"Ik ben gebroken", schrijft de Amerikaanse fotograaf Alfred Stieglitz in het voorjaar van 1929 aan zijn echtgenote Georgia O'Keeffe. Zij verblijft op dat moment maandenlang in Taos in New Mexico, een plek die een belangrijke invloed zal hebben op haar schilderkunst, maar ook voor Stieglitz zijn de gevolgen ingrijpend. O'Keeffe is dan immers al jarenlang zijn muze. Tot aan Stieglitz' afscheid van de fotografie in 1937 staat ze model voor niet minder dan 350 portretten, die vanw...

"Ik ben gebroken", schrijft de Amerikaanse fotograaf Alfred Stieglitz in het voorjaar van 1929 aan zijn echtgenote Georgia O'Keeffe. Zij verblijft op dat moment maandenlang in Taos in New Mexico, een plek die een belangrijke invloed zal hebben op haar schilderkunst, maar ook voor Stieglitz zijn de gevolgen ingrijpend. O'Keeffe is dan immers al jarenlang zijn muze. Tot aan Stieglitz' afscheid van de fotografie in 1937 staat ze model voor niet minder dan 350 portretten, die vanwege hun soms erotische aard flink wat ophef veroorzaken. Het tweetal was in 1916 intens beginnen te corresponderen, ondanks een leeftijdsverschil van 23 jaar. Het daaropvolgende jaar presenteert de toen al beroemde Stieglitz haar werk in zijn avant-gardegalerie in New York, en in 1918 trekt O'Keeffe bij hem in. Zes jaar later volgt een huwelijk, maar het echtpaar is succesvoller op artistiek dan op huiselijk vlak. O'Keeffe wil immers een kind en ergert zich almaar meer aan de familie van Stieglitz, met wie het stel elke zomer doorbrengt. "Ik vraag me af wie de persoon op de foto's is", zal ze jaren later zeggen over de naaktportretten die Stieglitz van haar nam. "Alsof die beelden niets met mij te maken hebben." Fragmenten uit de briefwisseling tussen Stieglitz en O'Keeffe en de foto's die eruit voortvloeiden, stofferen dit najaar De fotograaf en zijn muze, een koffietafelboek dat de relatie tussen internationaal gerenommeerde fotografen en hun muzes belicht. Richard Avedon en Katharine Hepburn, Man Ray en Lee Miller, Robert Mapplethorpe en Patti Smith: allen hielden ze er een langdurige, soms dubbelzinnige en turbulente samenwerking op na. Muzes - bij de oude Grieken de godinnen die de literatuur, de wetenschappen en de kunsten inspireerden - zijn echter geen relikwie uit een ver verleden. Zo komen in het boek ook recentere duo's aan bod als Annie Leibovitz en Susan Sontag, Jean-Paul Goude en Grace Jones of David Lachapelle en Amanda Lepore. Dat de band tussen fotograaf en muze niet alleen de creativiteit van eerstgenoemde ten goede komt, blijkt onder meer uit het hoofdstuk rond Mario Testino en Kate Moss. "Tot dan was ik gewoon een grungy meisje, maar Mario zag iets anders in me", bekent het topmodel. "Hij vond me sexy en glamoureus en tilde me naar een hoger niveau. Hij veranderde de manier waarop mensen naar me kijken." De fotograaf en zijn muze, 49,90 euro, uitgeverij Lido. WIM DENOLF