Weg met de loyaliteit voor hypocriete machthebbers en hypocriete minnaars, leve zelf- en genotzucht. Dat heeft gevaarlijke gevolgen. Een roman van Hong Ying over erotiek en verraad in China na het bloedbad van 1989.
...

Weg met de loyaliteit voor hypocriete machthebbers en hypocriete minnaars, leve zelf- en genotzucht. Dat heeft gevaarlijke gevolgen. Een roman van Hong Ying over erotiek en verraad in China na het bloedbad van 1989.Jeroen Kuypers & Piet de Moor Foto Kristien Buyse De opstand van 4 juni 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking is het startpunt van Zomer van Verraad. Hoofdpersonage in het boek is de literatuurstudente Lin Ying. In de maanden na het drama wordt ze geconfronteerd met de gevolgen van twee vormen van verraad : dat van de machthebbers en dat van haar minnaar, de literatuurdocent Chen Zu. Al twee jaar lang belooft Chen Lin dat hij van zijn vrouw zal scheiden, maar als Lin in de ochtend na het bloedbad uitgeput en dol van angst bij zijn appartement aanbelt, treft zij hem met zijn ex-vrouw aan in bed. Verbijsterd verbreekt ze de relatie. In de zomer van 1989 woont Lin Ying bij andere studenten, eerst bij haar nieuwe minnaar Jiang Jiang, daarna bij haar vriendin Hua Hua. Terwijl de anderen oeverloos discussiëren over het drama van de Pekingse Lente en het bloedbad van 4 juni, neemt Lin Ying steeds meer afstand van de politiek. Ze beseft dat haar vrienden zich in wezen nog maar eens aan het voorbereiden zijn op hun aanpassing aan de eisen van het communistisch bewind. Als er een afscheidsfeestje wordt georganiseerd voor Jiang Jiang, die een visum voor Duitsland heeft gekregen, zorgt zij ervoor dat dat uitloopt op een orgie. Zelfs als de politie binnenvalt, is dat voor haar geen reden om het feest te stoppen. Net als de studenten op het Plein van de Hemelse Vrede weet Lin Ying niet wanneer ze te ver gaat in haar streven naar erotische vrijheid. De Zomer van Verraad gaat over de nauwe banden tussen politieke en persoonlijke vrijheid, en is een pleidooi tegen het radicalisme en voor het compromis bij het verleggen van de grenzen van wat toelaatbaar is in politiek en erotiek. In de beschrijvingen die Hong Ying (1962) geeft van de armzalige jeugd van Lin Ying in de provincie, is er nochtans bijna geen spoor van politiek te vinden. Hong Ying : Ik heb de alomtegenwoordigheid van de politiek een beetje weggeschoffeld in mijn roman. Tenslotte wilde ik literatuur bedrijven en geen politiek pamflet opstellen. Ik ben geboren tijdens de naweeën van de hongersnood als gevolg van Mao's mislukte Grote Sprong Voorwaarts. De Culturele Revolutie is aan mij voorbijgegaan omdat ik nog maar een kind was. Toen ik eenmaal zover was dat ik in de grote stad Peking kon gaan studeren, waren de jaren tachtig aangebroken. Het klimaat was toen veel liberaler dan in de decennia daarvoor. Ik schreef poëzie en ik kon publiceren wat ik wilde en waar ik wilde. Ook de kleding en het gedrag werden veel losser. Er waren al minder blauwe Mao-pakjes en in de persoonlijke omgang was er minder angst iets verkeerds te zeggen. Net als Lin Ying was ik aan het eind van de jaren tachtig een kleine zelfstandige : ik leefde van de honoraria die de publicatie van mijn gedichten in diverse tijdschriften opbracht en had nauwelijks last van staatsbemoeienis. Ik was het daarom niet in alle opzichten eens met de demonstranten op het Plein van de Hemelse Vrede. U trekt een parallel tussen de machthebbers en de minnaars. Beiden bestaan