Net voor de landing op de LAX-luchthaven van Los Angeles scheert het vliegtuig over Playa Vista, een drooggelegd moeras aan de oceaan, waar binnenkort de werf moet verrijzen van DreamWorks SKG. Omdat het project op grote tegenkanting botste, vooral van ecologisten (het gaat om het laatste onbebouwde gebied van Los Angeles county en een vitale plek voor bedreigde trekvogels), blijft het voorlopig alleen maar bij ijdele dromen. De DreamWorks studio's liggen vooralsnog verspreid over een half dozijn locaties in de streek. Inmiddels kan de studio wel uitpakken met een gloednieuw animatiecentrum in Glendale, net voorbij de concurrerende fabrieken van Disney en Warner in Burbank. Hier wordt met man en macht gewerkt aan de voltooiing van The Prince of Egypt, eind december in de bioscoop te bewonderen. De eerste lange tekenfilm van DreamWorks vertelt het verhaal van Mozes en de vlucht uit Egypte. Het bijbels epos dat Cecil B. DeMille al inspireerde tot de onsterfelijke religieuze super-kitsch van De Tien Geboden, wordt dit keer ondersteund door een opera-achtige score van huiscomponist Hans Zimmer en liedjes van Stephen Schwartz. Val Kilmer, Ralph Fiennes, Sandra Bullock, Michelle Pfeiffer, Jeff Goldblum, Steve Martin en Danny Glover lenen hun stem aan de personages.

Het allereerste dat in het oog springt als ik deze animatiestudio voor de 21ste eeuw bezoek, is niet de spitstechnologie (dankzij de investeringen van Silicon Graphics, Microsoft en Pacific Data Images trouwens ook niet mis), maar het feit dat de gangen van de studio vol ouderwetse prikborden hangen waarop de hele film schematisch getekend staat. De lange story board is in drie aktes verdeeld, met telkens aparte vakjes voor personages en verhaal. Plus allerlei suggesties van het research department, van schetsen van Egyptische sandalen tot constructietekeningen van de piramides. Maar de belangrijkste leidraad voor het legertje animators is wat in het jargon "emotional beat-board" heet: aan de hand van kleuren die elk een emotie weergeven wordt voorspeld hoe het publiek op elke scène zal reageren. En in aanpalende gangen krijg je al voorproefjes van de toekomstige tekenfilmprojecten: El Dorado, een epos over de conquistadores en de indianen; Antz, de eerste integraal met de computer gemaakte film van het bedrijf; Shrek!, een verfilming van de kinderboeken over een mensenetende reus; Spirit, een origineel verhaal over een verwilderd prairiepaard.

De avondvullende tekenfilm is sinds enkele jaren in Amerika een hoogst lucratieve zaak, en zoveel mogelijk studio's proberen een deel van de koek te veroveren. De eerste aanvallen tegen de suprematie van Disney in dit domein ( Anastasia van Fox en The Magic Sword van Warner Brothers) brachten de Mickey Mouse-studio zeker geen onherstelbare schade toe.

Dat zou wel eens kunnen veranderen met The Prince of Egypt. De twintig minuten lange demonstratiefilm is in ieder geval een verbluffend staaltje van klassieke tekenfilmkunst in combinatie met digitale technologie: van de grandioze taferelen van slavendrijvend Egypte over een Ben-Hur-achtige wagenrace van Mozes en Ramses door een antieke stad, tot de doortocht door de Rode Zee, compleet met 600.000 door de computer ingebrachte figuranten.

Animatie is het troetelkind van ex-Disney-bons Jeffrey Katzenberg, die intens betrokken is bij elke fase van het slopend proces. Zo werd bij de character design van Mozes duidelijk naar Liam Neeson gelonkt, een ideetje van Jeffrey, zo weet een van de enthousiaste medewerkers. De link naar de ster uit Schindler's List zal wel geen toeval zijn bij een tekenfilm over de joodse diaspora, waarbij ook Spielberg zich ten zeerste emotioneel betrokken voelt, en die intussen al de bijnaam The Zion King kreeg. Katzenberg legde zijn script ook voor aan een driehonderd religieuze leiders (van rabbijnen en imams tot fundamentalisten), in de hoop zo elke historische faux pas te vermijden.

