In het algemeen willen we graag iets dat er glanzend en nieuw uitziet, het liefst met een garantie die ons beschermt tegen verborgen gebreken. Je kunt je moeilijk voorstellen dat je een nieuwe auto zou kopen en de dealer zou vragen om, voor je de toonzaal uitrijdt, een stel hooligans op de carrosserie los te laten omdat je die mooier vindt als ze geblutst en gebuild is. Toch is dat precies wat je bij jeansbroeken ziet. Stonewashed, gebleekt of tot op de draad uiteengerafeld : alles lijkt verkoopbaar, behalve een exemplaar dat ongeschonden en vlekkeloos is. Ripped jeans, worden die uiteengereten broeken genoemd, met een woord dat mij vagelijk doet denken aan begraafplaatsen.
...

In het algemeen willen we graag iets dat er glanzend en nieuw uitziet, het liefst met een garantie die ons beschermt tegen verborgen gebreken. Je kunt je moeilijk voorstellen dat je een nieuwe auto zou kopen en de dealer zou vragen om, voor je de toonzaal uitrijdt, een stel hooligans op de carrosserie los te laten omdat je die mooier vindt als ze geblutst en gebuild is. Toch is dat precies wat je bij jeansbroeken ziet. Stonewashed, gebleekt of tot op de draad uiteengerafeld : alles lijkt verkoopbaar, behalve een exemplaar dat ongeschonden en vlekkeloos is. Ripped jeans, worden die uiteengereten broeken genoemd, met een woord dat mij vagelijk doet denken aan begraafplaatsen. Soms kan het wel sexy zijn als je zo'n bil of kont doorheen de stof ziet schemeren, al wordt de ripped jeans ook niet altijd gedragen door de meest begeerlijke jongedames en -heren. "Eigenlijk haat ik die ondingen", zegt een collega die ervaring met gescheurde jeans heeft enigszins sikkeneurig. "Ik blijf altijd met mijn grote teen in die gaten haken als ik de broek in zeven haasten aantrek. Dan scheuren ze verder en worden ze groter dan de bedoeling is. Dat is niet appetijtelijk meer, je hebt dan gewoon een kapotte jeans aan. Nee, echt : je hoort van iedereen dat die broeken veel minder lang meegaan." Dat zit hem soms dwars, want het is een vorm van verspilling en het productieproces van jeans is sowieso al vaak niet erg smakelijk. Hij heeft dat gezien in een documentaire op televisie. Een verhaal dat zich afspeelde in lagelonenlanden, waar vlijtige handen aan de slag moeten om onze jeans te bleken en street credibility te geven. "De enigen die daar beter van worden, zijn de fabrikanten." "Waarom draag je die geradbraakte broeken dan ?", wil ik weten. "Omdat ik ze stoer en cool vind waarschijnlijk", zegt hij een beetje beteuterd. "Ik vind het perfect als je weg wilt van dat nette en iets zoekt dat al geleefd lijkt te hebben", schiet onze vrouwelijke collega van de mode hem ter hulp. Zelf is ze, zij het met mate, ook lid van de orde der gescheurdpotigen. "Ik draag daar dan chique schoenen onder, dan ben ik chic maar niet té chic." Ze lacht. "Mijn vader jent mij dan wel altijd met hetzelfde grapje : 'Hebt ge misschien geen geld om een deftige broek te kopen ?'" Net als ik behoort hij waarschijnlijk niet meer echt tot de doelgroep. Stoer, cool, iets dat geleefd heeft... dat zijn klaarblijkelijk de omschrijvingen die voor een groot stuk de aantrekkingskracht van de gescheurdheid bepalen. Ik kan daar inkomen, want is dit niet wat we allemaal willen : eruitzien alsof we niet van nine to five op kantoor zitten suffen maar bergen beklimmen, met tweedekkers vliegen en middelgrote roofdieren temmen ? Gescheurd heeft een schijn van avontuurlijkheid, van mannen en vrouwen die spannende dingen beleven die het textiel van je kontzak en kruis zwaar op de proef stellen. Tegelijk is er weinig authentieks aan