In Engeland durf ik bijna niet meer rondkijken, want overal zijn er mooie dingen te koop en mijn huis staat al zo vol", herhaalt Hans Steenhoudt telkens hij mij een trouvaille laat zien. De bloembinder vist zijn vondsten op bij antiquairs, slopers en op vlooienmarkten. "Op de markten van Londen vind je van alles, zelfs antieke kanonballen. En soms niet eens zo prijzig", vertelt hij enthousiast. Hans zoekt geen kostbaarheden, maar heeft zijn hart verpand aan oude gebruiksvoorwerpen die wat versleten zijn. Zelden gaat het om echte pronkstukken. Neem de Chinese gemb...

In Engeland durf ik bijna niet meer rondkijken, want overal zijn er mooie dingen te koop en mijn huis staat al zo vol", herhaalt Hans Steenhoudt telkens hij mij een trouvaille laat zien. De bloembinder vist zijn vondsten op bij antiquairs, slopers en op vlooienmarkten. "Op de markten van Londen vind je van alles, zelfs antieke kanonballen. En soms niet eens zo prijzig", vertelt hij enthousiast. Hans zoekt geen kostbaarheden, maar heeft zijn hart verpand aan oude gebruiksvoorwerpen die wat versleten zijn. Zelden gaat het om echte pronkstukken. Neem de Chinese gemberpotten bijvoorbeeld, die hij in een bibliotheekkast zet: ze zijn schilderachtig, delicaat van kleur en decoratief. Of de bronzen koebellen uit Birma die op een salontafeltje worden geëxposeerd. Via Londen geraakte Hans in de ban van het Verre Oosten: "Ook daar liggen mooie souvenirs, meestal gebruiksvoorwerpen, voor het grijpen. Maar ik kan niet blijven kopen. En spullen verkopen doe ik liever niet, omdat ik er achteraf altijd spijt van heb." Groot is Hans' woning inderdaad niet. Hij bewoont een flat boven zijn bloemenwinkel in Sint-Pieters-Leeuw. Het pand onderging eerst een grondige gedaanteverandering: "Het was een banale garage met een pompstation uit de jaren '70: kloek gebouwd, maar zo lelijk. De gevel was bezet met gele bakstenen en gekleurde glasdallen, gecombineerd met aluminium ramen: een vreselijk gezicht." Het huis onderging een facelift zonder grondige verbouwing. De gevel werd gepleisterd en donkergrijs geschilderd en de ramen vervangen. "Ook het interieur kreeg een beurt. De flat was opgedeeld in kleine kamertjes die op een afschuwelijke manier waren behangen. De ruimte werd opengetrokken, zodat er een grote leefruimte ontstond die doorloopt tot in de tuin."Het tuintje is een groot dakterras waarrond een houten muur staat die begroeid is met klimop. Met de stenen vloer lijkt het een heuse stadstuin. De eetkamer en de keuken vinden we aan de straatkant. Van de drukke steenweg vang je binnen nooit een glimp op, want het gordijn blijft steeds gesloten. Hans leeft trouwens achteraan, in de woonkamer en, als het even kan, in de tuin. De aankleding van de flat werd grondig gewijzigd. Hier en daar werden zelfs oude deuren ingezet om een rustieke sfeer te scheppen. De decoratie is vrij klassiek van opbouw. Hans houdt immers van evenwichtige, symmetrische composities met een gedurfd karakter. In de kleine zithoek staan twee enorme gietijzeren tuinvazen voor het raam en doet een verweerde keukentafel dienst als salontafel: een leuk contrast. Hans kocht bijna al zijn meubilair in Engeland. "Daar is een vervallen zetel best betaalbaar. Hier kan je hem voor een redelijke prijs opnieuw laten bekleden. Het resultaat is altijd beter dan een nieuwe fauteuil, want het blijft een degelijk oud meubel met een natuurlijke slijtage. Ik steek mijn geld liever in oude spullen, dan in nieuw decoratiemateriaal dat al te snel veroudert."Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde