Auteur en journalist Steven Poole (40) is een intellectuele rebel. Vanuit zijn irritatie over bepaalde maatschappelijke fenomenen schrijft hij pamfletten over uiteenlopende onderwerpen. In zijn laatste boek, You Aren't What You Eat, Fed up with Gastroculture, dat vorig najaar verscheen, haalt hij de huidige eetcultuur en haar moraliserende houding op een geestige maar scherpe manier onderuit. Het is een boek waar heimelijk iedereen op zat te wachten. Iemand moest eindelijk eens de overdrijvingen van de decadente gastrocultuur verwoorden. Vrijdenker Poole heeft de handschoen opgepakt. Hij hakt de culinaire hysterie op meesterlijke, analytische manier in mootjes. Het boek opent met een statement : ?De westerse beschaving eet zich stom." En verder : ?Voedsel heeft niets meer met eten te maken, het is ersatz spiritualism geworden." Zijn bijna tweehonderd pagina's lange aanklacht is gericht tegen alle vormen van foodism en steekt vol satire, van een niveau dat alleen Engelsen hanteren. In ieder hoofdstuk legt Poole, relativerend en met een brede kijk, de vinger op de zere plek. Zo haalt hij, vaak op provocerende manier, de heilige huisjes omver. Poole doorprikt de ballon, zo veel is zeker. Wat erna komt, is onduidelijk.
...

Auteur en journalist Steven Poole (40) is een intellectuele rebel. Vanuit zijn irritatie over bepaalde maatschappelijke fenomenen schrijft hij pamfletten over uiteenlopende onderwerpen. In zijn laatste boek, You Aren't What You Eat, Fed up with Gastroculture, dat vorig najaar verscheen, haalt hij de huidige eetcultuur en haar moraliserende houding op een geestige maar scherpe manier onderuit. Het is een boek waar heimelijk iedereen op zat te wachten. Iemand moest eindelijk eens de overdrijvingen van de decadente gastrocultuur verwoorden. Vrijdenker Poole heeft de handschoen opgepakt. Hij hakt de culinaire hysterie op meesterlijke, analytische manier in mootjes. Het boek opent met een statement : ?De westerse beschaving eet zich stom." En verder : ?Voedsel heeft niets meer met eten te maken, het is ersatz spiritualism geworden." Zijn bijna tweehonderd pagina's lange aanklacht is gericht tegen alle vormen van foodism en steekt vol satire, van een niveau dat alleen Engelsen hanteren. In ieder hoofdstuk legt Poole, relativerend en met een brede kijk, de vinger op de zere plek. Zo haalt hij, vaak op provocerende manier, de heilige huisjes omver. Poole doorprikt de ballon, zo veel is zeker. Wat erna komt, is onduidelijk. Wij ontmoeten de schrijver in Londen, tijdens een lunchafspraak in The Somers Town Coffee House, in de buurt van de bibliotheek waar hij aan het werk is. Hij bestelt een burger, gevuld met vlees van scharrelkip en gegarneerd met ingrediënten afkomstig uit een straal van minder dan 40 kilometer. De lunch wordt geserveerd in een ruwhouten kistje, volgens Poole een manier om de moderne stedeling weer even in contact te brengen met het landleven. Steven Poole : Gemengd. De foodcriticus van de Wall Street Journal zei dat het niet vaak gebeurt dat hij het oneens is met elke conclusie die een schrijver maakt. Hij haat het boek. Gelukkig zijn er ook minder bekrompen mensen die er wel van houden en die blij zijn dat er eindelijk op de heilige koeien wordt gejaagd. Ook heel wat mensen uit de eetindustrie moesten bekennen dat ze zich door het lezen van het boek ongemakkelijk voelden en plots waren gaan beseffen dat het allemaal belachelijk uit de hand is gelopen. Veel mensen voelden hetzelfde al jaren aan, maar durfden het niet naar buiten te