Van knopen tot ondergoed

Al heeft Veritas ook een eigen lijn (Insua ondergoed & beenmode), toch is dit Antwerpse familiebedrijf (sinds 1892) vooral bekend als detailhandel in textielaccessoires, naaibenodigheden, kousen en ondergoed. In ruim een eeuw tijd bouwde Veritas zestig filialen uit. Door het bedrijf waait een nieuwe wind die het imago wat moet oppeppen, en gestaag wordt het aanbod verruimd.
...

Al heeft Veritas ook een eigen lijn (Insua ondergoed & beenmode), toch is dit Antwerpse familiebedrijf (sinds 1892) vooral bekend als detailhandel in textielaccessoires, naaibenodigheden, kousen en ondergoed. In ruim een eeuw tijd bouwde Veritas zestig filialen uit. Door het bedrijf waait een nieuwe wind die het imago wat moet oppeppen, en gestaag wordt het aanbod verruimd. Hoeden & Co Wie hoeden zegt, denkt onmiddellijk aan Elvis Pompilio, al waagt hij zich tegenwoordig ook aan damestricot. Deze reclameman studeerde kunst en ontwierp hoeden in zijn vrije tijd, tot hij in 1987 besloot zich volledig aan deze passie te wijden. Hij opende een showroom in Brussel, die onmiddellijk scoorde bij verschillende modeontwerpers en -huizen. In 1990 volgt een winkel in Brussel en wat later in Antwerpen, om ook het grote publiek met zijn ontwerpen te laten kennismaken. Wanneer hij zijn collectie internationaal voorstelt, krijgt hij prestigieuze warenhuizen (Neiman Marcus, Bergdorf Goodman en Henri Bendel in New York, Harvey Nichols in Londen en Printemps in Parijs) als klant. Ook in eigen land volgt erkenning : hij krijgt de Victor-prijs van de mode-industrie en mag België op de wereldtentoonstelling van Sevilla (1992) vertegenwoordigen. Het jaar daarop breidt hij zijn aanbod uit met paraplu's, tassen en brillen, opent een tweede winkel in Brussel, een in Parijs en Londen en verkoopt ook in Japan. Zijn bekendste ontwerpen zijn de pet en de cowboyhoed, perfecte illustraties van Pompilio's stijl : originele ontwerpen die draagbaar blijven, geschikt zijn voor elke gelegenheid en zowel voor mannen als voor vrouwen. Een andere grote naam is Chris- tophe Coppens, een creatieve duizendpoot met wortels in het theater, dat als een rode draad door al zijn projecten loopt. Coppens is van vele markten thuis (installatiekunstenaar met de Dollhouse-trilogie, interieurcollectie van kaarsen, ceramiek en glaswerk, ontwerper van theaterkostuums,...), maar toch kennen de meeste mensen hem in de eerste plaats van zijn hoeden, waarbij luchtige stoffen, veren, lovertjes en borduursels het vaste recept zijn. Als theaterregisseur had hij voor een bepaald stuk hoeden nodig en ging naar aanleiding daarvan zelf in de leer bij een modiste. Zijn eerste collectie scoorde meteen internationaal, door het gebruik van vernieuwende materialen, structuren en kleuren. Het leverde hem bestellingen op van verschillende ontwerpers. In 2000 is het tijd voor een eigen winkel (Le Shop in Brussel) en voor accessoires als sjaals, handtassen en juwelen. Coppens geeft ook les, en enkele van zijn beste leerlingen waren Wies Dehert en Els Van den Berghen, moeder en dochter die samen een avondcursus 'hoeden maken' volgden. Dat resulteerde vijf jaar later in het label Award/t. Wies en Els maken praktische, multifunctionele ontwerpen met een creatieve inslag. Ook Trui Demarcke is al ongeveer even lang bezig met haar passie, onder de naam Fil & Baukis. Haar creaties kan je het best omschrijven als textielaccessoires, waarbij Japanse garens letterlijk de rode draad zijn. In samenwerking met hoedenmaakster Nancy Grymonprez maakt ze hoeden, voornamelijk in wol en vilt. Sjaals Hoewel veel hoedenmerken ook sjaals produceren, genieten die van Mia Zia de grootste bekendheid. Het nomadenleven van Valerie Barkowski strandde