In Vlaanderen geraakt meubelmaker Jules Wabbes (1919-1974) nu pas echt bekend, ruim een kwarteeuw na zijn dood. Hij heeft wortels in Mechelen maar bouwde zijn carrière uit in het milieu van de Franstalige Brusselaars, die in de jaren vijftig en zestig meer in design geïnteresseerd waren dan tegenwoordig. Bijgevolg vinden we de meeste van zijn creaties en meubels in de hoofdstad, waar Wabbes geleidelijk herontdekt werd door handelaren en verzamelaars van oud design.
...

In Vlaanderen geraakt meubelmaker Jules Wabbes (1919-1974) nu pas echt bekend, ruim een kwarteeuw na zijn dood. Hij heeft wortels in Mechelen maar bouwde zijn carrière uit in het milieu van de Franstalige Brusselaars, die in de jaren vijftig en zestig meer in design geïnteresseerd waren dan tegenwoordig. Bijgevolg vinden we de meeste van zijn creaties en meubels in de hoofdstad, waar Wabbes geleidelijk herontdekt werd door handelaren en verzamelaars van oud design. Hij begon trouwens zelf als antiquair en meubelrestaurateur. Op die manier kreeg hij de stiel van ebenist onder de knie, een vaardigheid die zijn oeuvre enorm heeft verrijkt. Zijn meubels zijn immers prachtig afgewerkt met edele houtsoorten en chroomstaal. Daarom ook mag je Wabbes nog een meubelmaker noemen, hoewel hij na verloop van tijd zijn meubels liet vervaardigen door andere ambachtslui. In de jaren vijftig ontpopte hij zich tot decorateur en ontwerper en in 1957 nam hij deel aan de vermaarde Triënnale van Milaan, een belangrijke beurs voor naoorlogs design. De reden waarom Wabbes lang minder serieus werd genomen heeft stellig te maken met het feit dat hij, als autodidact, in het begin meer meubelmaker was dan designer en ten slotte decorateur werd. Architecten die meubels hebben ontworpen krijgen nu eenmaal meer aandacht van de historici dan de decorateurs, op wie weleens wordt neergekeken. Jules Wabbes bewijst dat dit verkeerd is. Hij was trouwens op zijn manier ook met architectuur bezig: van 1951 tot 1961 werkte hij samen met architect André Jacqmain om een hele reeks kantoorgebouwen te realiseren. Voor zijn job reisde de ontwerper al in de jaren vijftig naar de VS, waar hij onder meer Philip Johnson ontmoette, die zijn meubels zeer waardeerde. Deze reizen resulteerden in de oprichting in 1957 van le Mobilier Universel, een winkel in de Regentschapstraat waar hij naast zijn eigen werk ook meubilair verkocht van onder meer Edward J. Wormley, die een sterke invloed op hem heeft gehad en van wie hij ook meubels in licentie heeft gemaakt. Wabbes is misschien wel de belangrijkste Belgische meubelontwerper van na de oorlog. Hij is in ieder geval de enige die erin geslaagd is een homogene lijn te realiseren van de jaren vijftig tot in de jaren zeventig. Zijn stijl is Amerikaanser dan wij vermoeden, hij putte zeer veel inspiratie uit de stijl van het Amerikaanse kantoormeubilair uit de jaren zestig en zeventig. Wat eens te meer bewijst hoe relatief originaliteit is: ook toen namen ontwerpers gemakkelijk ideeën van elkaar over. Wabbes' Amerikaanse stijl is typisch voor de tijdgeest van de late jaren vijftig en de golden sixties. Nadat hij enkele paviljoenen van Expo '58 had helpen inrichten decoreerde hij dan ook de kantoren van verscheidene Amerikaanse ambassades en multinationals. Voor de eerste keer sinds zijn dood is er nu in Brussel een overzichtstentoonstelling te zien van zijn oeuvre. Een mooie kans om het ietwat miskende oeuvre van deze ontwerper te herontdekken: een revelatie.De tentoonstelling 'Jules Wabbes' loopt van 30 november tot 8 december (van 11 tot 17.30 uur) in de gebouwen van de I.S.E.L.P., Waterloolaan 30a, 1000 Brussel.Piet Swimberghe