Ik heb al heel de dag de kriebels. Mijn hoofd staat niet naar schrijven. Om halfzeven geef ik Tom een kus. "Ik heb zin om over de Brooklyn Bridge te wandelen", zeg ik. "Tot straks." "Wees voorzichtig," maant Tom me aan, "bel als het later dan middernacht wordt." "Ik ben om tien uur terug", beloof ik.
...

Ik heb al heel de dag de kriebels. Mijn hoofd staat niet naar schrijven. Om halfzeven geef ik Tom een kus. "Ik heb zin om over de Brooklyn Bridge te wandelen", zeg ik. "Tot straks." "Wees voorzichtig," maant Tom me aan, "bel als het later dan middernacht wordt." "Ik ben om tien uur terug", beloof ik.In City Park aan het stadhuis krioelt het van het volk. Er is een betoging aan de gang. Het onderwijzend stadspersoneel wil een loonsverhoging van 25 procent. De burgemeester weigert: "Dat zou de stad meer dan een miljard dollar kosten. Geen sprake van. Daarvoor werken jullie niet hard genoeg!" De leraars zijn woedend. Aan de rand van het kabaal staan vier politiepaarden geduldig te wachten. Ik loop langs hen heen, zo dichtbij dat ik hen kan strelen. Ik snuif hun geur op. Ze ruiken lekker. Eindelijk ben ik aan de achterkant van het verlichte stadhuis. Daar begint het wandelpad over de brug. Nog niet zo lang geleden was de ingang een trieste, wat rommelige plek. Nu staan er bankjes omringd met nog enkele laatbloeiende rozen. Alle beetjes helpen. Ik knoop mijn sjaal dicht en zet de kap van mijn anorak recht. Er waait een stevige wind uit Brooklyn. Aan de overkant flitsen rode letters boven een flatgebouw afwisselend het uur en de temperatuur. Het is 7.30u. pm en 8 graden Celsius. Links op de rode bakstenen gevel van het hoofdpolitiekantoor hangt een tien verdiepingen hoge spandoek waarin gaten zijn gesneden voor de ramen. Daarop staan lachende agenten te midden van kinderen afgebeeld, met daarboven een nummer dat je kan bellen als je de NYPD wil vervoegen. Ik hou rechts op het houten wandelpad. De linkerhelft is voor fietsers en rolschaatsers. Onthoud dat als je ledematen je lief zijn en je geen ruzie wil met een brugpassant op wielen. De avond is nog jong. New York heeft nog miljoenen plannen. Ik ben de enige die kuiert. Mijn zwarte, blanke en Aziatische medewandelaars zetten er allemaal flink de pas in. Ze dragen aktetassen, rugzakjes en boodschappentassen vol etenswaren. Fietsers zoeven links voorbij. Ook zij zijn beladen met allerlei dingen. Af en toe komt een rollerblader afgestoven. De gebouwen rechts van de brug zijn zo dicht dat ik er kan binnenkijken. Een dikke man ligt languit in een sofa naar zijn tv te staren. In een andere flat is een man aan het stofzuigen. Boven hem zitten twee kleine kinderen aan een keukentafel te eten. Ik ruik de vismarkt die rechts onder mij ligt. Het is volle maan. De sterren twinkelen. Ik nader nu de gigantische grijze stenen bogen op het midden van de brug. Helemaal boven wappert een verlichte Amerikaanse vlag. Het ruikt hier al een beetje naar de zee. Alles rond me beweegt, alleen ik sta stil. Boven mij brommen helikopters. Hoger nog zoemen vliegtuigen. Onder mij flitsen auto's en vrachtwagens voorbij, in drie vakken aan elke kant. In de pikzwarte rivier varen sleepbootjes, de ferry naar New Jersey en een feestelijk verlichte, met glas overdekte boot waarin mensen eten en dansen. Langs de oevers van Brooklyn en Manhattan trekken dichte processies van autolichten voorbij. Op de Manhattanbrug, die zich parallel aan de Brooklynbrug over de East River uitstrekt, dendert een metrotrein voorbij. Vier tienerjongens komen aangereden op minifietsjes. Ze stappen af en komen naast me staan. Ze zeggen niets. Ik zie aan hun gezicht dat ook zij genieten van het zicht. Na enkele minuten vertrekken ze richting Manhattan. Ik wandel verder naar Brooklyn. Een blond meisje jogt voorbij in T-shirt en shorts. Ik nader nu het rijk van Jehovah. Alle gebouwen links van mij zijn van zijn Getuigen. " Read the bible daily" port een tekst op een gevel me aan. Rechts beneden twinkelen witte lichtjes in de bomen van het Riverside Cafe. Enkele minuten later zie ik links het rode logo van het nieuwe Marriot-hotel. De kamers zijn er ruimer en goedkoper dan in de Marriot in Manhattan. In de lobby loopt er een boeiende tentoonstelling over de geschiedenis van Brooklyn. Ik maak rechtsomkeer. Het zicht op Manhattan voor mij heb ik al honderden keren bewonderd, op elk uur van de dag en de nacht. Te voet geniet ik er het meest van. Rechts uptown is de Empire State Building in herfstkleuren getooid. Ook de kleinere gebouwen errond baden in een oranje en roodbruine gloed. De verlichting wordt aangepast aan elk seizoen; volgende maand wordt ze voor Kerstmis groen en rood. Links zijn de gebouwen lager en donker. Aan de voet van de Brooklynbrug schieten ze ineens weer de hoogte in. Met honderden staan ze links van de brug opeen te drummen. Overal zijn de lichten aan, de meeste voor de rest van de nacht. De Woolworth Building, de grootste, schitterendste ster van deze groep, komt nu steeds dichter. Jaloers kijk ik naar de bovenste verdiepingen. Straks komen daar luxeflats. Het mooiste appartement zal drie verdiepingen tellen en heeft een dakterras van waarop het publiek vroeger, toen de Woolworth nog het hoogste gebouw ter wereld en een topattractie was, een panoramische blik op de stad kon werpen. Het gras in het park aan het stadhuis is bezaaid met pamfletten. De betogers zijn naar huis. Een dakloze is in de monumentale droge fontein geklommen. Hij zingt terwijl hij een plasje doet. Ik ben om tien uur thuis, zonder de kriebels waarmee ik vertrokken was en met tintelende, rode wangen.Jacqueline Goossens vanuit New York