Ching Lin Pang (37): naar de goudvissen kijken en garnalen dippen in zijn saus
...

Ching Lin Pang (37): naar de goudvissen kijken en garnalen dippen in zijn saus" Ching Lin (Stille Lotus) is een typische Chinese meisjesnaam. En inderdaad, als kind was ik heel stil en rustig. Geboren in Hongkong verhuisde ik op mijn zesde naar Antwerpen, waar mijn ouders een Chinees restaurant begonnen. De Chinese maatschappij is patriarchaal, maar toch zijn het - o, ironie! - meestal de vrouwen die als de sterke figuren komen bovendrijven. Met zoveel beperkingen geconfronteerd, behouden zij een sterke band met hun kroost en brengen zij het er, in een migratiecontext, vaak beter van af dan de mannen. Mijn grootmoeder was 73 toen ze met mijn broertje op haar rug in België arriveerde. Haar verhaal lijkt sterk op Wilde Zwanen. Mijn moeder was analfabeet, maar bijzonder intelligent en creatief. Uiteindelijk heeft zij in een ver en vreemd land een zaak opgestart en haar zes kinderen grootgebracht. Als een prinsesje werd ik op school behandeld, en zo groeide ik ook op. Ik ging in Leuven Oriëntalistiek studeren, reisde naar China en Japan, studeerde in Californië, keerde in 1990 terug naar België. Tot mijn verbazing hoorde ik over Borgerokko spreken en merkte ik dat migrantenkwesties de politieke agenda bepaalden. Ik behaalde een doctorstitel in de antropologie en werk nu aan de KU Leuven rond thema's als nieuwe migraties, immigrantenondernemerschap en gender. Intussen ben ik ook getrouwd met een Vlaming. ( lacht) Het toppunt van integratie! 'Waarom een Vlaming en geen Chinees?' vroeg mijn moeder zaliger. 'Waarom zijn jullie naar Vlaanderen en niet naar New York of Londen geëmigreerd?' kaatste ik terug. Mijn moeder mis ik heel, heel erg. Zij knuffelde ons nooit, maar kookte de heerlijkste gerechten voor ons en was een meesteres in geuren, kleuren en texturen. Dat was háár manier om ons haar liefde te tonen. Mijn toppunt van culinair genot is nog steeds de soep van mijn moeder. In de Chinese cultuur, waar schoonheid en jeugd centraal staan, besteden vrouwen fortuinen aan echte zwaluwnestensoep. Dat schoonheidselixir kost 80.000 fr. per kilogram. ( glimlacht) Of het echt werkt, weet ik niet, maar ik ben er wel van overtuigd dat Aziatische types zoals ik ontzettend veel behoefte aan vocht en warmte hebben. Aan soep dus. Nu mijn moeder er niet meer is, besef ik dat eten in China, zoals in vele andere culturen, veel meer is dan eten. Het is communicatie, genegenheid, liefde, sociaal contact, overdracht van waarden en cultuur. Mijn favoriete geuren stammen uit mijn kindertijd. De geur van de gemberbloem bijvoorbeeld, zoet en zwoel. Een beetje zoals jasmijn of wisteria. Een zweem van die geur probeer ik op te vangen in mijn Japanse tuin, waar ik tot rust kom na een hectische dag. Daar staan twee zitjes: één voor mijn man en één voor mij. Daar met ons tweetjes zitten, naar de goudvissen kijken en garnalen dippen in het sausje dat hij zo lekker kan klaarmaken - limoensap met pepertjes en zeezout -, dát zijn momenten van ultiem genot. Weet je dat ik op mijn man verliefd ben geworden omdat hij zo goed kon koken en zulke prachtige bloemen en planten kweekte? ( lacht) Nu, na al die jaren, heb ik dankzij hem ook groene vingers gekregen. Uiteindelijk blijven mannen jongens. In het begin van een relatie kan een vrouw zich opstellen als een klein, verwend meisje. Maar al snel wordt de man opnieuw een jongen, en moet het meisje mama spelen. Het is bekend dat Japanse mannen nooit opgroeien, altijd kind blijven. ( glimlachje) Nu merk ik, tot mijn verbazing, dat Belgische mannen à la limite net hetzelfde zijn. Blijven vrouwen ook meisjes? Misschien wel. Zelf word ik nog vaak als een meisje behandeld. Ik ben klein en tenger, en thuis nog steeds het jongere zusje. Mijn hele leven lang hebben de anderen zich over mij ontfermd. Tot voor kort heb ik nooit bij mijn leeftijd stilgestaan. Pas recentelijk begin ik te merken dat er iets verandert