Borges verbleef er graag, Gaudí verbouwde er de katedraal, Miró vond er inspiratie. De cafés zijn er trendy, de kunstgalerietjes talrijk. Palma is niet wat je denkt. Bezoek aan een mediterrane hoofdstad met stijl. Pol Moyaert
...

Borges verbleef er graag, Gaudí verbouwde er de katedraal, Miró vond er inspiratie. De cafés zijn er trendy, de kunstgalerietjes talrijk. Palma is niet wat je denkt. Bezoek aan een mediterrane hoofdstad met stijl. Pol MoyaertPalma de Mallorca heeft zijn imago niet mee. Aan de ene kant is er het beeld van vrachten chartertoeristen, van het type dat in het vliegtuig zijn regenkapje ophoudt omdat het bij aankomst wel eens zou kunnen regenen en dat terugkeert met een te grote sombrero op een roodverbrande kop. Aan de andere kant zijn er de verhalen over getatoeëerde Britten die op de vuist gaan met Duitse bierbuiken omdat ze mekaar stukjes territorium van het ruige nachtleven betwisten. Toegegeven, dat Palma bestaat. Maar het is geen goede reden om er weg te blijven. Je laat Londen of Parijs ook niet links liggen omdat ze deprimerende voorsteden hebben. Het echte Palma La Ciutat zeggen de Mallorcanen is niet alleen de administratieve maar ook de culturele hoofdstad van de Balearen. Het is een prachtige havenstad, waarin het aangenaam flaneren is langs lommerrijke boulevards als de Passeig des Born en de met bloemenstalletjes omzoomde Via Roma, die men ook hier de Rambla noemt. Of je kan er op ontdekkingstocht gaan in de doolhof van hobbelige Arabische straatjes, kuierend langs cafeetjes, restaurants en galerietjes met moderne kunst. Het hoge en hese gekakel van de winkelende huisvrouwen zorgt voor een extra dosis couleur locale. Let in de oude stad vooral ook op de oude patio's (er zijn er zo'n zeventigtal) : vredige, prachtig geproportioneerde ruimtes, half binnen, half buiten, afgelijnd met marmeren zuilen, geplaveid in eenvoudige geometrische motieven. Ja, Palma is een stad die oneindig veel meer heeft van Barcelona dan van Blankenberge. Begin een eerste kennismaking misschien op de Jardim de sa Fexina, een groot plein met in het midden een monumentale obelisk met vier intrigerende zonnewijzers. De uitleg die erbij hoort, is geschreven in het Mallorquin, een taal zeer verwant aan het Catalaans. Onder het Franco-regime onderdrukt maar vandaag in het straatbeeld steeds prominenter aanwezig. Op de luchthaven wordt je Benvinguts a Mallorca (Welkom in Mallorca) geheten, en steeds meer plaza's heten nu plaça. Het eenvoudige pensionnetje Cuba, met zijn verweerde bruine gevel en hemelsblauwe zonneblinden, maakt meteen duidelijk dat je in deze stad niet alleen oog moet hebben voor de officiële bezienswaardigheden. Naar omhoog kijken is de boodschap : boven banale winkels zie je dikwijls schitterende Jugendstil-gevels en voor ons heel verrassend hier en daar dakterrassen met heuse palmbomen. Wandelend over de Paseo Marítimo, de razend drukke boulevard die langs de zee loopt, zie je in de hoogte de kathedraal liggen, La Seu, heersend over de stad. ?Een vliegtuig van steen?, dichtte Jorge Luis Borges, die hier in 1920 met zijn familie arriveerde, en bijna een jaar bleef hangen ?omdat het eiland zo mooi en zo goedkoop was, en er bijna geen andere toeristen waren dan wij.? Bewonder misschien eerst het spiegelbeeld van de kathedraal in de blinkende waterspiegel van het Parc de la Mar, waar de bar met zijn rieten zetels overdag een trekpleister is voor toeristen en 's avonds voor de plaatselijke yups. La Seu werd gebouwd op de resten van de hoofdmoskee van wat eens de bloeiende Moorse metropool Medina Mayurka was. In 1230, nadat koning Jaume I de stad voor het christendom had heroverd, werd de eerste steen gelegd, maar de constructie zou bijna vier eeuwen in beslag nemen. In het begin van deze eeuw werd het interieur aangepast naar een ontwerp van Antoni Gaudí, wiens Sagrada Familia in Barcelona indruk had gemaakt op de bisschop. Niet dat iedereen ermee opgezet was : voor sommigen heette het modernismo gewoon la época de mal gusto. Als je op het middaguur tussen de veertien ranke zuilen staat, word je overspoeld door een zee van licht. Als contrast struikel je buiten over de kanonnen van de kazerne aan de overkant : leger en kerk, 't is een oude Spaanse alliantie. Aardse genoegens