Met geld en troepen veroverden de Amerikanen de wereld. In dat spoor volgde de chewing gum. Maar vandaag kauwen we op een petroleumderivaat in plaats van op een natuurlijk product.
...

Met geld en troepen veroverden de Amerikanen de wereld. In dat spoor volgde de chewing gum. Maar vandaag kauwen we op een petroleumderivaat in plaats van op een natuurlijk product. Bart Vandergeten Foto : Image BankKauwen op plantaardige pasta moet bijna zo oud zijn als de mensheid zelf. Bij ons deden we het op tabak, maar de Noord-Amerikaanse indianen verwerkten al langer het sap van pijnbomen. De oude Grieken gebruikten de hars van de mastiekboom en de Oost-Aziaten (voor hun sirih) areka- en pinangnoten. De oudste kauwgom zou onlangs in Zweden gevonden zijn : een klompje beukenhars waar 9000 jaar geleden een adolescent zijn tandafdrukken op achterliet. Met hun chewing gum hebben de Amerikanen dus niets nieuws uitgevonden. Maar van een oude succesformule hebben ze wel een moderne en makkelijk consumeerbare versie gemaakt. In 1870 was het nog niet zo ver. Toen kwam de New Yorker Thomas Adams de kwaliteiten van de sapodilla's in het oerwoud van Yucatan ten ore. Uit het melksap van deze bomen probeerde hij eerst een soort rubber te winnen. Daarna herinnerde hij zich de gewoonte van de Mexicanen om op de sapodilla-latex te kauwen, iets wat de maya's al voor hen deden. Adams gooide het over een andere boeg en richtte New York Gum No. 1 op. Die onderneming had zo'n succes dat de concurrentie niet lang uitbleef. William Wrigley maakte er in het begin van deze eeuw zelfs zijn levensmissie van om de Amerikanen gom te leren pruimen. Cadeaus aan winkeliers die een belangrijke partij bestelden, gratis staaltjes kauwgom aan alle telefoonabonnees, publiciteitsborden langs anderhalve kilometer spoorlijn, Wrigley draaide zijn hand niet om voor een reclamestunt meer of minder. De belangrijkste doelgroep voor gom waren kinderen, want bij hen moet je een gewoonte voor later aankweken. Zie de uitvinding van de bubble gum in 1928 door ene Walter Diemer, en zie de prentjes van historische figuren en helden in de pakjes : pioniers, presidenten, sportfiguren, indiaanse opperhoofden, maar evengoed striphelden, acteurs en gangsters. Ook op de opwindende actualiteit werd gretig ingespeeld. Ten tijde van de Koude Oorlog kon je op de keerzijde van een prentje lezen wat je te doen stond bij een atoomaanval. Of hoe je te weren tegen het Rode Gevaar. Zo verspreidt een maatschappij natuurlijk ook een doctrine. Hoe dan ook zijn de plaatjes met sporthelden tot vandaag de populairste gebleven. Ze worden obsessioneel verzameld zoals soms ook postzegels : miljarden dollars per maand worden eraan besteed. Terwijl het binnenland voor de chewing gum gewonnen werd door grootschalige publiciteitscampagnes, maakte het buitenland er de eerste keer kennis mee via de Amerikaanse troepen. In de Grote Oorlog van '14-'18 liet de Generale Staf pakjes verdelen op de slagvelden. Blijkbaar nam ze de reclameboodschap serieus dat kauwgom dorst en vermoeidheid tegengaat, de zenuwen ontspant en het sigarettenverbruik afremt. Op het thuisfront moedigden de fabrikanten de families aan om op z'n minst pakjes kauwgom naar hun soldaten in Europa te sturen : als die altijd en overal iets konden meedragen, was het dat wel. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog deden de gomproducenten goede zaken. In de fabrieken thuis kauwden de arbeiders voor het vaderland, omdat ze zich daardoor zogezegd beter konden concentreren en dus meer konden produceren. Aan het front vonden de Amerikanen in de vorm van de kauwtabletjes een stukje thuis terug in hun Rode-Kruispakketten. ?Goed voor het moreel", dacht de legerleiding. Dat goede moreel verzesvoudigde de consumptie in de kampen. Na '45 lag de wereld open voor de Amerikanen en daarmee voor hun kauwgom. Maar door de steile verkoop (maal 500 sindsdien) kauwen wij tegenwoordig geen plantaardig product meer, maar een petroleumderivaat. In de Verenigde Staten beweert nog één enkele fabrikant de natuurlijke ingrediënten te gebruiken, maar hij wil niet kwijt in welke verhoudingen. Italianen en Japanners blijven het meest houden aan de oude plakjes-op-grootmoeders-wijze. Liefhebbers moeten dus naar deze landen, ofwel de plekken opzoeken (Midden-Amerika, Oost-Azië...) waar bepaalde rubberbomen voorkomen. Daar snijdt de bevolking nog geduldig banen in de schors, om een maand later de latex te oogsten die langs de inkervingen in een recipiënt is gesijpeld. Slechts weinig culturen lijken de verlokking van de chewing gum te hebben weerstaan. Traditionele pruimen zoals de Aziatische sirih (noten met fijngestampte kalk, gewikkeld in een betelblad) houden nog enigszins stand, maar zelfs in Japan, waar kauwen in het openbaar gedurende eeuwen niet hoorde, liggen de pakjes zoals bij ons naast de winkelkassa voor het grijpen. Lichtend voorbeeld blijft de Amerikaan. Met gemiddeld elf endjes per dag staat het cliché van de malende yankee overeind. Ter vergelijking : de Belgen doen het met vier stukjes per hoofd dagelijks, een verbruik van bijna 2900 ton jaarlijks. In de totale wereldconsumptie van 100.000 ton geen onaardige bijdrage. Nee, kauwgom is niet meer weg te werken uit onze leefomgeving. En dat valt, onvermaalbaar en kleefbaar als het spul is, letterlijk te verstaan. Sommige Amerikaanse luchthavens hebben als eerste de strijd aangebonden : gedaan met de verkoop van kauwgommetjes in hun winkels. Die werden er vroeger wel aangeboden als vervangmiddel voor de sigaret tijdens de vluchten, maar dreven nadien de schoonmaakploegen tot wanhoop. Ook het streng gereguleerde Singapore heeft er zijn buik van vol. De chewing gum joeg niet alleen de schoonmaakkosten in de openbare gebouwen de hoogte in, het was een handig sabotagemiddeltje dat je bijvoorbeeld makkelijk tegen de fotocellen van de metrodeuren kon kleven. In '92 voerde de stadstaat een boete in van 2000 dollar voor de verkoop van kauwgom, en één van 7000 op de invoer. Stellen dat dit het begin van het einde betekent voor de kauwgom, zou overdreven zijn. Terwijl veel fabrikanten proberen een biologisch afbreekbaar product op punt te stellen (maar dat bestond toch al ?), heeft Ford Gum & Machine Company er één ontwikkeld die na een kwartier wegsmelt in de mond. Vraag is : is dit nog wel kauwgom ? Feit is : niemand wil het. ?Kauwgom : 100 jaar slechte manieren", in Boulevard, 29 mei, TV 1, 21.40 u.