met mijn energiebalans. Onderzoekers mogen beweren dat het premenstrueel syndroom niet bestaat, zelf heb ik er steeds meer last van en merk ik heel duidelijk dat ik in die gevoelige periode best geen al te moeilijke dingen doe. Als studente deed ik er alles aan om er ouder uit te zien. Nu weiger ik me damesachtig te kleden. De huidige mode vind ik geweldig. Vroeger probeerde de kapper mijn stugge, Aziatische haar te föhnen, nu behoort het pas-uit-bed-kapsel tot mijn favorieten. Als model-voor-één-dag kies ik voor een strak en vrouwelijk silhouet. In de Chinese cultuur rust er een zwaar taboe op seks, maar leert een meisje al heel snel hoe belangrijk het is om er mooi en vrouwelijk uit te zien. Pas laat in mijn leven heb ik geleerd om aan te raken, aangeraakt te worden en mijn gevoelens te uiten. Voor mij is seks: je kwetsbaar opstellen, je partner heel dicht bij jou laten komen, hem voelen en ruiken, alle plekjes van zijn lichaam leren kennen. Geen enkele passie, geen enkele verliefdheid gaat boven dat gevoel van geborgenheid." Sultan Balli (36): de geur van de eerste regen op een hete zomerdag"In Turkije is Sultan een meisjesnaam: De Geliefde. Mijn familienaam - balli betekent honing - maakt mij tot De Honingzoete Geliefde. Geboren in een klein Turks dorpje, middeleeuws van sfeer, groeide ik op in een traditioneel gezin. Mijn vader was de patriarch die niet alleen zijn eigen gezin maar ook dat van zijn broers en zussen - een groep van 27 mensen - naar België bracht. In Schoten werden wij als koningskinderen ontvangen. Dankzij bemiddeling van de gemeente konden wij al snel verhuizen van een piepklein huisje naar een kast van een leegstaande villa, met koetshuis en paardenstallen. De buurtbewoners brachten meubels, en op school deed iedereen zijn best om ons zo snel mogelijk Nederlands te leren. Mijn vader, telg van een imamfamilie, had een katholieke school voor ons uitgekozen. In zekere zin vulde hij zijn geloof vrij progressief in. Zo heb ik nooit een hoofddoek gedragen. 'Hier, waar jullie de enige islamitische meisjes zijn, zou een hoofddoek, bedoeld om een vrouw te beschermen, precies het tegenovergestelde effect hebben', legde hij ons uit. Nooit heb ik enige discriminatie ondervonden, al was mijn schoolloopbaan een harde dobber. Na amper vijf jaar beroepsonderwijs had ik geen volwaardig diploma, maar kreeg ik toch de kans om toelatingsexamens af te leggen voor de VUB. Ik slaagde en begon psychologie te studeren, wat een ontzettend zware opdracht was. Zes jaar middelbaar onderwijs haal je niet zomaar in! Nu verstrek ik psychologische hulp in een privépraktijk, geef ik les aan twee sociale hogescholen en werk ik mee aan een project Interculturalisering van het Hoger Onderwijs. Deskundigheidsbevordering van hulpverleners is mijn vak. Dit werk ligt in de lijn van wat ik als kind al deed: go between spelen. Op mijn zesde moest ik al babysitten op jongere broertjes, zusjes, neefjes en nichtjes en tolken tussen Vlamingen en Turken. Nu vind ik het jammer dat mijn kindertijd zo kort heeft geduurd. Niet zozeer mijn moeder maar mijn vader was de belangrijkste figuur uit mijn kinderjaren. Hij kuste en knuffelde ons vaak. Nu besef ik dat hij een stuk van de moederrol op zich heeft genomen. Nog steeds koester ik de momenten van fysiek contact met mijn man en mijn kinderen. Elke ochtend kus en streel ik mijn zoon en dochter wakker. 