vind je op de Mercat Olivar, de overdekte markt met beneden vis-, groenten- en fruitstalletjes en op de eerste verdieping een redelijk overdonderend aanbod kazen, worsten en hespen, en stalletjes waar je voor een appel en een ei tapas kan eten. Maar de voedingsafdeling in de koele kelder van het warenhuis Corte Ingles doet nog beter : de variatie chorizo's, saucijzen, lomo's en jamon iberico's is hier duizelingwekkend. Let wel op de prijzen : er zijn langgerijpte hammen die je voor een paar sneden vele honderden franken kunnen kosten. De lekkerste ensaimadas, de zoete broden die men op de luchthaven in grote platte dozen naar je hoofd smijt, koop je in de Forn des Teatre, een bakkerijtje met een fotogenieke Jugendstil-façade. Daartegenover, op de Plaça Weyler, staat het Gran Hotel uit 1903, een hoogtepunt van de art nouveau. Het hotel was in het begin van de eeuw populair bij kunstenaars en betere kringen. Vandaag is het, dankzij een investering van een paar honderd miljoen door de bank Caixa, een kunstencentrum waar tentoonstellingen en concerten worden georganiseerd. Beneden is er een goede boekhandel en een trendy café, waar moderne vormgeving en oude architectonische elementen harmonieus gecombineerd werden. Een leuke uitstap en wat minder toeristisch dan het nostalgische en dikwijls overvolle treintje naar Sóller is een ritje van 35 minuten met de trein naar Inca, de tweede grootste stad van het eiland, langs een bijwijlen Toscaans aandoend landschap, met hier en daar een eenzame boerderij geflankeerd door twee of drie cypressen. Inca is vooral bekend om zijn fabriekswinkels waar vakantiegangers lederwaren komen kopen, en om zijn dinsdagochtendmarkt, naar het schijnt een van de beste van het eiland. Maar ook restaurant Celler Ca'n Amer, waar je succulent speenvarken eet, is op zich al de reis waard. Bovendien bots je hier zomaar in een doodgewone straat (de Avenguda del Bisbe Llompart) op een muurschildering van Juan Miró. Nu vind je in Palma wel meer werk van de Catalaanse schilder en beeldhouwer, die zich in 1945 op het eiland vestigde, maar hier, in zo'n straat van niks, op zo'n verweerde muur, verbaast het toch. Tekeningen en schilderijen van de kunstenaar zijn in Palma ook te bezichtigen in de Miró-stichting in de buitenwijk Cala Major. Daar is naast een expositieruimte, een souvenirshop, een boekhandel en een café ook zijn atelier te zien, met de hagelwitte muren en de deuren geschilderd in het voor hem zo typische rood, blauw en geel. Het atelier kan niet bezocht worden, maar je kan wel door de grote ramen naar binnen kijken : sinds zijn dood, nu veertien jaar geleden, heeft men hier niets aangeraakt. Er is op Mallorca geen toeristische rondrit of ze heeft een bezoek aan het 17de-eeuwse kartuizerklooster van Valldemossa op het programma. Hier logeerden in 1838-1839 George Sand en Frederic Chopin in enkele cellen, een sober liefdesnestje dat vandaag als attractie even saai is als het boek Een winter in Mallorca, waarin de excentrieke Sand kankerend verslag doet over haar verblijf. Wie niet per se de piano van Chopin wil aanraken, kan beter eens tot in het benedendorp wandelen, waar voor ieder huis tientallen weelderige planten staan en waar de gevels wedijveren in kleurig- en fleurigheid. Nog een kwartiertje verder ligt Deià, een buitengewoon charmant kunstenaarsdorp, met helemaal op de top het kerkhofje waar Robert Graves begraven ligt. Op zijn grafsteen, een stuk cement met z'n naam ingekrast, ligt altijd wel een verse bloem. Deià is, sinds Richard Branson er in 1984 een finca ombouwde tot hotel La Residencia een hoogtepunt van sobere chic , helaas al lang geen geheim meer, maar de wandelweg naar de cala, een betoverend baaitje, weten toch nog maar weinigen te vinden. Wie een paar stevige stapschoenen heeft en geen greintje hoogtevrees, moet van hieruit verderlopen langs het soms huiveringwekkend smalle klifpad naar Lluc-Alcari, een dorpje van een tiental huizen en één palmboom, waar niets anders te beleven valt dan stilte. Een huis in de typische stijl van Antonio Gaudí. (Grandadam)Het atelier van Miró : onaangeroerd. (Explorer)Het charmante kunstenaarsdorpje Deià. (Grandadam)De haven van Palma en de kathedraal. (Travel Pictures)Valldemossa : vergeet de piano van Chopin.