Het wordt een sombere, conventionele winter voor de man. Dat heeft niets met gemoedstoestanden te maken. De mannenmode heeft het, in cijfers uitgedrukt, nooit zo goed gesteld. De sector groeit op dit moment bijna dubbel zo snel als die van de damesmode, en dat is grotendeels te danken aan de toegenomen koopkracht van China. Luxe is daar nog altijd een mannenzaak.
...

Het wordt een sombere, conventionele winter voor de man. Dat heeft niets met gemoedstoestanden te maken. De mannenmode heeft het, in cijfers uitgedrukt, nooit zo goed gesteld. De sector groeit op dit moment bijna dubbel zo snel als die van de damesmode, en dat is grotendeels te danken aan de toegenomen koopkracht van China. Luxe is daar nog altijd een mannenzaak.De mode speelt komende winter op veilig, met hier en daar een uitzondering. Mannen met het inkomen voor een dure garderobe hebben door de regel een conservatieve smaak, en daar wordt nog meer dan vroeger rekening mee gehouden. Je blijft als merk beter jezelf. Kim Jones, die voor Louis Vuitton zijn tweede mannencollectie presenteerde, heeft dat goed begrepen. De show was krachtig, met discoproducer Giorgio Moroder aan de mixtafel. Maar de kleren waren duidelijk bestemd voor het soort mannen dat zich een pak van Vuitton kan veroorloven. Zie ook : Véronique Nichanian voor Hermès (goed op dreef met looks in aubergine en donkerblauw). De wintergarderobe is behoorlijk conventioneel. Het valt wel op dat ook jonge merken met een hoog modequotiënt traditioneel denken. De jongens van Viktor & Rolf Monsieur zien er, ondanks hun extrabrede schouders en lederen tuinbroeken, even gewoon uit als die van Jean- Paul Gaultier, of die van de Amerikaanse ontwerper Adam Kimmel (geïnspireerd door de uniformen op een luchtmachtbasis). Dan toch liever de berekende durf van Riccardo Tisci voor Givenchy die halsstarrig jongens in rokken blijft stoppen (een fijne collectie in het teken van de Stars & Stripes). Of Ann Demeulemeester, die een harder, grungy silhouet neerzet (veel dégradés : van wit naar zwart). In Milaan waren veel shows min of meer voorspelbaar. Corneliani had een Great Gatsby-moment (wollen mantels en truien). Bij Ermenegildo Zegna waren er dandy's uit de seventies, Forest Fire van Lloyd Cole op de soundtrack. Er was rockchic bij John Varvatos (zoals gewoonlijk) en folkchic bij Roberto Cavalli (met liveperformance van een bluesman), en het Belgische Les Hommes, terug op de catwalk. Ontwerpers Tom Notte en Bart Vandebosch keken naar Peru, met veel chunky breiwerk en felgekleurde sjaals. Hier en daar was er zelfs operachic. Dolce e Gabbana zocht bijna letterlijke inspiratie in het tijdperk van Giuseppe Verdi (jasjes en mantels met gouden Sergeant Pepper-borduursels en ander stijfs). Meer van hetzelfde, maar toch anders, bij Prada, dat een hoop acteurs als modellen had ingehuurd : Jamie Bell, Adrien Brody, Willem Dafoe, Emile Hirsch, Gary Oldman, Tim Roth. Toen de acteurs de scène betraden, klonk enthousiast applaus. Dat heet : gemakkelijk scoren. Prada beschreef de opvoering als "een filmische karakterstudie, waarbij mannelijke archetypes en formele kledingcodes ondermijnd worden". Wij zagen iets heel anders : Duits (of erger, Oostenrijks) aandoende operettemantels, cummerbunds en andere morning coats. Geherinterpreteerd voor de eenentwintigste eeuw, dat wel. En die beroemde koppen zagen er in hun ironische pakjes alleen maar ongemakkelijk en onaantrekkelijk uit. We kregen terstond een groter respect voor het modellenmetier. In Parijs bracht Thom Browne een even theatraal schouwspel : een parade van punks en jocks die je eerder in een kitscherige muzikale komedie zou verwachten. De punks droegen krappe pakken (met of zonder metalen studs), de jocks waren gekleed in sports-wear met opgeblazen proporties (reusachtige schouders en billen als voetballen zo groot). Het was geen gezicht, en zelfs niet echt geestig, maar Browne drukte wel een van de grote thema's van het seizoen uit - dat elke man twee persoonlijkheden heeft. Een superheld (tenminste in het diepst van zijn gedachten) en een Clark Kent. Een stoere macho en een verfijnde gentleman. De categorie van de boude macho werd in Milaan en Parijs vertegenwoordigd door een hoop andere merken. Voor Jil Sander boetseerde Raf Simons een soort Wehrmach-kapitein (de ontwerper zou het zelf allicht niet eens zijn met die vergelijking), van top tot teen uitgevoerd in angstaanjagend zwart leder. Sommige outfits waren versierd met marinekapjes, waarop cartoonvissen stonden afgebeeld, met een dopje op de bek - zoals de