'Van knuffelen word je groot', zeg ik hun vaak. Het subliemste genot vind ik in die zeldzame momenten waarop het denken wegvalt en je opgenomen wordt in 'iets' dat je overstijgt. Zo herinner ik me een voorval als kind, op een open plek vol bosanemonen, waar ik begon te draaien en te draaien - als een derwisj, al had ik daar op dat moment nog nooit van gehoord - tot ik volledig opging in emotie. Heel uitzonderlijk kan ik dat gevoel nog eens terugvinden. Op de motor bijvoorbeeld, al ben ik helemaal geen snelheidsduivel. Of tijdens het vrijen. Nog steeds, na al die jaren met mijn man, besef ik dat seks een van de belangrijkste redenen is waarom ik bij hem ben en niet bij iemand anders. Zo graag vrijen we met elkaar. Seks is zoals eten en drinken, het legt een glans op je relatie. Ik vind het prachtig dat de islam de seksualiteit erkent als levensdomein dat je ten volle moet beleven. Jammer dat de traditie het aan zoveel regels gebonden heeft. Tijdens de week werken we allebei veel te hard, maar in het weekend beginnen we soms al 's ochtends die spanning op te bouwen, elkaar te verwennen en te verleiden. In lingerie voor de open haard zitten en over boeken discussiëren bijvoorbeeld, zo'n combinatie van intellectueel én erotisch contact vind ik heerlijk. Seks is zoveel meer dan klaarkomen en penetreren. Je helemaal bij iemand kunnen laten gaan. Voelen, kijken, kleuren, geuren. Ja, zelfs van zijn sigarettengeur hou ik. ( lacht) Al is mijn favoriete geur een andere: die van de eerste regen op een hete zomerdag. Dan waan ik mij opnieuw in mijn geboortedorp. Een stoffige, primitieve plek. Dan voel ik me weer dat kleine meisje. Jongensachtig en rebels. Als jong meisje was ik helemaal niet vrouwelijk. Jeansbroek en slobbertrui volstonden, een beha wilde ik niet dragen. Nu wil ik niets liever dan mijn vrouwelijke vormen beklemtonen. Als model-voor-één-dag gaan mijn fantasieën in twee richtingen. Heel strak en mannelijk, type Marlene-Dietrich-in-broekpak. Of supervrouwelijke avondkledij. Mijn leeftijd houdt mij nauwelijks bezig. Thuis waren geboortedatums en verjaardagen van geen tel, dus werd je ook nooit ouder. Als ik bedenk dat ik straks 37 word, laat mij dat Siberisch koud. Wat me wel bezighoudt, is de vraag: 'Wil ik nog een derde kind?' Stilaan wordt dat nu of nooit. Ook in Turkije zegt men dat het leven op veertig begint. In de traditionele Turkse cultuur, waar je kinderen op je veertigste meestal gehuwd zijn, is dat ook vaak zo. ( lachje) Met een schoondochter die het huishouden voor je doet, kan je nog best een fijne tijd beleven. Neen, ouder worden jaagt mij geen schrik aan. Als ik in de spiegel kijk, heb ik het gevoel dat ik er al eeuwen hetzelfde uitzie. En die strepen op mijn voorhoofd? Die heb ik mijn hele leven al. Oké, soms voel ik mij erg moe. Maar heeft dat met mijn leeftijd te maken? Of werk ik gewoon te hard?" Sabah Mahani (37): samen eten, samen kletsen, samen lachen, samen dansen"Sabah betekent in het Arabisch De Morgen. Net zoals Le Matin of De Morgen is Sabah ook de naam van een Arabische krant. Ik ben moeder van vijf kinderen, waarvan er één niet meer in leven is. De wiegendood gestorven. Toch zal ik tot mijn laatste dag aan iedereen vertellen dat ik vijf kinderen heb. Tegenwoordig werk ik als vormingswerkster op de Integratiedienst van de Stad Leuven en reis ik door Vlaanderen om op mijn manier 'les tegen racisme' te geven. Mijn ouders komen uit Biskra, de bekende dadel- en vijgenstreek in Algerije. Aangelokt door beloftes van werk in overvloed en gratis huisvesting trokken zij in de jaren zestig naar Frankrijk. Maar hun dromen vielen al snel aan diggelen. Miserabele werkomstandigheden, armoe troef. Ze belandden in een Parijse bidonville, waar mijn moeder het ene kind na het andere kreeg. Elf op een rij. Op initiatief van een kloosterorde mochten mijn zus en ik de vakantiemaanden in België doorbrengen. Zo kwam ik, nauwelijks twee jaar oud, in Hasselt terecht, waar ik tien jaar lang leefde in de vakanties. Thuis groeide ik op in een zeer traditioneel milieu onder de strenge heerschappij van mijn vader. Mijn kindertijd was veel te kort. Als achtjarig meisje moest ik al wassen en plassen, luiers verversen en op de kleintjes passen. Vanaf mijn eerste maandstonden moest ik klaarstaan om te trouwen. Toen ik op mijn zestiende ontdekte dat mijn vader mij in Algerije wilde uithuwelijken, vluchtte ik weg, richting Vlaanderen, naar mijn pleegouders. Maar omdat ik illegaal was, mochten ze mij niet opvangen en moest ik twee jaar lang in een klooster onderduiken. Toen