Limburgers hebben de neiging een beetje zenuwachtig te worden als hun provincie en Bokrijk in een en dezelfde zin genoemd worden. Nochtans levert het museum meer dan prima werk, door een niet eens zo ver verleden te bewaren dat we overal te lande met veel enthousiasme hebben gesloopt. Soms probeer ik me die wereld van toen voor te stellen. Stiller was hij zeker, meer in harmonie met de natuur, ongetemder en mysterieuzer. Idyllischer ook, zo lijkt mij. Al was het leven ongetwijfeld hard in de afgelegen boerderijtjes van de Limburgse Kempen.
...

Limburgers hebben de neiging een beetje zenuwachtig te worden als hun provincie en Bokrijk in een en dezelfde zin genoemd worden. Nochtans levert het museum meer dan prima werk, door een niet eens zo ver verleden te bewaren dat we overal te lande met veel enthousiasme hebben gesloopt. Soms probeer ik me die wereld van toen voor te stellen. Stiller was hij zeker, meer in harmonie met de natuur, ongetemder en mysterieuzer. Idyllischer ook, zo lijkt mij. Al was het leven ongetwijfeld hard in de afgelegen boerderijtjes van de Limburgse Kempen. Eindeloze, stugge heidegronden waren het daar, waarin generaties boeren wroetten. Eeuwenlang bleef alles er hetzelfde, tot er honderd jaar geleden plots vreemdsoortige constructies verschenen. Kathedralen van industrie en vooruitgang, die het leven in geen tijd onherroepelijk zouden veranderen. Want er was steenkool gevonden in de Limburgse ondergrond, de energie van de nieuwe tijden die treinen deed rijden, oceaanstomers voortstuwde en de hoogovens liet opvlammen. Boerenzonen lieten hun ploeg op stal om in de mijnen hun geluk te beproeven. Van heinde en ver stroomde werkvolk toe, want het leven beloofde hier goed te worden. Kanalen werden gegraven, spoorlijnen getrokken en woonwijken gebouwd. Dorpjes die ooit verscholen lagen in het groen, groeiden uit tot industriestadjes, onherkenbaar veranderd in nauwelijks enkele decennia. Onze leefomgeving werd er dan niet fraaier en gezonder op, we wonnen aan comfort, rijkdom, hoop en kansen. En nu, nauwelijks honderd jaar later, is het alweer voorbij. Al decennia staan de mijngebouwen te verkommeren, schiet het onkruid hoog op tussen hallen waarin weer en wind vrij spel hebben. Buitenmaatse getuigen van een industrieel systeem dat mensen tot nietige werkmieren reduceerde. Maar ook monumenten van menselijk vernuft, durf en daadkracht. Ze waren niet bang om de zaken aan te pakken, daar op dat scharniermoment tussen de negentiende en de twintigste eeuw. We zijn weer op zo'n moment aanbeland, waarop de oude wereld vergaat en een nieuwe zich aankondigt. Zekerheden als onze banken, munt en instellingen wankelen. Meer van hetzelfde zal ons redden, roepen sommigen. Meer autosnelwegen, meer verkavelingen, meer kerncentrales, meer distributie, meer shopping centers : ze hebben ons welstand gebracht, en zullen dat blijven doen. Is dat nu de keuze waar we voor staan : meer van het oude, of terug naar Bokrijk ? Niet echt, want er begint zich steeds duidelijker een derde weg af te tekenen. Een groene economie waarin clusters van kleine bedrijven veel flexibeler en veerkrachtiger zullen zijn dan de reuzen op lemen voeten die onze grote industrieën uiteindelijk bleken te zijn. Waarin cleantech (materiaal- en energiezuinige technologie) zal boomen en concrete oplossingen zal aandragen voor onze gigantische milieuproblemen. Een maatschappij waarin de heropleving van de lokale economie en productie een alternatief biedt voor de globale just in time-distributie, waarvan de brandstof- en milieukosten steeds hoger zullen oplopen. Een samenleving waarin de zorg voor en het herstel van natuurgebieden een volwaardige en levensnoodzakelijke economische activiteit zal zijn, en waarin zon en wind voor schone, eindeloos hernieuwbare energie zorgen. Het is een nieuwe wereld waarin Limburg met een voorsprong aan de start verschijnt. De provincie boekt successen met de regionale samenwerking over taal- en landsgrenzen heen, en haalt zo de banden aan met Duitsland en Nederland, die al veel verder staan op het gebied van de groene economie. Ze experimenteert met een gedurfd verkeersbeleid, zoals de gratis bussen in Hasselt, de vergevorderde plannen voor drie sneltramlijnen door de provincie, en de continue aanleg van nieuwe fietspaden. Het Nationaal Park Hoge Kempen is een voorbeeld van natuurbehoud en -herstel voor heel Vlaanderen. En met de multiculturele samenleving hebben ze hier allang ervaring. Voorzichtig beginnen er zich weer activiteiten te ontplooien op de mijnterreinen die er decennialang verweesd hebben bijgelegen. Het zou mooi zijn als deze plekken honderd jaar later opnieuw het speerpunt worden van een nieuwe, bruisende economie. Jan.haeverans@knack.beJan Haeverans, eindredacteurWe zijn weer op zo'n moment aanbeland, waarop de oude wereld vergaat en een nieuwe zich aankondigt.