Als het heden onherbergzaam wordt, vragen mijn gedachten soms asiel aan bij mijn tantes op de koffieklets. Die vond plaats op lang vergeten maandagavonden, soms bij ons, soms in het huis van tante Paula. Haar huis onderscheidde zich van andere huizen door de vuistdikke gouden bijen op het smeedijzer van de voordeur. Het was een traliewerk dat mij fascineerde.
...

Als het heden onherbergzaam wordt, vragen mijn gedachten soms asiel aan bij mijn tantes op de koffieklets. Die vond plaats op lang vergeten maandagavonden, soms bij ons, soms in het huis van tante Paula. Haar huis onderscheidde zich van andere huizen door de vuistdikke gouden bijen op het smeedijzer van de voordeur. Het was een traliewerk dat mij fascineerde. Op de koffieklets werd de toestand in de wereld besproken, hoewel dat meestal niet veel verder reikte dan de Veritas. Soms bezocht ik met mijn moeder die winkel van knopen en garen. Later zou ik erachter komen - dankzij een leraar Latijn die Roland heette maar toepasselijker den Aap genoemd werd - dat veritas waarheid betekent. Ik herinner mij de aha-erlebnis. We waren twaalf en met weinig tevreden. Mijn moeder sprak soms over teentjes look in die dagen, wat ik erg onsmakelijk vond. Bij 'teen' dacht ik onvermijdelijk aan tenenkaas en van die dingen, niet aan het gevliesde partje van een knoflookbol dat kan dienen om gerechten op smaak te brengen. Ik vond het weerzinwekkend mij te voeden met rimpelige aanhangsels van voeten. Met die teentjes begon mij op te vallen hoe vaak eenzelfde woord voor andere dingen gebruikt kan worden. Een deken is een kleed of een geestelijke, een slot een burcht of een einde, een monster een akelig wezen of een kleine hoeveelheid. Traan is vocht dat uit de ogen komt, maar ook vette olie afkomstig van zeedieren. Om van eksterogen nog te zwijgen. Homoniemen, heet dat verwarrende verschijnsel. Ik zag er een samenzwering van volwassenen in om kinderen op het verkeerde been te zetten. De wereld bleek geen eenduidige plek, maar een oord waar niets is wat het lijkt en waar alles een dubbele bodem heeft. Een vergelijkbare, bedrieglijke situatie had zich al voorgedaan met de verleden tijd van werkwoorden. Het was 'ik maakte' en 'ik kookte' - maar als je durfde te zeggen 'ik slaapte', dan werd je door de grote mensen teruggefloten. 'Ik sliep', moest het zijn, verstoken van logica. Nog altijd wijs ik mijn dochter van vijf niet graag terecht als zij haar werkwoorden vervoegt met kinderlijke rechtlijnigheid. Op dezelfde manier vind ik het lastig haar te leren dat je beleefd moet zijn en eerlijk, terwijl ik op tv een liegende bullebak aan het roer van de wereld zie. Maar om naar mijn tantes terug te keren: de meesten zijn inmiddels uit het straatbeeld verdwenen. Op hun dak liggen zonnepanelen, terwijl zij zelf naar het ondergrondse zijn uitgewezen. Het huis van tante Agnes heeft nu een aanbouw met een glasstraat. De gouden bijen van tante Paula zijn vervangen door een deur van wit plastic met geometrische patronen. De bij, lees ik met spijt, wordt beschouwd als symbool van onsterfelijkheid, wedergeboorte, vlijt, ordening en organisatie, reinheid en zuiverheid, maagdelijkheid en kuisheid. In oude mythen brengt zij hemelse gaven naar de aarde. Onlangs kwam ik per abuis weer in de Veritas. Ik liep tussen rekken met haarspelden en diademen, zag klittenband, kousenvoetjes en fishnet panty's. Ik snoof de geur op van vers textiel en waande mij veilig, hoewel het verband tussen waarheid en naaigerei nog altijd onduidelijk was.