Het internet is tegenwoordig de grootste oorzaak van onrust in een mensenleven, schreef Annegreet van Bergen onlangs in Elsevier. Het is een grote dwingeland waarop je al te snel de neiging hebt om onmiddellijk te reageren. Vroeger kon je inderdaad de stapel post op een hoek van je bureau leggen en 's avonds de deur achter je dichttrekken. Je zou het dan 's anderendaags of na het weekend wel in een normaal tempo afwerken. Als je een privé-brief kreeg, dacht je rustig na over een antwoord. Nu zeul je de computer overal met je mee, tot het einde van de wereld als het moet. Het is de draad waaraan iedereen blijft trekken en die daardoor wel eens al te zeer gespannen staat. Doordat alles nu à la minute komt binnenflitsen, k...

Het internet is tegenwoordig de grootste oorzaak van onrust in een mensenleven, schreef Annegreet van Bergen onlangs in Elsevier. Het is een grote dwingeland waarop je al te snel de neiging hebt om onmiddellijk te reageren. Vroeger kon je inderdaad de stapel post op een hoek van je bureau leggen en 's avonds de deur achter je dichttrekken. Je zou het dan 's anderendaags of na het weekend wel in een normaal tempo afwerken. Als je een privé-brief kreeg, dacht je rustig na over een antwoord. Nu zeul je de computer overal met je mee, tot het einde van de wereld als het moet. Het is de draad waaraan iedereen blijft trekken en die daardoor wel eens al te zeer gespannen staat. Doordat alles nu à la minute komt binnenflitsen, krijgt het een dwingende kracht. Tijd en afstand blijven echter onverminderd waardevolle factoren bij het brengen van enige relativiteit. We maken makkelijk de fout om te impulsief van de snelle verbinding gebruik of misbruik te maken. De mailbox is vaak als een dreinend kind dat dag in dag uit je aandacht vraagt. Een vriendin van mij stapte onlangs over op een vier vijfde werkregeling, maar ze blijft op haar vrije dag wel on line bereikbaar voor haar collega's en haar assistente. Wat is dan nog een vrije dag, vraag ik me af? Een dag die je niet betaald krijgt, maar waarin je het toch niet geoorloofd vindt om de schakelaar om te zetten? We zijn zover gekomen dat mensen wel gaan onthaasten, zich daar weer schuldig over voelen en dan zichzelf wijsmaken dat wat tokkelen op zo'n computerklavier niet werken is. Mensen stellen je over het internet ook de meest intieme vragen die ze misschien aan de telefoon niet over hun lippen zouden krijgen. Zo kreeg ik vorige week het verzoek of ik een interview wou geven voor een gezondheidspagina van een krant. Ik had in een andere krant gesproken over verlies en aftakeling. De journaliste vermoedde dat het over mijzelf ging en in dat geval wou ze mijn verhaal graag optekenen. Ik heb haar meteen geantwoord dat ik alive and kicking ben. Maar eigenlijk had ik moeten repliceren dat ik haar vraag erg impertinent vond. Dat ze de dunne grens had overschreden, die ook op internet geldt. Ik voelde haar vraag als een ongegeneerd binnengluren in mijn privé-sfeer. Ik had al veel prijsgegeven, maar ze wou nog meer. Zeker weten dat ze me persoonlijk of telefonisch nooit dezelfde vraag had durven te stellen. Ze had dan immers gevoeld hoe fel mijn reactie was. Dat had haar allicht in verlegenheid gebracht. Nu werd alles op dat koele scherm gereduceerd tot een haast onpersoonlijke uitwisseling van quasi neutrale informatie. Andere dingen nemen dan weer buitengewone proporties aan op het net. Na seks is informatie over gezondheid, of liever over ziektes, het populairst. Mensen gaan op zoek naar een verklaring voor symptomen die ze bij zichzelf menen waar te nemen. Over elke vreemde ziekte is er een massa te vinden op internet. Alleen is het niet zo eenvoudig om dat allemaal op zijn geloofwaardigheid te toetsen. Je riskeert nog meer overstuur te raken door wat je allemaal bij jezelf kunt ontdekken. Cyberchondriacs lopen met een bundeltje van het scherm afgeprinte informatie naar de dokter en weten hem precies te vertellen wat er mis met ze is. Dat worden ook vaak shoppers, want ze geloven de arts die hen tegenspreekt niet en gaan elders op zoek naar bevestiging. Het enige wat ze werkelijk nodig hebben, is iemand die hun computer onklaar maakt en een psychiater die hen van hun cybercondria geneest. Zelfs dat is te vinden op het net. In Groot-Brittannië werd onlangs Psychology on Line gestart. Mensen met lichte psychische problemen kunnen bij een staf van ervaren psychologen terecht, volgens afspraak en tegen betaling voor een consult van vijftig minuten, terugbetaald door de verzekering of het ziekenfonds. Ook een manier om wachttijden van negen maanden te bestrijden. TESSA VERMEIREN