in 1996 in het Marokkaanse Marrakech, waar de Belgische zich onmiddellijk thuis voelde. De kleuren en sfeer van de medina inspireerden haar om sjaaltjes te maken die een vriendin meteen in België wou verdelen. De regenboogkleuren en streepjesmotieven sloegen zeer goed aan en Mia Zia was gelanceerd. Valerie zette een atelier op met Marokkaanse vrouwen, wier handwerk de basis blijft voor de succesvolle collectie sjaaltjes, sokken, huishoudlinnen, juwelen en babouches. Schoenen Differentiatie blijkt voor veel kleine merken een goede strategie. Dat beseften ook de schoenenlabels Nathalie Verlinden en beO. Beide merken hebben ook een beperkt aantal handtassen in hun collectie. Nathalie Verlinden maakt sinds 1997 dames- en herenschoenen, waarbij ze kwaliteit, eenvoud en comfort vooropstelt. Nathalie studeerde kunst, leerde vervolgens schoenen maken en werkte als interieur- ontwerper. Ze kiest voor tijdloze modellen en heeft oog voor het milieu : het leer wordt plantaardig gekleurd en gelijmd. Behalve België, vielen ook Japan, Nederland, Rusland en Italië voor de creaties van Nathalie. beO concentreert zich voornamelijk op de Benelux en Frankrijk, waar het bedrijf met 185 verkooppunten een niet onaardig distributienetwerk heeft ontwikkeld. De initiatiefnemers, Edouard en Jean-Jacques Verburgh zijn dan ook niet aan hun proefstuk toe. Ze wisten het label Elizabeth Stuart met succes in de Benelux te introduceren, waarna ze aan een nieuwe uitdaging toe waren. Met beO ( be Original) wilden ze een sympathiek en betaalbaar (50 tot 100 euro) product creëren : modieuze schoenen voor dames en heren en een beperkte collectie handtassen. Banaline speelt op veilig door verschillende doelgroepen aan te spreken met eigen merken. Het kinderlabel ( bana is Congolees voor kind) uit de jaren zestig kreeg met Faits Divers een meer sexy collega om elegante dames aan te spreken, terwijl het sportieve Epox de actieve vrouw viseert. Ambiorixis een van de oudste en laatste Belgische schoenfabrikanten die de Zuid-Europese concurrentie overleefde door zich te profileren met exclusieve, hoogwaardige producten. Zo is de Embassy-lijn (300 à 400 euro) volledig genaaid en maakt Ambiorix sinds vijf jaar schoenen op maat. Het merk levert als eerste Belgische fabrikant de uniformschoenen van de Rode Duivels. Tassen Ook Boo ! heeft schoenen, maar concentreert zich hoofdzakelijk op tassen. De eerste collectie kwam uit in 1995 en de formule van modieuze, betaalbare handtassen die bij elke gelegenheid en outfit passen slaat duidelijk aan. Dat is ook het uitgangspunt van Emmy Wieleman en Ellen Verbeeck, die beiden zes jaar geleden begonnen. Wielemans eerste tas (Model 55), een soort accordeonmodel, was meteen een bestseller en komt elk seizoen onder een andere vorm terug. Haar stijl laat zich het best omschrijven als een mengeling van Duitse degelijkheid en zuiderse frivoliteit. Ook autodidact Ellen Verbeeck hecht veel belang aan duurzame, mooie materialen, een perfecte afwerking en een origineel ontwerp. Ze was al jaren op zoek naar een mooie, originele tas en besloot om hem zelf te maken. Ze zocht mooie materialen, ging naar beurzen, contacteerde een goede fabrikant en werkte samen met een modelleur voor het eerste prototype. Vijf jaar later heeft ze een twintigtal verkooppunten in Vlaanderen en is export goed voor de helft van haar omzet. Typisch zijn de ronde vormen en neutrale kleuren. Sinds twee jaar maakt ze ook riemen en leren juwelen. Ook Katrien De Dobbeleer is al meer dan tien jaar bezig met kwaliteit en authenticiteit als basis van Cata- lina, een collectie tijdloze en multifunctionele tassen in verschillende modellen. Haar jongere collectie Cat&Co is luchtiger en trendy met praktische