brengen. Het is een dwang. De eetcultuur wordt zo gedicteerd dat men zich verplicht voelt om geïnteresseerd te zijn. Alles moet gewoon rond eten draaien. Eén grote hysterie. Neem nu het recente gekakel over verdoken paardenvlees in ons eten. Er is niets mis met paardenvlees. Het is gezond. Niemand ging dood. Toch ging er een schok door het land. En toen kwamen de moralisten. Er waren eetschrijvers die zeiden dat mensen maar geen diepgevroren lasagne moesten eten. Ik had er op de radio een discussie over. De eetschrijver naast me verkondigde dat iedereen naar de bioslager moest en naar de herkomst van het vlees moest vragen. Men moest ook toekijken als het vlees werd afgesneden, om zeker te zijn dat het geen paard was en intussen zou de slager vertellen over het leven van de koe, de hobby's van de koe en de naam die de koe droeg. Wat een zinsbegoocheling ! De mensen in de steden hebben niet eens een lokale slager ! En als die er toch is, dan is hij dicht als zij van hun werk thuiskomen. Om de touwtjes aan elkaar te knopen hebben mensen vaak twee jobs. 's Avonds zijn ze doodop en hebben ze nog net genoeg energie om een diepvriesmaaltijd in de magnetron te steken. Maar als antwoord op mijn uitspraken op de radio kreeg ik via Twitter veel moraliserende reacties : wat ik zei was onzin ; mensen die diepvriesmaaltijden in de magnetron steken en liever voor de tv zitten dan een biomaaltijd voor de familie te bereiden, zijn lui, dik en walgelijk. Ik krijg nooit reacties van chefs. Ze willen geen geld aan mijn boek uitgeven en ze hebben geen goede argumenten. Misschien hebben ze het te druk met het plukken van wilde kruiden in de natuur of moeten ze werken aan hun nieuwe kookboek, waarin ze laten zien hoe je een maaltijd in zeven-en-een-halve-minuut klaarmaakt. Ik heb te doen met die chefs. Ze voelen zich verplicht om altijd weer met iets nieuws uit te pakken. Iemand ging door de kookboeken van Jamie Oliver en ontdekte zes variaties van hetzelfde recept, met telkens een lichte wijziging : de ene keer gebraden kip met tomatensaus, de andere keer met basilicum, maar in principe waren het dezelfde gerechten. De nieuwe thema's van de chefs zijn tegenwoordig : 'terug naar de natuur' en 'terug naar de basis'. Alles draait om die Deense kok van Noma, René Redzepi. Hij kwam naar Londen en serveerde in zijn pop-uprestaurant een gerecht met levende mieren. Dat moest je aan het denken zetten over het gebruik van proteïnen. Het was een droevig gebeuren, die levende beestjes op de kool. Zij kwamen met hun pootjes vast te zitten in de room en zwaaiden wanhopig in de lucht. Wat mij ook ergert zijn de spijskaarten waarop gerechten exotisch, mysterieus en chic zijn gemaakt. Ik vind obscure spijskaarten irritant en beschouw het als vernederend om te moeten vragen wat iets betekent. De pub in de wijk waar ik woon heeft Machiavelli-eieren op de spijskaart. Ik dacht dat ze van kippen kwamen die eieren legden op niet te vinden plaatsen, maar het blijkt gewoon een Italiaanse kip te zijn. Men probeert iets extra cachet te geven, om meer geld te vragen. Ik zag ook een 'bunsenbrandersalade' op het menu. Ik vermoed dat de chef in de keuken met de koksbrander aan het spelen was en dacht : ?Wat kunnen we nog meer in brand steken dan crème brûlée ? Laten wij eens proberen met sla." Sla bestaat voor negentig procent uit water, veel zal er dus niet overblijven. Maar ik heb het niet geprobeerd. Ik ben net terug van een schrijversfestival in Australië, waar mijn boek beter werd geapprecieerd. Australiërs