Het verhaal van Simone Pérèle begint in 1948, in een klein atelier in de Parijse rue de Montyon. Een periode waarin korsetten en beha's nog rigoureus op maat werden gemaakt en waarbij technisch meesterschap van cruciaal belang was. Dochter Catherine Pérèle-Rivière vertelt : "Mijn moeder had voor de oorlog een opleiding als korsettenmaakster gevolgd, en probeerde zoals zovelen na de oorlog een eigen zaak te beginnen. Het stelde in die eerste jaren allemaal weinig voor : ze tekende enkele modellen, stak ze in elkaar met de rigide stoffen die men toen gebruikte, en liep met haar valiesje de lingeriewinkels af. Maar ze had wel visionaire ideeën. Het waren de jaren van de heropbouw waarin vrouwen na de ontberingen van de oorlog opnieuw zin hadden om te flaneren en van hun vrouwelijkheid te genieten. De lingerie van toen beantwoordde helemaal niet aan dat gevoel. De beha was er puur ter ondersteuning : efficiënt en functioneel, punt. Om vrouwen in staat te stellen om met hun lichaam te leven. Mijn moeder wou daar een frivole toets aan geven. Nu lijkt dat evident, maar toen waren haar ideeën revolutionair. Niemand had er ooit bij stilgestaan dat een beha best ook mooi mocht zijn. Zelfs in de jaren '70, toen ik in de zaak stapte, was dat idee nog niet helemaal ingeburgerd." ...

Het verhaal van Simone Pérèle begint in 1948, in een klein atelier in de Parijse rue de Montyon. Een periode waarin korsetten en beha's nog rigoureus op maat werden gemaakt en waarbij technisch meesterschap van cruciaal belang was. Dochter Catherine Pérèle-Rivière vertelt : "Mijn moeder had voor de oorlog een opleiding als korsettenmaakster gevolgd, en probeerde zoals zovelen na de oorlog een eigen zaak te beginnen. Het stelde in die eerste jaren allemaal weinig voor : ze tekende enkele modellen, stak ze in elkaar met de rigide stoffen die men toen gebruikte, en liep met haar valiesje de lingeriewinkels af. Maar ze had wel visionaire ideeën. Het waren de jaren van de heropbouw waarin vrouwen na de ontberingen van de oorlog opnieuw zin hadden om te flaneren en van hun vrouwelijkheid te genieten. De lingerie van toen beantwoordde helemaal niet aan dat gevoel. De beha was er puur ter ondersteuning : efficiënt en functioneel, punt. Om vrouwen in staat te stellen om met hun lichaam te leven. Mijn moeder wou daar een frivole toets aan geven. Nu lijkt dat evident, maar toen waren haar ideeën revolutionair. Niemand had er ooit bij stilgestaan dat een beha best ook mooi mocht zijn. Zelfs in de jaren '70, toen ik in de zaak stapte, was dat idee nog niet helemaal ingeburgerd." Simone Pérèle had veel respect voor vrouwen, ze luisterde naar hun verzuchtingen. "Mijn moeder hoorde de vrouwen klagen dat ze enkel in de softpornosector terechtkonden als ze een aantrekkelijke beha wilden kopen. Ze begreep ook dat vrouwen mooie lingerie wilden, niet om hun partner te behagen maar voor hun eigen genot. Respect voor zichzelf en voor andere vrouwen, het was haar leidmotief. Ik ben ook in die geest opgevoed : met het idee dat ik als vrouw mijn eigen leven in handen moest nemen. Wat helemaal niet wil zeggen dat mijn moeder een feministe was. Dat feminisme was haar veel te arrogant. Je bevrijdt vrouwen niet door hun beha's op de brandstapel te gooien, integendeel."Wie kan de vrouwen beter begrijpen dan een vrouw zelf ? Volgens Catherine Pérèle is het noodzakelijk dat een vrouw de drijvende kracht is achter een lingeriemerk. "Je voelt die branche gewoon beter aan. Als je een goede lingeriecollectie wilt maken, moet je ervan doordrongen zijn. Je hebt daarvoor geen gesofisticeerde marktonderzoeken nodig, je moet wel weten hoe vrouwen denken, wat elegantie en raffinement voor hen betekenen. Als we zien wie Simone Pérèle koopt, klopt het ook volledig. Onze klanten zijn zoals we dachten. In hun manier van bewegen en kleden reflecteren ze helemaal waarvoor we staan."Zelf stapte Catherine in de zaak in 1970 ; in 1985 nam ze samen met haar broer Philippe