"Comfort voor crisistijden" luidde het verdict na afloop van het Lacostedefilé in februari. Net als de stad zelf, kreunde de New Yorkse modeweek onder een stroom van economische rampberichten, en dus werden de getoonde collecties meteen door een crisisbrilletje bekeken.
...

"Comfort voor crisistijden" luidde het verdict na afloop van het Lacostedefilé in februari. Net als de stad zelf, kreunde de New Yorkse modeweek onder een stroom van economische rampberichten, en dus werden de getoonde collecties meteen door een crisisbrilletje bekeken. Onterecht, haast Christophe Lemaire zich te zeggen, tijdens onze afspraak in het Tribeca Grand Hotel. De 43-jarige ontwerper nam in 2000 het creatieve roer bij Lacoste over van Gilles Rosier en werkte sindsdien hard aan de verjonging van het label. Naast een strakker silhouet maakte hij ook werk van hippe samenwerkingsverbanden, zoals die met de bekende Brits-Iraakse architecte Zaha Hadid, voor sneakers (tot 4 oktober verkrijgbaar in de Brusselse Taschenwinkel) en met de Braziliaanse designerbroers Campana voor polo's (verkrijgbaar vanaf december in Lacosteboetieks). "Ik begrijp dat men een verband legt met de crisis", zegt Lemaire, "maar deze collectie stond al langer in de steigers. Ik heb inderdaad hard op zachte materialen als wol en kasjmier gewerkt en het cocoonidee tot het uiterste doorgedreven, maar dat concept interesseert me al langer. Chic pratique en stijvolle easywear zijn al jaren mijn handelsmerk, en de wintercollectie sluit daarop aan. Het is aangename homewear die je overal kunt dragen." Van somberheid wilde Lemaire dan ook niet weten voor de eerste lijn van Lacoste. In plaats van typische herfsttinten, opteerde de voormalige student literatuur voor een warm en lumineus kleurenpalet met onder meer okergeel - misschien geïnspireerd door de jaren die hij als kind in Dakar doorbracht -, zachtblauw en grijs. "Het zijn geen tijden om het rustiger aan te doen", zegt Lemaire. "Integendeel, we moeten meer dan ooit in onszelf en het merk geloven. De labels die het best de crisis zullen doorstaan, zijn merken die authenticiteit en originaliteit kunnen claimen. En onze geschiedenis is honderd procent echt." Christophe Lemaire : Ik hoop dat we met zijn allen de kans grijpen om begrippen als mode, stijl en emotie weer betekenisvol in te vullen. Weg van het circus en de verwarring van de laatste jaren. In alle sectoren is het tijd om fundamentele vragen te beantwoorden en prioriteiten te stellen, dus ook in de mode. Anders krijgen we straks nog ergere toestanden. Ik heb nooit gehouden van mode als verkleedpartij of als keurslijf. Een pretentieus ontwerp dat amper te dragen valt boeit me niet. Het is interessanter om op zoek te gaan naar de synthese van uiterlijke schoonheid en draagcomfort. En het is een misvatting dat je alle principes moet loslaten om te verkopen. Mensen verlangen juist naar eenvoud, kwaliteit en tijdloze stukken. Niemand wil om de zes maanden zijn garderobe afdanken. We zijn te arm om producten van slechte kwaliteit te kopen, zei Chanel. Daar kan ik me in vinden. Op aanraden van een vriend en omdat ik het geld nodig had, ben ik in de mode beland. Ik kon goed schetsen, maar ik had geen modeopleiding gevolgd. Bij Thierry en Christian vergaarde ik dus al mijn kennis van materialen en kleuren. Vooral Christian toonde me hoe je hun rijkdom ten volle kunt aanboren. Het gesofisticeerde van zulke couturiers inspireert me nog steeds. Maar mijn benadering is ludieker en de uitwerking veel alledaagser. Laat ons zeggen dat ik dezelfde zorg en kwaliteit nastreef, maar ik was mij er wel snel bewust van dat ik me niet thuisvoelde in hun ijdele en hysterische wereld. Ik heb altijd een brede interesse gehad, mode an sich was nooit een obsessie voor mij. Kleding en stijl boeien me als uitingen van een