De meest betrouwbare consumptiecijfers over wijn zijn te vinden bij het Engelse studiebureau IWSR (International Wine and Spirit Research). Dat gaat te werk volgens het principe : "Alle geproduceerde wijn moet ergens belanden." Andere meetsystemen, zoals de bevraging van de consument, geven altijd wat onderschatte cijfers : men wil niet doorgaan voor een grote drinker.
...

De meest betrouwbare consumptiecijfers over wijn zijn te vinden bij het Engelse studiebureau IWSR (International Wine and Spirit Research). Dat gaat te werk volgens het principe : "Alle geproduceerde wijn moet ergens belanden." Andere meetsystemen, zoals de bevraging van de consument, geven altijd wat onderschatte cijfers : men wil niet doorgaan voor een grote drinker. Het IWSR schat de Belgische jaarlijkse wijnconsumptie op minstens 360 miljoen flessen : 186 miljoen uit Frankrijk, 100 miljoen uit Italië, 25,2 miljoen uit Italië, 16,8 miljoen uit Champagne en 27,6 miljoen schuimwijn uit Spanje (cijfers 2013). Hierbij is de import in bulk meegerekend, net als 9 miljoen flessen die particulieren (en horecamensen) zelf meebrengen uit Champagne. Niet inbegrepen zijn de flessen die uit Engeland en Holland komen, die daar gebotteld werden, en ook niet de flessen die door particulieren uit Luxemburg worden meegebracht. De Belgen drinken dus gemiddeld minstens één miljoen flessen wijn per dag. Dat indrukwekkende cijfer zegt nog niets over de eigenlijke drinkgewoonten. Alle enquêtes wijzen uit dat wijn vooral gedronken wordt op feestjes (75 procent van de respondenten) en met vrienden en familie (66) en dat daar ook wijn wordt ontdekt. Maar die enquêtes tonen ook aan dat de helft van de Belgen nooit wijn (alcohol) drinkt : de dagelijkse consumptie van één miljoen flessen valt dus op rekening van de helft der Belgen. Grosso modo is een derde wit, een derde rood en het overige derde is verdeeld tussen rosé en schuimwijn : voor Vlaanderen respectievelijk 11 en 23 procent en voor Wallonië 23 en 13 procent. Walen drinken dus meer rosé en Vlamingen meer schuimwijn. Uit alle enquêtes blijkt ook dat wijn geasso- cieerd wordt met een goede maaltijd (73 procent), met feest (72), met restaurantbezoek (64), met convivialiteit (58), met vrienden (50), met ontspanning (50) en met plezier (49). De associatie met de maaltijd is zeer belangrijk. Gematigde wijnconsumptie (maximaal twee derde van een fles of vier glazen per dag) voert immers tot een grotere expliciete gezondheid : minder hart- en vaatziekten. Op voorwaarde dat de wijn dagelijks wordt gedronken en bij de maaltijd. Dergelijke wijnconsumenten zijn gemiddeld gezonder dan geheelonthouders. De gezondheidsclaim is echter al verdwenen bij zes glazen of een fles per dag. Dan ligt niet alleen lever- en hersenschade op de loer, maar ook verslaving. De Belgische manier van wijn drinken staat model. België fungeert als testmarkt : "The Belgians drink it" betekent dat het goed zit. De lokale verschillen zijn opvallend : Duitsers drinken veel van hun (witte) wijn op het terras, Hollanders zijn niet gul, Frankrijk drinkt lokaal en de Angelsaksische landen drinken meer elitair. Met ons verbruik is de Belgische markt natuurlijk verzadigd : als er een nieuwe invoerder wil bijkomen moet een andere eruit. Het ingevoerde volume kan nauwelijks stijgen, enkel de waarde die het vertegenwoordigt, kan elk jaar wat variëren. De gemiddelde prijs is 5,38 euro per fles. Rood (-2,4 procent), wit (-0,9) en champagne (-15) verliezen wat terrein, terwijl rosé (+1,4) en schuimwijn (+2,2) volume winnen (cijfers van 2014). Het terreinverlies van rood treft vooral Rhône (-10,3 ) en Bordeaux (-8,5 ). Bordeaux mag dan relatief wat