Achtentwintig jaar na de lancering van de legendarische Golf GTI staat de vijfde generatie in de showrooms. Wat het icoon van de betaalbare sportieve compact zou worden, werd in 1976 met een 1.6-litermotor, benzine-injectie en 110 pk voorgesteld. Het sportieve geheel, destijds de favoriet van de Bende van Nijvel, woog toen 820 kg. De vijfde generatie kreeg een 2-literturbomotor, directe benzine-injectie en 200 pk mee en weegt 1310 kg. De sportieve reputatie die in de loop der generaties wat verloren was gegaan, i...

Achtentwintig jaar na de lancering van de legendarische Golf GTI staat de vijfde generatie in de showrooms. Wat het icoon van de betaalbare sportieve compact zou worden, werd in 1976 met een 1.6-litermotor, benzine-injectie en 110 pk voorgesteld. Het sportieve geheel, destijds de favoriet van de Bende van Nijvel, woog toen 820 kg. De vijfde generatie kreeg een 2-literturbomotor, directe benzine-injectie en 200 pk mee en weegt 1310 kg. De sportieve reputatie die in de loop der generaties wat verloren was gegaan, is helemaal terug. Het front, met het traditionele rode biesje van weleer, vertoont een sterk karakter, de stoelen houden rijder en passagier klemvast in hun greep, onder de auto staan prachtige, open velgen en onder de kap steekt de TFSI-motor van de Audi A3, in ons geval gekoppeld aan de sequentiële DSG-zestrapsautomaat. Dankzij een variabele inlaatcollector en nokkenastiming levert de auto bovendien een fraai koppel van 280 Nm, dat onafgebroken tussen 1800 en 5000 toeren ter beschikking staat en ongetwijfeld de grootste vooruitgang van de jongste jaren betekent. Achter het stuur valt een gevoel van stevigheid en sérieux op, zoals we dat nog nooit in een Franse of Italiaanse auto hebben meegemaakt. De rijder heeft de keuze tussen manueel sequentieel schakelen of gewoon automatisch rijden. Die laatste keuze kan verbazen, maar blijkt een zegen in de file, net als de elektrische stuurbekrachtiging overigens. Eenmaal op weg valt de stevige duw in de rug op en de indrukwekkende grip : puur genot voor de échte autorijder. Al valt de versnelling niet eens hard op : door de filtering van geluiden en de stevige body lijkt de GTI niet zo snel vooruit te komen, maar de cijfers en metingen weten wel beter : in minder dan 7,5 seconden naar de 100 km/uur (dat was 9 seconden voor de eerste generatie) is een heel fraaie prestatie. Toch ligt de voornaamste kwaliteit elders : de GTI, die niet eens oncomfortabel hard is afgeveerd, is nauwelijks uit het spoor te krijgen en komt met zijn ruim bemeten remmen met sexy rood geverfde remklauwen feilloos tot stilstand. Liefhebbers van een wat nerveuzer rijgedrag denken dat ze de ESP stabiliteitscontrole kunnen uitschakelen, maar in werkelijkheid is het nooit helemaal weg, het grijpt alleen wat later in. En fungeert daarmee als een discrete engelbewaarder, die altijd welkom is op een dag van zelfoverschatting. Onderweg dromen we even van een GTI met het oorspronkelijke gewicht en het huidige potentieel. Maar dat is niet fair. In die 500 kg extra steken de veiligheidsvoorzieningen (steviger structuur, ABS, airbags allerhande) en die wegen wonderlijk genoeg niet eens op het verbruik : de vijfde generatie verbruikt op papier net evenveel als de oer-GTI. Dat noemen we vooruitgang.Pierre Darge