Anders dan Disney is het DreamWorks niet om de heerschappij over de kinderziel te doen: Prince of Egypt mikt op een publiek van adolescenten en volwassenen. Bovendien leent het verhaal zich ook niet tot grappige terzijdes, een ernstige toon die ook de voor een tekenfilm broodnodige merchandising uitsluit. Een volgens insiders gevaarlijke gok, maar die dan wel aan de artistieke ambitie van het project is gewaagd: het uitwissen van de grenzen tussen animatie en live action.

Voor Katzenberg staat er in ieder geval heel wat op het spel. Zo heeft hij nog een eitje te pellen met zijn vroegere werkgever Michael Eisner. Een slepend geschil over de royalty's die hij eiste voor Disney-hits geproduceerd onder zijn bewind (zoals Beauty and the Beast, Aladdin en The Lion King) werd uiteindelijk in der minne geregeld. Maar volgens velen hangt het voortbestaan van DreamWorks aan een zijden draadje, en moet The Prince of Egypt de blockbuster worden die de studio definitief solvabel maakt. (De eerste DreamWorks-producties, The Peacemaker en Amistad, deden het matig aan de kassa; voor de eerste hit Deep Impact moet de studio de winst delen met cofinancier Paramount.)

In de daglange rondleiding door de Californische animatiestudio is ook een halfuurtje voorzien met Jeffrey Katzenberg. Daarvoor moet ik tijdens de lunchpauze van Glendale naar het verderop gelegen hoofdkwartier van Amblin Entertainment, de eigen productiemaatschappij van DreamWorks-partner Steven Spielberg. De succesvolste filmmaker van de planeet komt trouwens net het kantoor van Katzenberg uitgewandeld.

Als ik zie hoeveel geduld er vereist is om zo'n animatiefilm tot een goed einde te brengen, vraag ik me af hoe u het klaarspeelt om nooit de moed te laten zakken. Hoe houdt u er bij uw team het enthousiasme in?

Jeffrey Katzenberg: Ik weet het zelf niet. Ik hou ontzettend van het proces van een tekenfilm, het werken op cells, omringd door die animatieploeg, wetend dat er over een periode van vier jaar in samenwerking met vier- tot vijfhonderd kunstenaars honderdduizenden kleine beslissingen moeten genomen worden die uiteindelijk iets moois zullen opleveren. Misschien is het de complexiteit en de omvang van de operatie die het zo onweerstaanbaar maakt. Ik moet er zelf om glimlachen omdat het in totale tegenspraak is met mijn karakter. Zelf ben ik erg ongeduldig, maar toch voel ik me aangetrokken tot de traagste vorm van filmmaken die er is, waar je maar heel laat de vruchten van plukt. Het is mijn taak ervoor te zorgen dat het enthousiasme van het team nooit afneemt.

Natuurlijk ga ik zelf wel eens twijfelen. Wie nooit twijfelt of bang is, is niet menselijk. Wat we met Prince of Egypt aan het doen zijn, is erg riskant - het is per slot van rekening een nieuwe soort animatiefilm die we willen creëren. Ik kan me vergissen, maar ik denk dat het ons zal lukken.

U wilt met The Prince of Egypt een revolutie teweegbrengen in de Amerikaanse animatiefilm?