uit mannen die met hun hypocrisie het volk in het algemeen en de vrouwen in het bijzonder verraden. Maar de vrouwen in uw roman spelen toch ook hun spelletjes, vooral als het erom gaat hun echtgenoot uit de handen van rivalen te halen ? In dat opzicht zijn Chinese vrouwen inderdaad bijzonder hypocriet. In mijn roman heeft de literatuurcriticus Wu Wei een oogje op Lin Ying. Hij is voortdurend geïnteresseerd in andere vrouwen en zijn echtgenote zal daar nooit iets van zeggen. Alleen, zodra ze merkt dat er een rivale in het spel is, zal ze uitermate vriendelijk tegen haar doen. Ze belt haar voortdurend op en heeft in haar lange monologen maar een thema : haar man. Ze hemelt hem geweldig op, zozeer dat de rivale al snel een afkeer krijgt van die ogenschijnlijk zo perfecte Wu Wei en ze haar interesse in hem verliest. En als dat niet helpt, begint ze eindeloze verhalen over haar zoontje, zodat de andere partij zich wel schuldig gaat voelen omdat ze van plan is dat mooie gezinsgeluk te verstoren. Lin Ying raakt in de loop van het verhaal steeds meer bevriend met Hua Hua. Voor een westerse lezer lijkt dat misschien een heel normale vrouwenvriendschap, maar voor een Chinese lezer zit er een verdacht geurtje aan. Chinese vrouwen voelen weinig bewondering voor elkaar. Het is al jaloezie wat de klok slaat. Als ik de roman nog kon herschrijven, zou ik van die vriendschap dan ook een lesbische verhouding hebben gemaakt. Op een bepaald moment kijkt Lin Ying met Hua Hua en nog een vriendin naar een westerse pornocassette waarop twee mannen een vrouw bedienen. Dat is pas ware seksuele bevrijding, vinden ze. Bedoelde u die scène ironisch of kijkt men in China werkelijk zo tegen porno aan ? Bijna niemand kan in het bezit komen van expliciete pornografie. Dat is streng verboden in China. De videocassettes die er desondanks circuleren, zijn meestal afkomstig uit douanedepots waar de in beslag genomen goederen werden opgeslagen. Porno blijft echter porno, ook als de twee mannen in de film gigolo spelen en de vrouw een klant is die hun diensten koopt. Ik bedoelde die scène inderdaad ironisch. De drie videokijkende vrouwen die zich door hun minnaar vaak gemanipuleerd voelen, kunnen nu eens lachen omdat de rollen zijn omgedraaid. Wanneer de politie tijdens een orgie binnenvalt, kleedt iedereen zich aan. Maar Lin gaat gewoon door, zodat de agenten haar wel moeten arresteren. Is zij nu ook niet te radicaal ? Je kunt zeggen dat Lin de vrijheid van de andere deelnemers in gevaar brengt door niet weer snel in de kleren te schieten. Maar zoveel gevaar lopen de zonen en dochters van hogere partijleden niet. Zo'n orgie zou hen hoogstens een berisping kosten. Voor Lin geldt dat niet. Zij is weliswaar partijlid, maar slechts de dochter van een eenvoudige havenarbeider uit de provincie. Geen van haar vrienden neemt het trouwens voor haar op wanneer ze gearresteerd wordt. Dat bevestigt Lin alleen maar in haar wantrouwen en teleurstelling. Ze heeft in de korte zomer van 1989 zoveel politiek en persoonlijk verraad ervaren dat ze wanhopig is geworden. Ze gelooft niet meer in hervormingen en niet meer in relaties. Als ze dan toch naar de gevangenis moet of dood gaat, kan ze in de tijd die nog rest maar beter zo veel mogelijk van seks genieten, vindt ze. Dat lijkt mij nu ook niet de beste instelling, maar ik kan wel begrijpen waarom ze zo geworden is en ik wil haar er niet om veroordelen. Dat doen de Chinezen wel. Het is geen toeval dat de agenten wel een vrouw