die zogenaamde ruigheid van voorgescheurde broeken. Het ruikt naar kant-en-klare rebellie, naar rock-'n-roll die aan de lopende band en op industriële schaal is vervaardigd. Ik heb de neiging meer op te kijken naar mensen die hun cool ontlenen aan hun daden dan aan hun kapotte broeken. Of ze nu in de fabriek zijn gemaakt of eigenhandig toegetakeld (op het internet zijn daarvoor tientallen handige filmpjes te vinden - doe maar een search op how to rip jeans ?) : ik kan het niet helpen en vind het lompen voor veel geld. Nagelnieuwe broeken met voorbedachten rade scheuren, het heeft het soort decadentie dat mij doet denken aan het Romeinse Rijk in zijn nadagen. Het is zoiets als stoken met de ramen open of onbedorven voedsel in de vuilnisbak kieperen. Mijn instinct verzet zich daartegen, als kind van mensen die zijn opgevoed door mensen die de oorlog nog meemaakten. Hetzelfde met het petje, dat handige hoofddeksel dat oorspronkelijk bedoeld was om de zon uit de ogen te houden van de drager. In tijden van overvloed, als mensen zich dat soort malligheden kunnen permitteren, wordt het achterstevoren of zelfs zijdelings op de kop gezet, uit een soort algemene, niet tegen iemand in het bijzonder gerichte balorigheid. Allemaal de schuld van de weelde, zou mijn grootvader zaliger zeggen, en dat we dringend eens een goede oorlog nodig hadden. In tijden van schaarste krijgen mensen het niet in hun hoofd te betalen voor gaten. Ik herinner mij integendeel hoe mijn grootmoeder, die achttien was toen Hitlers troepen enig ongemak over het gros van de bevolking brachten, ook op latere leeftijd niets onverlet liet om gaten te bestrijden. Zat er een gat in een kous dan werd dat vakkundig gestopt. Kwam er in het gestopte gat een nieuw gat, dan werd dat nog een keer gestopt, tot er een kluwen te zien was van huisvlijt en garen. Knopen aan hemden en jassen werden dan weer meteen na de aankoop van het kledingstuk 'verzekerd', wat betekent : met een extra draadje vastgezet. Zo verloor je ze niet tersluiks, een vervelende gewoonte die knopen hebben, zeker in tijden van massaproductie waarin zelfs de knopen van zogenaamde kwaliteitsmerken ons al te vroeg ontvallen. Lang heb ik gesnakt naar iemand die de knopen van mijn vers gekochte kleren van verlies wou vrijwaren. Maar de meeste jonkvrouwen van tegenwoordig kunnen geen naald meer draden en vermoeden in een vingerhoed hooguit een obsceen instrument. Vandaar dat ik zelf heb geleerd knopen aan te naaien, en het soort lutskes te herstellen waarmee jassen aan de kapstok hangen. Maar misschien is er meer aan de hand dan dit handvol anekdotische wedervaren. Misschien laat de liefde voor gescheurde broeken zich wel vatten in geheimzinnige, maar daarom niet minder reële economische wetmatigheden. Aan de universiteit had ik een professor die Helmut Gaus heette en die bezeten was door de kondratieffcurve. Ze is vernoemd naar de wat schimmige Russische econoom annex statisticus Nikolai Kondratieff. Die geleerde met rond brilletje en zuinige mond beschreef als eerste hoe de kapitalistische wereldeconomie een cyclus vertoont van ongeveer vijftig jaar. Kondratieff onderscheidde daarin vier fases, die hij nogal dartel doopte naar de seizoenen. Ruwweg komt het erop neer dat de dieptepunten van de kondratieffcurve - de herfst en meer bepaald de winter - gekenmerkt zijn door neerslachtigheid, wantrouwen en oorlogsdreiging. De hoogtepunten - van de prille lente tot de zinderende zomer - staan dan weer voor optimisme, vertrouwen en de drang naar vrijheid. Zowat alles wat we doen, en al zeker de mode, gehoorzaamt aan die golfbewegingen : van de rokjes van de vrouwen tot de vensters in de huizen. Goede tijd ? Korte rokjes, vrolijke kleurtjes en grote ramen in de nieuwbouwwoningen. Gaat het slechter en duikt de kondratieff neerwaarts, dan worden de rokken langer, de kleuren somber en de ramen nauwer. Op dezelfde manier bestaat er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een verband tussen de economische welvaart en de graad van gescheurdheid van jeansbroeken in het straatbeeld. Ripped jeans horen thuis in de lente en de zomer van de golfbeweging. Gaat het met de economie bergafwaarts en evolueert de kondratieff naar de herfst en naar de winter, dan worden de mensen onzeker en angstig. Ze voelen zich zwakker, hechten meer belang aan prestige en statussymbolen en snakken naar nette kleren. Ze zullen er zich dan wel voor hoeden hun geld uit te geven aan gescheurde broeken. Komt daarbij dat het nu eenmaal in de menselijke natuur ligt om de schijn op te houden en precies datgene te willen wat op een bepaald moment moeilijk valt te bereiken. Zo is de ideale vrouw in periodes van overvloed skinny, zie de heroin chic en modellen op de catwalk van enkele jaren geleden. In tijden van schaarste wordt het schoonheidsideaal dan weer belichaamd door gevuldere dames, zoals de voluptueuze modellen van Rubens. De gescheurde jeans, of het achterstevoren gedragen petje, is met andere woorden de vestimentaire evenknie van de kanarie in de koolmijn. Zolang er jeans in alle fasen van ontbinding in de winkels liggen, valt het nog wel mee met die crisis. Uitkijken moet je pas als mensen zich weer netjes beginnen te kleden en de gave broek een soort statussymbool wordt, om je te onderscheiden van anderen die er noodgedwongen haveloos bijlopen. Kijk maar naar foto's van lang geleden, in stationshallen en op grote pleinen, hoe iedereen per se een hoed en kostuum wilde dragen en de vrouwen flatterende jurken. Ze vonden het belangrijk om keurig voor de dag te komen - terwijl ze hard op weg waren naar een nieuwe oorlog. Laat de jeugd en de wannabejeugdigen dus maar in gescheurde broeken dollen. Als de mensen zich insnoeren in een knellend corselet van normen en waarden en hun petjes weer met de klep in de goede richting dragen, dan pas wordt het tricky. Kijk naar de Reichsparteitage in Nürnberg. Kijk naar de strakke, nog door Hugo Boss ontworpen uniformen van de nazi's. Daarbij vergeleken is de toegetakelde jeans een icoon van vrede en vrijheid. Ik ben dan ook graag bereid om in stapels deerlijk verminkte broeken te delven naar die paar zeldzame, onbeschadigde exemplaren die ik zelf wil dragen. De cool van de gescheurdheid zal ik nooit helemaal begrijpen. Daarvoor ben ik te veel een kind van de schaarste, dat ervan houdt dezelfde jeansbroek zo lang mogelijk te dragen, tot ze als gegoten zit en samen met mij veel lief en ook wat leed doorstaan heeft. Op den duur komen er dan echte, 'zelfverdiende' gaten in, helaas meestal op foute en onherstelbare plaatsen. Ik heb zo eens een week gerouwd om een donkere Dolce & Gabbana die juist genoeg meegaf. Ook met Kondratieff is het niet vrolijk afgelopen. Omdat zijn visie op het kapitalisme niet strookte met die van vadertje Stalin, eindigde hij in 1938 voor het vuurpeloton, tijdens de Grote Communistische Schoonmaak. Het duurde tot 1987 voor hij in ere werd hersteld, hoewel zijn theorieën tot vandaag betwist zijn. DOOR JEAN-PAUL MULDERSDe heren met kostuum en hoed en de vrouwen in flatterende jurken vonden het belangrijk om keurig voor de dag te komen, terwijl ze hard op weg waren naar een nieuwe oorlog Gescheurd heeft een schijn van avontuurlijkheid.