Revolutie is een groot woord, misschien is evolutie een betere term. Zeventig jaar lang is de animatietechniek alleen maar gebruikt voor één type verhaal: sprookjes voor kleine kinderen. En in de loop der jaren zijn er magere en vette jaren geweest voor animatie. Zelf heb ik bij Disney een van die succesgolven kunnen meemaken. Met de jaren is ook de misvatting gegroeid dat animatie een genre is, terwijl het alleen maar een techniek is die op elk genre kan toegepast worden. Maar in Amerika volgt iedereen de weg die door Disney werd geëffend. Wij bij DreamWorks gaan nu de technieken van de animatiefilm voor andere doeleinden gebruiken. Een jaar voor het opstarten van DreamWorks bracht Spielberg in de zomer Jurassic Park in de bioscoop en met kerstmis Schindler's List. Geen groter contrast denkbaar. Het enige wat ze met elkaar gemeen hebben, is hun live action-techniek. Waarom zou dit ook niet met animatie kunnen? Waarom moeten het altijd sprookjes zijn, waarom kun je met animatie geen Indiana Jones-avontuur maken, of een film à la David Lean of Martin Scorsese? Volgens mij zijn animatiefilms de kindermatinee ontgroeid. Of het publiek er klaar voor is, weten we in december.

Beweerd wordt dat Prince of Egypt een gigantisch succes moet zijn, dat DreamWorks anders wel eens over kop zou kunnen gaan.

Nee, het is voor ons niet levensnoodzakelijk dat we records verbrijzelen. Toen ik in 1984 bij Disney kwam, duurde het vier jaar voor we konden uitpakken met Oliver and Company, en een jaar later met The Little Mermaid. En het heeft nog jaren geduurd eer we scoorden met Aladdin en The Lion King. En toch gaat het hier om een bedrijf met een even grote reputatie als traditie, een animatiestudio met uitrusting en personeel. Tien jaar later hebben we DreamWorks opgestart, en zijn we zonder een dak boven ons hoofd met niks begonnen, zelfs geen potlood. En vier jaar later produceren we Prince of Egypt. Waarom zou onze eerste animatiefilm meteen tweehonderd miljoen dollar moeten opbrengen? Nonsens! Ik zou verrast zijn mocht dat gebeuren. Het is niet omdat we het succes van The Lion King niet kunnen evenaren dat we in ons opzet zijn mislukt. Trouwens, bij Disney zelf kunnen ze de box office van de The Lion King niet meer evenaren. De vraag die me veel meer bezighoudt luidt: kunnen we een goede film maken?

Eerst raakte de entertainmentwereld maar niet uitgepraat over DreamWorks, nu speculeert iedereen over jullie toekomst.

Ik zal je zeggen hoe dat komt. DreamWorks werd opgericht door drie mensen die in hun leven en carrière op een punt waren aanbeland dat ze makkelijk op hun lauweren konden rusten. Wat mensen opwindend vinden, is dat we in de derde akt van onze carrière bereid zijn om alles in de weegschaal te gooien. Steven en David zijn miljardairs. Voor het geld moeten ze het zeker niet doen. Ik ben het arme broertje (lacht). Het gaat ons niet om het geld, maar om het plezier. Bij het opstarten van DreamWorks konden we op veel steun en sympathie rekenen. Veel mensen uit de entertainmentindustrie stonden achter ons. Maar dan gebeurde het onvermijdelijke: mensen werden ongeduldig omdat ze snel resultaten wilden zien. We zijn nu drie en een half jaar later, de hype hebben we gehad, maar waar zijn de resultaten? Wel, ik kan je verzekeren dat we de wereld de komende negen maanden zullen laten zien wat we al die tijd aan het doen waren. Jij hebt zopas met eigen ogen onze splinternieuwe animatiecampus in Glendale gezien. Dát heb ik de laatste twee jaar uit de grond gestampt: het meest ongelofelijke animatiecentrum op de planeet. Een werkplek waar animatoren zich creatief kunnen uitleven, gebruikmakend van de nieuwste digitale technologie.

Ze nu zelf: als je daar hebt rondgewandeld, kun je dan nog twijfelen aan de inzet van al die honderden mensen? Kun je dan nog twijfelen of het gaat om een eenmalig experiment waarvan we wel zien of het lukt, of integendeel om een investering op lange termijn? Heb je enig idee hoeveel inspanningen het vereiste om dit terrein te vinden, om die studio's te ontwerpen en te bouwen, architecten en aannemers te huren, om alles in te richten en uit te rusten met de vereiste spitstechnologie, om het vereiste tekentalent in huis te halen?