verliezen, het blijft op de Belgische markt de belangrijkste bron van rode wijn, meer dan het dubbele van Italië, Chili en Spanje samen. Er zijn ongeveer tienduizend chateaus, waarvan 250 speculatief en duur. Over die laatste wordt voortdurend gesproken en geschreven, zo vertekenen zij het imago van de 9750 andere : Bordeaux wordt verkeerdelijk geassocieerd met luxe en onbereikbaarheid. Voor wit komt het verlies op de Belgische markt van Bourgogne (-31 procent), Luxemburg (-7,8) en weer Bordeaux (-7,6). Er komt meer rosé uit Zuid-Frankrijk (+3,9 procent) en Spanje (+21,5) en meer schuimwijn uit Italië (+12,6 procent) en Spanje (+1). Rosé zit in de lift omdat die beter past bij de lichtere, moderne eetgewoonten. Ook aan de productiezijde gaat het rosé voor de wind : in tien jaar tijd is die in Frankrijk gestegen met 31 procent. Een derde hiervan komt uit de Provence, de Loire volgt met 18 en de Rhône met 12 procent. Dan pas volgt Bordeaux met 10 procent. Zelfs grote chateaus uit de Bordeaux, zoals Giscours en Smith Haut Lafitte, zijn intussen met rosé begonnen. Technisch is frisheid van smaak van het grootste belang : 's nachts of 's morgens vroeg oogsten, dry ice (vast koolzuurgas) om te koelen en oxidatie te vermijden en trieertafels voor de selectie van het fruit. Rosé is modern. De dure champagnes moeten de duimen leggen voor cava en prosecco. De opgang van de Italiaanse schuimwijnen is niet beperkt tot België. In maart 2014 komt uit Italië het bericht dat er wereldwijd meer prosecco was verkocht dan champagne (307 miljoen tegenover 304 miljoen flessen). Cava loopt een soortgelijk parcours : van een productie van 243 miljoen flessen worden er 155 miljoen geëxporteerd (vooral naar Duitsland : 38,4 miljoen flessen). Opmerkelijk is ook het succes van de aperitiefcocktail Spritz, waarin prosecco wordt verwerkt. Zowel prosecco als cava heeft een imago van goedkoop. Hun kwaliteit evolueert gunstig door langere lagertijden op de gistrest : Franciacorta en Cava Gran Reserva komen eraan. Ook de klimaatevolutie speelt zijn rol. Het wordt gemiddeld warmer en zo krijgen de volbloedwijnen uit Zuid-Frankrijk, Spanje en Zuid-Italië meer armslag om fijner te werken : op hoger gelegen wijngaarden, met aangepaste snoeimethodes en met doordachte irrigatie. Het kan leiden tot fijnere en toch nog goedkope wijnen. Het is immers gemakkelijker om een overvloed te verfijnen dan om armoede op te krikken. Maar er zijn grenzen : in Californië, meer bepaald in Nappa Valley, zijn wijnen van 16 tot 17 graden alcohol geen zeldzaamheid meer : de-alcoholiseren en vervolgens bijzuren is dan de boodschap. In Frankrijk (Médoc) begon in de periode 1945 tot '80 de oogst begin oktober. Vanaf 2000 is die datum opgeschoven naar half september : in twintig jaar is de oogst twee weken vervroegd. België mag zich opmaken voor een stormachtige ontwikkeling van de wijnbouw. Ook de Belgische horeca zal zich moeten aanpassen. Het Coravin-systeem (om aangebroken flessen onder gas te bewaren) vereenvoudigt het schenken van 'wijn per glas'. Die mogelijkheid opent mogelijkheden voor de klant : zonder risico kan hij eens iets anders dan bordeaux of bourgogne proberen, maar het maakt hem ook kritischer. Omwille van de gezondheid drinkt men minder maar beter. Ook andere factoren spelen hierin mee : afschrikwekkend hoge prijzen, alcoholcontrole op de weg en bovendien wordt ons restaurantbezoek almaar korter. In de nabije toekomst zal wijn in het restaurant van zijn voetstuk moeten komen : geen luxe en sommeliersmaniertjes meer, maar echte convivialiteit. Zelf een fles meebrengen raakt ingeburgerd, met een stoprecht van 8 tot 10 euro. Door Herwig Van Hove