ik op mijn achttiende eindelijk mijn papieren in Frankrijk kon afhalen, was ik het gelukkigste meisje van de wereld. Nu heb ik opnieuw contact met mijn moeder, broers en zussen. Mijn vader zie ik nooit. Die is niet van plan mij te vergeven of mij ooit opnieuw te aanvaarden. Het verleden kan, zal en wil ik niet van mij afgooien. Heel soms, als ik ziek of depressief ben, steekt het kleine meisje in mij opnieuw de kop op. Dan begin ik als een kind te janken, schreeuw ik om aandacht en wil ik vertroeteld worden. Thuis werd er niet geknuffeld. Wel kamde mijn moeder soms urenlang onze lange haren. Mijn pleegvader is de man die mij heeft leren knuffelen. Heel graag zat ik bij hem op schoot. Nu knuffelt hij mijn kinderen en ben ik zelf heel erg op fysiek contact gesteld. Mijn zonen zijn prinsjes als ik hen in bed leg, mijn dochters prinsessen. 's Ochtends en 's avonds wil ik dat mijn kinderen elkaar een zoen geven. Je weet maar nooit wat de volgende dag brengt. Ultiem genot ligt soms op zulke kleine plekjes. Als ik bijvoorbeeld, na een lange werkdag mijn schoenen uitschop en op blote voeten door het huis loop, om mij ten slotte met een glaasje witte wijn in te zetel te nestelen. Of de vervoering van een geur. Verrukt was ik toen ik na al die jaren in Parijs opnieuw die typische Arabische geur opsnoof. Na een logeerpartij bij een van mijn zussen draag ook ik die prikkeling op mijn huid en in mijn kleren, en probeer ik haar daar nog enkele dagen te houden. Zo voert de geur van boenwas mij terug naar mijn kloosterperiode waar de vloeren - parket en zwart arduin - verschillende keren per jaar geboend moesten worden. Louter om dat parfum te kunnen opsnuiven, boen ik nu zo vaak mijn meubelen. Het contact met vriendinnen is pure therapie voor mij. Zij vormen een netwerk dat mij voor allerlei onheil behoedt. Niets zo heerlijk als samen eten, samen kletsen, samen lachen, samen dansen. De relatie met een partner is zoveel kwetsbaarder. Als er iets is wat ik bij een man benijd, is het zijn manier om met problemen om te gaan. Vrouwen hebben de neiging te dubben, te tobben, wakker te liggen, er eindeloos met zussen en vriendinnen over te praten. Mannen kunnen beter relativeren, de dingen even loslaten, om ze pas na een tijdje opnieuw te bekijken. Mijn relatie met mannen draagt het stempel van mijn opvoeding. Soms betreur ik dat, soms prijs ik mezelf daar heel gelukkig om. In de Arabische cultuur moet een meisje maagd zijn als ze huwt. Dat was ik ook toen ik trouwde. Misschien is het precies omdat ik nooit geëxperimenteerd heb dat ik zo totaal kan opgaan in het vrijen met iemand die ik graag zie. Seks is het intiemste wat mij kan overkomen. En dan bedoel ik het hele pakket: strelen, vastpakken, uitdagen, prikkelen, aanraken. Die sfeer, dat telefoontje, die kaarsen, die muziek, dat bad, die douche, dat lichaam. ( gespeeld-boos) Soms vind ik het zo jammer dat ik nooit een slippertje heb aangedurfd. Vaak stellen mijn vriendinnen mij aan leuke mannen voor. Maar ik kan mij niet in een avontuurtje storten! Ik moet echt op iemand flashen, totaal, naar lichaam en geest. Als model-voor-één-dag wil ik mijn vrouwelijkheid, mijn borsten en billen accentueren. Die dag wil ik de mooiste kleren dragen die ik zelf niet kan betalen. Na vijf zwangerschappen ben ik nog steeds trots op mijn figuur. Maar al heb ik geen rimpels, niet één grijs haar, toch voel ik dat ik ouder word. Vroeger kon ik urenlang in de zon liggen zonder een crème te gebruiken, nu verbrand ik bij de minste zonneschijn. Vroeger kon ik tot elf uur 's ochtends uitslapen, nu lukt dat niet meer en denk ik aan de woorden van mijn moeder: 'Er komt een dag waarop de slaap je in de steek laat.' De ongelooflijke energie die ik altijd heb tentoongespreid, voel ik stilaan afnemen. Aan die signalen merk ik dat de tijd verstrijkt." Tekst Annemie Struyf / Foto's Lieve Blancquaert / Styling Annick Vandecappelle / Haar & make up Rudy Cremers voor J.L.David & Helena Rubinstein