hebben een jongere foodiecultuur en ze zijn geamuseerd als iemand hen wijst op absurditeiten. Ik had er een interessant debat met mensen in een kleine stad in een lokaal restaurant met een lokale kok die lokaal eten kookt. Het onderwerp was locavorisme, of hoe geweldig het toch is als je naar de lokale boerenmarkt kunt gaan en lokaal gekweekt eten kunt kopen. ?Maar hoe zit het dan met die arme boer in Afrika ?" bracht ik in. ?Jullie kunnen hier best tevreden zijn met jullie kleine gemeenschap, maar daar wordt die arme man niet beter van." En een lokale boer zei : ?Ik kweek achttienhonderd lammeren, die ik in de lente wil verkopen. Jullie kopen er hier maar twintig op een jaar, dus moet ik ze wel ergens anders verkopen." Om maar te zeggen : lokaal eten werkt niet. Het hele gedoe met foodmiles is hysterie : tomaten die onder de zon worden gekweekt in Spanje en met de vrachtwagen naar Engeland worden vervoerd, belasten het milieu drie keer minder dan tomaten die bij ons in serres worden gekweekt. Van gastro-toerisme moet ik ook niets hebben. Iedereen heeft het nu over de keuken van Peru. De Peruvianen zelf hadden zich nog nooit afgevraagd wat ze al duizenden jaren eten. Ze ontdekten hun eigen keuken toen een journalist van een Australisch reis- en gourmetblad begon te schrijven hoe zij hun eten bereiden in hun charmant-primitieve keuken. Iets wat goed is, kan niet snel zijn : dat is althans de filosofie van de foodist. Voor koken en eten moet tijd worden uitgetrokken, veel tijd. Dat beweren Slow Food-aanhangers. Die beweging, die ontstond in Italië, heeft nu zelfs een eigen Universiteit van Gastronomische Wetenschappen ! Ken jij ergens een universiteit uitsluitend gewijd aan literatuur of wiskunde ? Je zult ver moeten zoeken. Maar voor de Italianen en de foodies is eten natuurlijk belangrijker. Slowfood wordt gepresenteerd als een alternatief voor het westerse dieet, voor de manier van eten en voor de wanhopige manier van leven. Het is een aardig initiatief, maar als je geen drie uur hebt om je eten langzaam te bereiden en langzaam te eten, dan vind ik niet dat je hierover slechte gevoelens moet hebben. Mensen willen graag in iets geloven. Het is aantrekkelijk om je goed te voelen als je de juiste producten met de correcte claims koopt. Dan heb je je die dag moreel verantwoord gedragen. Er is een studie die aangeeft dat bij mensen die biologisch eten kopen, de kans groter is dat ze daarna minder vriendelijk zijn tegen hun medemens. De theorie is dat zij het gevoel hebben dat zij hun morele plicht al hebben gedaan, niet meer hoeven bij te dragen en het recht hebben om onaangenaam te zijn. Het is overigens op geen enkele manier bewezen dat organisch gekweekt eten gezonder is. Er is ook geen enkele manier waarop je de wereld met organisch gekweekt eten kan voeden. Natuurlijk is het mooi om collectief van groene, ongeschonden landschappen zonder industrie te dromen. Maar om dat te realiseren moeten er eerst heel veel mensen doodgaan. De uitvoering is gewoon misantropisch. Ik heb het in mijn boek over bepaalde groenten die minder toxische stoffen bevatten als ze met pesticiden zijn behandeld. Dat komt omdat behandelde groenten minder natuurlijke toxische stoffen nodig hebben om schadelijke insecten op afstand te houden. Aanhangers van de biokeuken trekken zich niets aan van de gemeenschap. Ze verdedigen alleen hun eigen, privé, goedgevoelsrelatie met de aarde. Een deugd van foodies is dat zij respect tonen voor ingrediënten. Maar wat is respect ? Als je leest dat ?een