Gerrit Mertens beschouwt zijn meubelen als basics. Niet minimaal of elementair, wel goed gemaakt en gebruiksvriendelijk. Ontwerpster Valeska Schmidt-Thomsen volgt dezelfde lijn.
...

Gerrit Mertens beschouwt zijn meubelen als basics. Niet minimaal of elementair, wel goed gemaakt en gebruiksvriendelijk. Ontwerpster Valeska Schmidt-Thomsen volgt dezelfde lijn.Moniek Bucquoye / Foto's : Niels Donckers GERRIT MERTENS (33), die zijn sporen hier verdiende in de binnenhuisarchitectuur, trok twee jaar geleden naar Italië met de bedoeling er meubelen te ontwerpen en te produceren. Want ondanks de enkele lessen die hij had getrokken uit zijn beroepservaring, beschouwde hij Italië toch als hét designparadijs bij uitstek. Hierbij zag hij echter over het hoofd dat de snelheid waarmee meubeltrends elkaar opvolgen, dodelijk is voor jonge ontwerpers. De meesten denken dat ze moeten meelopen met de mode, waardoor ze hun eigen visie op het meubel verliezen. Hoewel trendy stromingen elkaar nu iets minder snel opvolgen, is de verleiding groot om op de kar te springen van het minimalisme, eco-design of de nieuwe art deco. Wie niet meteen de kopgroep haalt, breekt meestal zijn nek en blijft nadien onbeduidend bezig. Na enkele maanden al bleek hoe moeilijk het was om zelfs maar uit te maken hoe de designwereld er functioneert : Waar begin je ? Ga je werken op een grote ontwerpstudio of begin je een eigen bureau ? Loop je de fabrikanten af met tekeningen of met prototypes ? Zoek je steun bij grote namen of begin je te telefoneren naar x, y en z ? Gerrit Mertens ontdekte ook dat design voor de Italianen maar een marginaal gegeven is. Voetbal gaat boven ! Hij leerde dat gebruiksgoederen voor Italianen anders zijn en niet dezelfde betekenis hebben als bij ons. Hij zag dat de Italiaanse ontwerpers meer bezig zijn met elegantie dan met functionaliteit. Dat eco-design meer een manier is van communiceren, dan een bezorgdheid om de uitputting van materialen of de vervuiling van het milieu. Kortom, Gerrit leerde er andere schoonheidsnormen kennen, maar uit de tegenslagen putte hij zijn stimulans. Omdat hij de weg naar de productie niet meteen vond, besloot Gerrit zelf een tiental goede prototypes te maken. Uit zijn schets- en ontwerpboeken selecteerde hij die meubelen waarvan hij dacht dat ze enige commerciële betekenis konden hebben, en die zeker niet modisch waren. Met zijn vriendin, modeontwerpster Valeska Schmidt-Thomsen, charterde hij fotograaf Niels Donckers en het model Olive. Samen maakten ze een schitterend boekje over hun werk, dat ze tijdens de jongste meubelbeurs in Milaan presenteerden. Valeska (26) studeerde in juni '94 af aan de modeacademie van Antwerpen en werd laureate van de België heeft talent-wedstrijd georganiseerd door Weekend Knack, Inno en Marie Claire. Overdag werkt Valeska op de ateliers van het Italiaanse Zamasport voor de collecties van Gucci en Romeo Gigli. In haar vrije tijd assisteert ze designer Scott Crolla of werkt ze aan haar eigen collectie. Valeska noch Gerrit houden van modieuze wegwerpfilosofietjes. Beiden houden wel van basics, zodat hun collecties moeiteloos samen konden gefotografeerd worden. Meubel en mode versterken elkaar, zowel in het boekje als tijdens de presentatie in Milaan. Gerrit en Valeska zijn niet echt geobsedeerd door het functionalisme. Maar ze vinden wel dat zowel meubels als kleding in de eerste plaats goed moeten zitten. Voor Gerrit zijn basics geen slappe of goedkope versies van een originele, sterke designlijn, zoals dat vaak gebeurt in de mode. Zijn leidraad voor basics betekent : meubelen ontwerpen die niet dienen om bekeken te worden, maar wel om in te zitten of aan te tafelen. En