Stipt om acht uur 's morgens staat Hector aan mijn voordeur. Hij komt het gras afmaaien. Hij doet dat snel en goed, zij het nogal luidruchtig. Dat laatste neem ik er grif bij. De nachtuil des huizes wordt er niet wakker van en dat is het voornaamste. Hij slaapt met hetzelfde enthousiasme waarmee hij, als hij wakker is, taken op zijn schouders stapelt. "Laat dat maar aan mij over", zegt hij telkens weer, maar te veel is te veel. Vandaar dat ik Hector aansprak. Hij is een lieve man uit Uruguay die de tuin van mijn bejaarde overbuurvrouw onderhoudt. We spraken een prijs af en de zaak was geregeld. Ik lichtte de nachtuil niet in over de regeling. Uit ervaring wist ik dat hij slechts heel even zou tegenpruttelen als hij het gras kortgewiekt zou zien en het spoedig als de natuurlijke staat der dingen zou beschouwen.
...

Stipt om acht uur 's morgens staat Hector aan mijn voordeur. Hij komt het gras afmaaien. Hij doet dat snel en goed, zij het nogal luidruchtig. Dat laatste neem ik er grif bij. De nachtuil des huizes wordt er niet wakker van en dat is het voornaamste. Hij slaapt met hetzelfde enthousiasme waarmee hij, als hij wakker is, taken op zijn schouders stapelt. "Laat dat maar aan mij over", zegt hij telkens weer, maar te veel is te veel. Vandaar dat ik Hector aansprak. Hij is een lieve man uit Uruguay die de tuin van mijn bejaarde overbuurvrouw onderhoudt. We spraken een prijs af en de zaak was geregeld. Ik lichtte de nachtuil niet in over de regeling. Uit ervaring wist ik dat hij slechts heel even zou tegenpruttelen als hij het gras kortgewiekt zou zien en het spoedig als de natuurlijke staat der dingen zou beschouwen. Stel u niet te veel voor van onze stadstuin. Wat struiken, wat bloemen en een dapper grasveldje met een steile helling en een trapje erin. "Ik kan daar een mooi gazon van maken", zei Hector op ondernemende toon toen hij zijn nieuw werkterrein kwam inspecteren. Daar twijfelde ik niet aan. Zijn referentie was tenslotte het dik, diepgroen tapijt bij mevrouw Flash aan de overkant. Het speet me dat ik zijn beroepstrots moest kwetsen. "Als je het gras maait, ben ik al tevreden", zei ik. "Meststoffen en pesticiden hoef je er niet op te gooien." Dat ik koppig enkel op de regen betrouw om mijn gazon te besproeien, zou hij zelf wel in de loop van de zomer zien. Hector drong niet aan. Amerikanen geven gemiddeld 532 dollar of 25.000 frank per jaar uit aan hun gazon volgens de National Gardening Association of America. Met het bedrag dat Hector me aanrekent, zit ik daar ver onder. Vlamingen kunnen ook behoorlijk obsessief worden over hun grasperkje, maar Amerikanen zijn er nog veel fanatieker in. Vooral in de rijke, groene suburbs, waar bewoners die hun plantsoen niet egaal groen en fascistisch kort houden, scheef worden bekeken als waren het kinderverkrachters. Gemeenten zoals Maplewood in New Jersey hebben een lawn cop of graspolitieagent in dienst die de staat van de gazons inspecteert. Dit jaar heeft de lawn cop van Maplewood al 62 boetes uitgedeeld voor bruine vlekken en te lange grassprieten. Dan heb ik het toch meer voor plaatsen zoals Seattle in de staat Washington of Sharon in Massachusetts, waar de gemeentebesturen hun inwoners aansporen om geen kostbaar stadswater meer te verspillen aan hun gazon, maar ze te vervangen door inheemse planten en struiken die water noch gif nodig hebben om te floreren. Steeds meer steden en dorpen geven subsidies aan iedereen die zijn gazon wil vervangen door rotstuinen, vorstbestendige bloemperken, klimop, cactussen of andere minder gulzige waterverbruikers. De resulaten van dit beleid zijn tot nog toe beperkt. De National Garden Association schat dat 90 procent van de Amerikaanse tuinen nog steeds voornamelijk uit gras bestaat. Het was Frederick Law Olmsted, Amerika's belangrijkste 19de-eeuwse tuinarchitect en de ontwerper van Central Park en vele andere parken en tuinwijken, die zijn landgenoten besmette met zijn perfecte-gazonobsessie. Olmsted was verliefd geworden op de grasperken van Engeland, maar zag over het hoofd dat het regenachtig, gematigd klimaat dat het Engels gras zo weelderig groen maakte in het grootste deel van Amerika ontbrak. Toch gebruikte hij Engels graszaad. Ook vandaag nog is het gras in de meeste Amerikaanse tuinen van Europese komaf en heeft het dus enorme hoeveelheden water, insectenverdelgende middelen en meststoffen nodig om er picobello uit te zien. Het modale Amerikaanse gazon drinkt 38.000 liter water per zomer en wordt met vijf keer meer gif bestrooid dan één hectare landbouwgrond. De gevolgen zijn angstaanjagend. In het subtropische Florida, waar al enkele jaren een ernstige droogte heerst, wordt de helft van het water nog steeds gebruikt voor het besproeien van gras. Dat leidt tot absurde situaties, zoals in Tampa, waar de gemeente de bewoners vraagt om hun gras slechts één keer per week te besproeien maar met lede ogen moet toezien hoe vele gated communities (ommuurde villawijken in privébeheer die hun eigen strikte regels hebben) fikse boetes uitdelen aan inwoners wier gras niet groen genoeg wordt bevonden. Even absurd zijn plaatsen zoals het voetbalveld van de Redskins in Washington, dat tot de meest perfecte grasvelden van Amerika wordt gerekend. Het gras wordt er in de zomer elke dag gemaaid. Een door een computer gecontroleerd systeem van warmwaterpijpen in de grond houdt de graswortels heel het jaar door op perfecte temperatuur. Het gras wordt elke week bemest. Een ingebouwd irrigatiesyteem rijst uit de grond indien nodig. Het enige mooie aan het veld is dat er geen pesticiden op worden gespoten. In plaats daarvan kruipen zes mannen schouder aan schouder en gewapend met emmers over het veld om de insecten op te rapen. Het duurt telkens drie dagen voor ze het karwei hebben geklaard. En dat allemaal voor een footballploeg die slechts tien keer per jaar het grasveld betreedt. Jacqueline Goossens vanuit New York