kok een duif met respect behandelt", bedoelt men dan dat hij het dier plukt, kop en vleugels afsnijdt, ingewanden uittrekt, het vlees braadt en in stukken snijdt ? Puur is nog zo'n term die te pas en te onpas door koks wordt gebruikt. Veel ingrediënten zijn door de industrie bewerkt : gerookt vlees, pasteien, noem maar op. En als de industrie de ingrediënten niet bewerkt, dan zijn het de koks die het doen. Puur is onzin. Meer en meer landen nemen het levenspatroon van de Noord-Europese landen aan. De mensen werken meer, hebben minder tijd, zijn meer gestresseerd en daardoor meer geneigd om kookboeken als een vorm van ontspanning te beschouwen en niet als een hulp bij het koken. Zij kopen kookboeken en tegelijk kopen ze klaargemaakte maaltijden, waardoor de paradox groter is geworden. Onderzoek in Engeland heeft uitgewezen dat iemand met tien kookboeken er gemiddeld zes van nooit gebruikt om eten te maken. Hoe meer kookboeken in de kast en hoe meer men kijkt naar kookprogramma's op tv, hoe minder er daadwerkelijk wordt gekookt. Koken is niet meer dan een soort 'lifestylefantasie'. Koken wordt door de media verkocht als huiselijke geborgenheid en comfort. Kookboeken en -programma's doen uitschijnen dat zo lang het goed gaat in je keuken, het leven comfortabel en plezierig is. Vroeger bracht muziek mensen in vervoering, nu voert eten de mensen collectief naar ongeziene hoogtes. Die overdreven aandacht voor eten past in de huidige steriele periode, waarin men zich bewust is van de gevaren van roken, van alcohol aan het stuur en van seks en al de geslachtsziekten die men kan oplopen. Van een smaakexplosie kan men nog zonder risico high worden. Daarom zijn chefs de nieuwe goeroes. Het heersende idee dat je spirituele en intellectuele voordelen uit eten kunt halen is onzin. De fanatieke foodies, de imperialisten van onze smaakpapillen, eisen alle aandacht voor eten. Maar waarom zo veel tijd met eten bezig zijn ? Het is een van de wonderen van de moderne tijd dat wij niet meer verplicht zijn om het leeuwendeel van onze tijd te besteden aan het verzamelen van ingrediënten en het bereiden van voeding, zoals dat tienduizend jaar terug gebeurde. Het geeft ons de mogelijkheid om met andere dingen bezig te zijn. De kracht van voeding is vandaag niet zozeer het eten zelf maar de gezelligheid. En dat staat recht tegenover voedselfascisme. Het mooie van samen aan tafel zitten is vooral de belangstelling die men voor elkaar heeft. Mensen die alleen maar in hun bord kijken, hebben het mis. Niemand hoeft uren in de keuken te staan. Er zijn genoeg trucs om het koken te verlichten en om mee aan tafel te zitten. Misschien kan mijn boek mensen weer aan het denken zetten om voor een normale weg te kiezen. Het is ook mogelijk om plezier te beleven aan eten zonder het te 'fetisjiseren' of het te gebruiken als vehikel voor wedijver of status. De hele hysterie rond koken is één grote zeepbel, zoals de onroerendgoedzeepbel die is ontploft. Ook de kookballon zal uiteindelijk uiteenspatten." You Aren't What You eat, Fed Up With Gastroculture, Union Books, 18,95 pond. In april verschijnt een paperbackversie bij dezelfde uitgever. Info: www.stevenpoole.net DOOR PIETER VAN DOVEREN & FOTO'S OPHELIA WYNNE?Al dat gekakel over paardenvlees... Er gaat niemand dood van paardenvlees" ?Vroeger bracht muziek ons in vervoering, nu worden we collectief high van eten" ?In mijn pub staat een 'bunsenbrandersalade' op het menu. Ik vermoed dat de chef heeft gedacht : wat kunnen we hier nog in brand steken ?"