stuk van Monforte dat geologisch bij Serralunga hoort). Elio is een late roeping : na studies economie en 15 jaar bedrijvigheid in de bankwereld, werd hij ?een man van het land?. Zijn barolo's zijn modern en goed, en in de betere jaren als '88, '90 en '95 zijn ze zelfs voluptueus en krachtig. Zijn dolcetto 1995 is groot in zijn genre (werd gebotteld in mei '96) en zijn barbera nog een stuk beter. Ze gaan op eiken vaten van gemiddeld 1 jaar oud en krijgen er zachte structurerende tannines van.