dat op een comfortabele manier. In een woning geplaatst mag het meubel de ruimte niet opeisen of koketteren. Basics hebben een bescheiden vormgeving zonder decorum, ze zijn gemaakt uit een beperkt aantal kwalitatief goede materialen. Mertens streeft een logische constructie na, waardoor je in een oogopslag kan zien hoe het meubel in elkaar zit. Of zoekt hij naar een eigen stijl ? Neen, want elk ontwerp zoekt automatisch zijn ideale vorm. Gerrit wil geen gevecht aangaan met maten of verhoudingen, met centimeters of ergonomische modellen. Het ontwerp moet intuïtief groeien en automatisch uit de pen vloeien. Intuïtief ontwerpen leerde hij van zijn grootvader-schrijnwerker, en dat vindt hij nog altijd de meest levendige vorm van ontwerpen. Omdat je niet rationeel denkt, bouw je fouten in, of beter afwijkingen, die het ontwerp net goed kunnen maken of karakter geven. Zijn basics dan geen minimale meubelen ? Neen, zegt Mertens. Wat hem niet zint in het minimalisme is het feit dat het zo trendy is, en dat er weinig echt goede creaties zijn. De briljantste ideeën ervan zijn bovendien moeilijk in serie te produceren. Daardoor zijn ze, net als de minimale architectuur, altijd peperduur. Gerrit Mertens wil betaalbare meubelen maken op grote schaal. Unica ziet hij helemaal niet zitten, want dan zou hij een meubelkunstenaar zijn en meubelkunstenaars maken per definitie voorwerpen die geen gebruiksfunctie hebben. Hij maakt geen meubelen voor modieuze jongens, wel voor mensen die eenvoudige vormen en solide kwaliteit appreciëren. Met zijn boekje onder de arm peutert Gerrit nu gemakkelijker een afspraak los. Hij weet ondertussen dat meubelen niet alleen goed gevormd, maar ook goed gemaakt moeten zijn, om te overleven wanneer de actualiteit ervan is weggeëbd. Met elegantie, handigheid of virtuositeit heeft dat weinig te maken. Een meubel moet ook een beetje nieuwsgierig maken, verrassen. Dient het om in te zitten, op te liggen of om op te hangen ? Kan je er wel op zitten ? Is het zo zwaar als het eruitziet ? Hoelang kan je erop zitten zonder rugpijn te krijgen ? Jonge ontwerpers hebben het niet alleen moeilijk om aan de bak te komen omdat ze jong en onervaren zijn, maar ook omdat ze bijna allemaal teruggrijpen naar dezelfde materialen en vormen. Ze ontwerpen in hout, omdat het gemakkelijk te bewerken en te verwerken is. Maar zelfs als die keuze goed opgelost is, blijft nog het probleem van de productietechniek. De meesten kunnen wel tekenen, maar weten niet hoe een paneelzaag werkt of hoe je een verstek zaagt. Om hun prototypes te maken, zijn ze dus aangewezen op ateliers, die uiteraard moeten betaald worden. Derde probleem is de esthetische duurzaamheid. In hun discoursen benadrukken ze wel honderd keer dat ze afwillen van mode en dat ze streven naar tijdloze vormen. Ze willen bovendien gebruiksvoorwerpen op de markt brengen die niet verouderen. Maar die gebruiksvriendelijkheid is vaak even ver te zoeken als in de hoogdagen van Memphis. Ik heb zelden de indruk dat de nieuwe generatie zoekt naar duurzaamheid, wel naar schoonheid. Gerrit claimt duurzame schoonheid voor zijn meubelen. Hopelijk krijgt hij gelijk. Zijn aandacht voor tijdloosheid is verdienstelijk, want meubelen die door hun materiaalkeuze of vorm sneller verouderen dan noodzakelijk, is verspilling, van creativiteit, van grondstoffen, van energie én van arbeid. Gerrit en Valeska maakten een schitterend boekje over hun werk : samen gepresenteerd versterken meubel en mode elkaar.Beide ontwerpers kiezen voor basics : bescheiden van vormgeving en gemaakt uit een beperkt aantal tijdloze materialen.Gerrit is verliefd op hout, wit en grijs. Valeska houdt van grijs, wit en wol.