details. Dierenprints, gepatineerd en afgewassen daim en leer in verschillende, veranderlijke vormen geven de lijn een seventies-allure. Echt jonge merken, en tegelijk ook minder conventioneel zijn Arty Farty en Kuppers & Verheyden. Arty Farty is de pasgeborene van Marjan De Cock (29), een jonge juwelenontwerpster met een passie voor handtassen. Haar eerste collectie is bewust klein, want handgemaakt en niettemin betaalbaar (tussen 50 en 115 euro). Katoen, leer en plastic komen vaak terug, al experimenteert Marjan ook met andere materialen. Origineel, een tikje retro en ludiek. De creaties van Kuppers & Verheyden zijn vooral een zoektocht naar de mogelijkheden en grenzen van materialen. Zo hebben de avondtassen een lederen koord dat tegelijk dienst doet als sluiting, draagriem en decoratie. Voor de robuuste ronde zakken in tuigleder werden er zo weinig mogelijk andere materialen gebruikt, waardoor originele oplossingen ontstonden voor handvat en sluiting. Kuppers & Verheyden is het resultaat van Toegepast 7, een geldprijs van de provincie Limburg voor afstuderend talent in 2001. In de categorie 'klassiek' is Delvaux de referentie bij uitstek, als hofleverancier en met meer dan 170 jaar ervaring. Maar ook bij Delvaux bekijkt men de dingen steeds breder : in 1996 verjongt het merk zich met de meer toegankelijke Deux-lijn, enkele jaren later volgen juwelen en dassen en vorig jaar opende l'Ecurie de Delvaux , een ruimte voor kunst, cultuur en ontmoetingen, onder artistieke leiding van de Japanse kunstenares Kimiko Yoshida. Het legt Delvaux geen windeieren : het merk maakt tegenwoordig een omzet van 22 miljoen euro en heeft 18 verkooppunten in België. Eveneens klassiek te noemen, maar veel democratischer zijn de handtassen van Nathan-Baume. Gegroeid uit het lederwarenatelier Gauquie, dat met de productie van handtassen voor andere merken een goede reputatie opbouwde, had het bedrijf de nodige ervaring om een eigen lijn te produceren. Ontwerper Julien Claes gaf Nathan-Baume een eigen gezicht met kwaliteitsdesign, een sterk imago en een stevige commerciële basis. Het aanbod leren accessoires wordt dit jaar verruimd met schoenen, de toekomst ziet zaakvoerder David Depuydt in het buitenland. Het grote succesverhaal in de tassenwereld wordt belichaamd door Xavier Kegels. Hij was amper 25 toen hij begin de jaren tachtig begon met Laurent David, een collectie tassen met Europese elegantie. In 1986 voelde Kegels aan dat de tijdgeest meer Angelsaksisch gericht was en werd het tijd voor een jongere lijn, met een speels imago. De naam Kipling kwam net vrij, omdat de Britse schrijver juist vijftig jaar dood was. Omdat die naam onlosmakelijk verbonden is met het junglebook en dus ook met apen, besloot hij om een aapje als handelskenmerk te gebruiken, om zich te onderscheiden van andere merken. En het werkte : de sterke lichtgewichtzakken werden een rage. Het merk groeide echter te snel en boven het hoofd van Kegels die het voor een symbolische frank aan zakenman Tony Gram moest overlaten. Die bouwde het merk verder uit, zodat het aapje nu ook op schoolgerief (pennenzakken, kaftpapier, mappen) en accessoires (schoenen, brillen, horloges en juwelen) staat en in een vijftigtal landen te koop is. Maar Kegels bleef niet bij de pakken zitten en richtte nog geen jaar later (in '93) Hedgren op, een praktische lijn genoemd naar zijn Zweedse grootmoeder. De Zweedse vlag duikt op als detail in alle modellen. Ook Hedgren werd een succesverhaal : nu, tien jaar later, gaan er jaarlijks een miljoen tassen over de toonbank in zestig landen, goed voor een omzet van 50 miljoen euro. Kegels werkt samen met Samsonite, waarvoor hij de nieuwe jongerencollectie Trunk & co ontwerpt. n