arresteren, maar niet de kunstenaar Lu Qin, de man die zijn appartement voor het feestje ter beschikking heeft gesteld en die dus ten minste medeverantwoordelijk was. Vrouwen hebben het altijd gedaan in China. Dat was in de oudheid al zo. Niet Mao was schuldig aan de excessen van de Culturele Revolutie, maar zijn echtgenote. Hoe was het mogelijk dat in de 17de eeuw de Ming Dynastie ten val kwam en de Chins de macht konden veroveren ? Niet omdat de soldaten aan het front waren, wel omdat die soldaten en masse bij de hoeren zaten en de vijand dus een onverdedigd keizerrijk kon binnenvallen. De keizer mocht 3000 concubines hebben, maar als de keizerin zo mooi was dat ze de attenties kreeg van bijna alle mannelijke bezoekers van het hof, was zij de oorzaak van de politieke ondergang en niet de keizer die de hele dag met talloze vrouwen in bed lag. Vroeger bonden de Chinese mannen de voeten van hun vrouw in, want wie piepkleine voeten had, kon niet ver lopen, zowel letterlijk als figuurlijk. Nu doen ze dat gelukkig niet meer, maar ze proberen ons nog altijd op alle mogelijke manieren klein te houden. Zou men Zomer van Verraad mogen beschouwen als een pleidooi voor compromisbereidheid, zowel in het openbare als in het privé-leven ? Een compromis bereik je niet alleen door bereid te zijn een deel van je eisen in te slikken, maar zeker in China ook door de andere partij de kans te geven haar gezicht te redden. Dat deden de studenten op het Plein voor de Hemelse Vrede niet in hun confrontatie met de communistische machthebbers. En dat doet Lin Ying ook niet, noch in haar conflict met haar minnaars, noch later op het feestje tegenover de politiemannen. Ik laat mijn personages veel met elkaar discussiëren en ik uit zo mijn twijfels over de doeltreffendheid van het radicalisme waarvan de jonge intellectuelen in China meer dan eens hebben blijk gegeven. Niet alleen de demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede, maar ook de Bokseropstand aan het begin van deze eeuw is daardoor in bloed gesmoord. Dat pleit echter de autoriteiten niet vrij van schuld, integendeel. En laten we vooral niet vergeten dat een werkzaam compromis pas tot stand kan komen als beide partijen bereid zijn water in hun wijn te doen. Van die bereidheid is niet veel te bespeuren bij de machthebbers in Peking. Heeft u ook daarom China verlaten ? Nee, dat ik twee jaar geleden naar Londen ben verhuisd was zuiver om privé-redenen en had niets met de politieke situatie in China te maken. Ik kan het land vrijelijk binnenkomen en verlaten. In Taiwan is trouwens een Chinese versie van Zomer van Verraad verschenen, zodat de autoriteiten in Peking het boek hadden kunnen lezen en verbieden. Dat is niet gebeurd. Op politiek niveau is China sinds 1989 niet of nauwelijks geliberaliseerd, maar op het persoonlijke terrein hebben de Chinezen toch meer vrijheid gekregen ? Oppervlakkig gezien wel, ja. Toch hebben die veranderingen vooral met de vrijheid van geld verdienen te maken. Ik denk bijvoorbeeld dat je in de speciale economische zone in het zuiden van China intussen best, zoals in de pornofilm, gigolo's kunt vinden, en ook vrouwen en mannen die hun diensten kopen. Wie het zich financieel kan veroorloven kan alles krijgen tegenwoordig, maar voor veel gewone mensen is er helaas maar bitter weinig veranderd, ook op het gebied van de persoonlijke vrijheid. Hong Ying : Zomer van Verraad. Uit het Chinees vertaald door Mark Leenhout, Meulenhoff, 1997, 174 blz., 598 fr.