Wat is voor u de grootste verdienste van The Prince of Egypt?

De emoties die van de prent uitgaan. Ik moet huilen als ik eraan denk. Ik geraak er gewoon door meegesleept, niet door de techniek, niet door de kwaliteit van de animatie, maar puur door de impact van het verhaal. Ik ga er zo in op dat ik compleet vergeet dat het om animatie gaat. Voor mij wordt het na twintig seconden live action. Die muur die er bij een animatiefilm gewoonlijk tussen de toeschouwer en de film staat, wordt gesloopt. Ik ben apetrots op de emotionele kwaliteit van de film.

Nieuw is dat toch niet. Ook de grote Disney-tekenfilms appeleren aan de emoties van de toeschouwer.

Natuurlijk. Zal ik je wat verklappen over het maken van Beauty and the Beast? Voor ons was het belangrijkste moment de scène waarin het Beest tegen Belle zegt: "Ik heb je tenminste nog een keertje kunnen zien." Voor ons was dit moment de bestaansreden van de film. Was het publiek toen niet in snikken uitgebarsten, dan hadden we gefaald. En ik garandeer je dat als in Prince of Egypt de Rode Zee opengaat, de toeschouwer het moeilijk zal hebben om zijn emoties te bedwingen, ongeacht of je nu zeven of zevenenzeventig jaar oud bent.

Met wie je hier ook praat: altijd valt de naam Disney. Het blijft dé maatstaf voor de hele sector. Irriteert u dat?

Nee, niet in het minst. We zijn allemaal de erfgenamen van Walt Disney. Ik heb de man persoonlijk nooit ontmoet, maar ik kan je verzekeren dat ik bijna alles wat ik weet van hem heb geleerd. Zijn geest, zijn erfenis, zijn techniek, het leeft allemaal voort. Walt Disney was mijn leermeester. Ik hoop dat ik die funderingen nu kan gebruiken om er iets totaal anders mee te doen.

Maar om eerlijk te zijn en op het gevaar af verwaand te klinken: ik denk niet dat DreamWorks na twee of drie animatiefilms nog met Disney zal vergeleken worden. Zoals mensen toch ook Woody Allen niet vergelijken met Spielberg of James Cameron.

Enkele maanden geleden sprak ik met een beroemde Hollywoodregisseur, die niet wil geciteerd worden. Hij wenste DreamWorks oprecht het beste toe, maar zei dat realistisch gesproken zo'n studio niet kan overleven in de huidige situatie, dat een studio om te overleven noodzakelijk deel moet uitmaken van een grotere groep. Hij voorziet dat DreamWorks vroeg of laat zal opgekocht worden door een media- en entertainmentgigant.

We zijn een privé-maatschappij en we willen dat ook zo houden. We opereren niet volgens het oude concept van een filmstudio omdat we gewoon geen traditionele filmstudio zijn. Je mag ons niet vergelijken met Warner Brothers, Universal of Paramount. Een buitenstaander begrijpt niet hoe we eens op kruissnelheid gekomen, winstgevend kunnen zijn door jaarlijks niet meer dan zeven speelfilms, een of twee animatiefilms, een handvol tv-shows en een bescheiden aantal cd's uit te brengen. Deze sceptici begrijpen niet hoe we onze business hebben opgezet. Ze kijken naar al die andere maatschappijen en vinden dat we te kleinschalig zijn om te overleven. Maar zij zijn degenen die naïef zijn. Ik kan je verzekeren dat we al kolossaal veel pech moeten hebben om op onze bek vallen. Gelukkig maar blijven veel mensen ons het beste toewensen. Noem het gerust de David-en-Goliath-factor. Soms voelt het goed om de underdog toe te juichen.

Patrick Duynslaegher