plasticflesjes met sojasaus in Japanse restaurants. Die absurde, vertederende details maakten de collectie op de valreep verteerbaar. Stefano Pilati, in vorm bij Yves Saint Laurent, had een vergelijkbare visie, die hij perfect executeerde. Zoals in het geval van een zwarte blazer met zwartlederen revers, gedragen over een zwartlederen blouse. Naast de bullebakken zagen we dus nogal wat incarnaties van de traditionele gentleman. In negentiende-eeuwse versie bij Prada en Dolce e Gabbana, en ook bij Gucci, waar Frida Giannini verwees naar Les fleurs dumal en Oscar Wilde. Dries Van Noten had het ook over de schrijver, in kalligrafische teksten die op het decor van zijn show waren geschilderd, maar ook afgedrukt op enkele witte hemden, jassen en mantels. Van Noten combineerde zijn klassiekers (donkere mantels met witte kragen, pakken met een sixtiessnit) met iets wilds, maar het geheel oogde misschien lichtjes geforceerd. De gentleman droeg hakken bij Bottega Veneta, een duffelcoat van 125 cm lang bij Emporio Armani en een fonkelende cape bij Mugler. Hij was zwart, gemaskerd en gekleed in een technicolor pak, met zwartlederen wandelstok, bij Walter Van Beirendonck. Bij Burberry Prorsum waren er forse, met studs versierde paraplu's. En jongens in elegante, strakke pakken, waarover soms een ultrakorte donsjas werd gedragen. De collectie kreeg als titel : The Gentlemen. Rest de vraag : wat hebben ontwerpers met Sherlock Holmes ? Militaire ensceneringen waren er dit keer in overvloed. Te beginnen bij Umit Benan, die voor zijn catwalkdebuut een legerbarak herbouwde : soldaat onder de douche, soldaat op stapelbed, soldaat met halters, soldaat achter strijkplank. Leuk, maar iets nieuws viel er in feite niet te rapen. Kris Van Assche had bij Dior Homme ook een militaire fantasie, maar die was verfijnder. Geen stormtroepen op zijn immense catwalk, maar proper gewassen miliciens in fijne, olijfgroene sportswear : capes met ritsen achteraan, en enkele mooie, binnenstebuiten gekeerde jassen (de collectie van Kris Van Assche voor zijn eigen lijn was dit keer overigens uitmuntend : een mooie match van tailoring en workwear). Versace koos voor een zorgeloze oefening in machopostuur. In de handen van Donatella Versace wordt de notie van viriliteit zo overdreven dat het resultaat iets heel anders wordt. Hoe lekker is een jongen in een leren jekker, versierd met flikkerende kristallen ? Er zijn andere merken die macho zo opblazen - zie Dolce e Gabbana, Dirk Bikkembergs. Maar Versace is in dat rijtje allicht de enige die van absolute kitsch toch echte mode weet te maken. Donatella doet precies hetzelfde als Miuccia : ze zet archetypes op hun kop. Ze heeft er alleen niet zoveel woorden voor nodig. En de celebrity's (Italiaanse voetballers, dit keer) zitten waar ze horen, braafjes op de front row. De overtuigendste collecties mijden clichés. De beste ontwerpers brengen de mode vooruit. Ze verwarren kleren niet met carnavalsvermommingen. Lanvin had in Parijs nog maar eens een bijzonder sterke show, met weliswaar erg formele mantels en pakken. De klankband weifelde tussen klassiek en techno. En de collectie zweefde tussen klassiek en futuristisch. Met als hoogtepunt een reeks ingenieuze hybriden van traditionele jassen met bomberjacks of donsjassen. Italo Zucchelli, van Calvin Klein Collection, is iets minder inventief, maar zijn gesublimeerde sportswear ( hoody's met kap van krokodillenleder) is tenminste voor nu. Net als de pakken van nieuwkomer Paul Surridge voor Z Zegna. Bij Kenzo, in de ateliers van de Parijse metromaatschappij, liepen de modellen in vrolijke, jonge outfits (feloranje, paisley) door bogen van neon. Het lijkt erop dat het duo achter Opening Ceremony het Franse merk met brio naar de toekomst leidt. Bij kolor, dat dit seizoen zijn langverwachte debuut maakte op de catwalk in Parijs, speelde ontwerper Junichi Abe met de codes van de mannengarderobe. Chic, slim, rechttoe rechtaan, en uitermate draagbaar. Met ons favoriete jasje voor komende winter : een blazer in ribfluweel met dubbele kraag in denim en konijnenbont. Raf Simons nodigde uit in een piepklein zaaltje, voor beperkt publiek. De ontwerper, die zijn bedrijf terug in eigen handen heeft, keert in zekere zin terug naar zijn beginjaren, toen hij het schooluniform als standaard voor de mannenmode uitvaardigde. De jongens van 2012 dragen puike shorts, dip-dye sweatshirts, over-sized teddyjassen, met slierten van geverfd haar op de rug en een soort cloche op het hoofd. Een krantenjongenslook voor een papierloos tijdperk. DOOR JESSE BROUNS