levensstijl. Net als de manier waarop iemand woont, eet of de boeken in zijn kast verraden wie hij is. In die zin behoor ik tot een generatie van ontwerpers die aansluiting zoeken bij de straat en de echte wereld. In de hoogdagen van de haute couture bestond er trouwens nog een echte aristocratie, zowel op financieel vlak als wat smaak betrof. In de jaren tachtig en negentig impliceerde het ene niet langer het andere. Geleidelijk aan werd het dus duidelijk dat ik andere wegen wilde verkennen en op een veel concretere basis wilde werken. Meer industrieel ook. Per slot van rekening is dat de realiteit van de mode vandaag. Er is niemand die de roots van Lacoste in die sector betwist. Het merk is gegroeid op basis van comfortabele sportswear, met de ontwikkeling van katoenpiqué en de polo, en is daar altijd trouw aan gebleven. Zelf houd ik altijd rekening met het DNA, de filosofie en de geschiedenis van het merk, onder meer door regelmatig in de archieven te duiken en gebruik te maken van het geheugen van de familie. Nogmaals, ik wil op de catwalk geen statement maken dat kant nog wal raakt. Ik wil zin geven aan de dingen. En het rijke verleden van Lacoste kun je niet zomaar negeren. René Lacoste had trouwens geen elitaire kijk op luxe. Hij gaf er een democratische en toegankelijke invulling aan, gesteund op kwaliteit, eenvoud en zijn typische elegance decontractée. Aan die combinatie zal altijd wel behoefte zijn, denk ik. Ik ben ook blij dat Lacoste een optimistisch en 'vrolijk' merk is. In de modewereld denkt men te vaak dat stijl moet gepaard gaan met enig cynisme. Dat was het probleem niet. Zo hebben we dit voorjaar de lijn Lacoste Red ! gelanceerd voor het jongere, trendy publiek dat onze kleren eerder als streetwear draagt. De realiteit is nu eenmaal dat Lacoste als sportief cultmerk ook subculturen bereikt, en dat mag. Maar je moet wel iedereen bedienen en niet vergeten te communiceren over de fundamenten van het merk. De vormgeving is uiteraard niet dezelfde, maar ik heb geen uitgesproken voorkeur. Een defilé daarentegen is iets anders. Om daar de boodschap duidelijk te laat overkomen en een coherent beeld neer te zetten, kun je haast niet anders dan minder mannenkleding tonen. Zo is de wintercollectie bijvoorbeeld beïnvloed door Diane Keaton in de film Annie Hall van Woody Allen, en door de laagjes- en wikkelstructuur van de oosterse kledingtradities. Mannenkleding daarentegen is veel nadrukkelijker gecodeerd en heeft een beperktere 'vocabulaire' dan vrouwenkleding. Bovendien is Lacoste niet meteen een label dat experimenteert met mannenkleren, bij ons gaat het vooral om goede stukken met een moderne constructie en eigentijdse materialen. Het is een kleinschalig label, maar bovenal onafhankelijk en vrij, zonder veel tussenpersonen. In een veel grotere structuur zou ik minder vrij zijn. Ik pendel tussen twee werelden, maar ik heb nu ook een zekere maturiteit. Zowel bij Lacoste als in eigen huis werk ik op dezelfde manier, volgens dezelfde principes. (Lacht) Omdat ik er tevreden ben. Weet u, in de mode is het zelden de ontwerper die beslist om te vertrekken. Het zijn vooral de managers achter de schermen die aan de touwtjes trekken. Ik werk in een omgeving waar dat niet het geval is, en mensen niet als een vodje behandeld worden. Verder delen we dezelfde visie op mode, en dat bedoel ik niet pretentieus, want ik zou niet voor om het even welk merk een goede keuze zijn. De realistische maar kwalitatieve aanpak en de comfortabele elegantie van Lacoste zijn me op het lijf geschreven. Waarom zou je zo'n geslaagd huwelijk opblazen ? Info : www.lacoste.com, www.christophelemaire.com. www.taschen.com Door Wim Denolf"Ik heb nooit gehouden van mode als verkleedpartij of als keurslijf. Een pretentieus ontwerp dat amper te dragen valt, boeit me niet."