de touwtjes in handen. "Als kind al was ik gebeten door de sfeer in het atelier. Op vakantiedagen kwam ik er voor mijn plezier beha's tellen. Ik hing er altijd wel ergens rond. Het was het leven van mijn ouders, dus voor een groot stuk ook het mijne. En toch heb ik toen nooit gedacht dat ik mijn moeder zou opvolgen. Ik ging economie studeren, dat lag dus niet echt in de richting. Maar uiteindelijk ben ik toch in het familienest beland. Het werd mijn roeping moeders levenswerk voort te zetten. Instructies heeft ze mij daarbij nooit gegeven. Waarden wel. Dat is veel belangrijker." "We proberen die waarden ook door te geven aan de mensen die bij ons werken. Het zijn geen pionnen, maar mensen die met hart en ziel hun vak beoefenen. Dat is voor mij ook het voordeel van een familiebedrijf : je staat dicht bij je zaak en je werknemers. De betrokkenheid is groter, er zit een ziel in je werk. Wat niet betekent dat we emotionele beslissingen nemen. Ik praat misschien wel met emotie over mijn werk, maar je zou ervan versteld staan hoe pragmatisch we economische beslissingen nemen. Dat moet wel, anders draai je nooit een halve eeuw mee."Tien jaar na nadat ze de fakkel aan haar kinderen had doorgegeven, overleed Simone Pérèle. "Ik denk dat mijn moeder tevreden was over de manier waarop we haar filosofie hebben voortgezet", mijmert Catherine. "We volgen rustig onze weg, traag maar zeker. En we proberen een antwoord te bieden op de sociologische evolutie in de behoeften van de vrouw. We spelen in op de tijdgeest. Dat is nog iets anders dan de mode. Mode is vluchtig, dat zei moeder ook altijd. Vlak op die tijdgeest zat Simone Pérèle bijvoorbeeld met de lancering van het model Pétale in 1971, een uitgepuurde beha die niettemin vrouwelijk en koket was. Het model speelde met het contrast tussen onthullen en verbergen, zonder vulgair te zijn. De grens tussen sensueel en goedkoop is in de lingerie soms flinterdun. Maar blijkbaar waren we erin geslaagd een beha te creëren die de vrouwelijkheid in de verf zette zonder extreem suggestief te zijn. Daar was toen een grote behoefte aan, want het model ontketende een ware revolutie binnen ons bedrijf. Drie jaar geleden hebben we de lijn trouwens opnieuw gelanceerd, onder de naam zen. Opnieuw een schot in de roos, zo blijkt." "Onze grote kracht is paradoxaal genoeg dat we geen opvallend merk zijn. Simone Pérèle wordt meer verkocht dan dat het gekend is. De mensen stappen de lingeriewinkel niet binnen met de vraag naar een Simone Pérèle, maar ze stappen er wel mee buiten. We hebben blijkbaar een natuurlijke aantrekkingskracht. Op de keper beschouwd houden vrouwen nog het meest van merken die spontaan, natuurlijk en low profile zijn. De waaier van producten die we aanbieden is ook bewust breed gehouden, opdat bijna elke vrouw er iets in zou kunnen vinden." "Het is niet altijd evident om onze artisanale bagage en de finesse van het metier tot uiting te brengen in die massale productie. We zijn ten slotte geëvolueerd van een klein familiebedrijf naar Frankrijks populairste lingeriemerk. We verkopen tot ver buiten de landsgrenzen. Bij die groei moet je altijd compromissen sluiten. Maar het is een grove misvatting te denken dat commercieel en populair synoniem zijn met karakterloos. Je hoort de mensen soms spreken over de eenheidsworst van de mondialisering. Ik ben het daar niet mee eens. Ik reis veel voor mijn job, en uit gesprekken met de vele vrouwen die ik tegenkom, merk ik dat ze uiteindelijk allemaal hetzelfde willen, op enkele nuances na. Het verschil met vroeger is dat ze die zaken nu ook kunnen vinden, waar ze ook wonen. Kijk naar Rusland : jarenlang hebben vrouwen daar alleen maar kunnen dromen van mooie lingerie. Vandaag kunnen ze die kopen, en dat doen ze massaal. Wij verkopen dromen. Lingerie draait in grote mate rond het imaginaire. Dat beeld dat iets in werking zet in de hoofden van de mensen. Dat vind ik nog steeds het mooiste aan ons vak." nIne Renson