Tijd voor de superlatieven. Op een rijtje, door elkaar, oud en nieuw : de markantste, aardigste, verrassendste of felst betwiste cd's van het voorbije jaar.
...

Tijd voor de superlatieven. Op een rijtje, door elkaar, oud en nieuw : de markantste, aardigste, verrassendste of felst betwiste cd's van het voorbije jaar. Fats Navarro & Tadd Dameron, The Complete Blue Note & Capitol Recordings (Blue Note, dubbele cd/Emi) : de sterkste trompettist en de elegantste arrangeur-bandleader uit de bebopjaren op het hoogtepunt van hun kunnen en hun helaas korte carrière. Mal Waldron & Jeanne Lee, After Hours (Owl/Emi) : een handvol songs, een piano, een stem. Meer had dit duo niet nodig om het aangrijpendste album van 1995 te maken. Een klassieker in de maak. Ornette Coleman & Prime Time, Tone Dialing (Verve/Polygram) : het eerste album van de altsaxofonist en zijn multiculti-ensemble PrimeTime in acht jaar. Volgens de enen een onverteerbaar brokje muziek, volgens de anderen het meesterwerk waarop wij wachtten. Volgens mij : middelmatige Coleman met een paar aardige deuntjes en feestelijke nummertjes. Van Coleman kwam ook de merkwaardige ?Chappaqua Suite" uit 1965 eindelijk op cd (Columbia, dubbele cd/Sony Music). Lester Young, The Complete Alladin Recordings (Blue Note, dubbele cd/Emi) : swingende small bands op de grens van de bebop, met de grote dichter van de tenorsax in de onbetwistbare hoofdrol. Zo vaak en ten onrechte verguisd, staan deze opnamen uit de jaren veertig eindelijk samen op twee onmisbare cd's. Paul Bley, Evan Parker & Barre Phillips, Time Will Tell (Ecm/Play It Again Sam) : adembenemend lyrische improvizaties op het scherp van de snee door drie grootmeesters van het intimistische genre. Waardige voortzetting van het historische, vorig jaar ontbonden trio Bley-Giuffre-Swallow. (Ziet u van hen de bij het Belgische filiaal onbekende heruitgave van ?Free Fall" op Columbia : onmiddellijk toeslaan.) Philippe Aerts Trio, Cat Walk (Igloo/Amg) : een petit Belge, maar een groot bassist. Aerts werd ook door de chauvinistische snobards van de Franse pers onder sterren bedolven. Zijn trio met saxofonist en klarinettist John Ruocco en drummer Toni Levin maakte een van de weinige volwassen albums van bij ons : dicht bij de bebop maar heel ver van de schoolse braafheid die daar vandaag helaas schijnt bij te horen. Johnny Griffin, Chicago, Paris, New York (Verve/Polygram) : de moderne jazz van de jaren vijftig, verheven tot tijdloosheid en gespeeld zoals het hoort door een van de figuren die het allemaal mee heeft uitgevonden. De tenorsaxofonist haalt net niet het topniveau van zijn twee vorige albums (?The Cat", ?Passion Dance"), maar geeft nog altijd een aardig lesje aan de jonge professors van de bebop. Joshua Redman, Live At The Village Vanguard (Warner, dubbele cd, Warner Music) : een nogal flauwe ritmesektie, een opgefokt sfeertje en een cd te veel. Maar het publiek loopt storm en de jonge saxofonist is al miljonair èn gesponsord door Dona Karan. Ongetwijfeld het betere werk binnen de revival-trend, maar Redman herhaalt zichzelf al na vier cd's. Quid de komende veertig jaar ? Hank Jones & Charlie Haden, Steal Away (Verve/Polygram) : twee groten van de jazz grijpen terug naar de volkse muziek van hun kinderjaren. Piano en bas, geen noot te veel, geen ons pretentie : een verzameling gospelsongs, spirituals, hymnes en andere folk songs, zonder piëteit, maar met heel veel gevoel, gewoon zo mooi en zo goed mogelijk gespeeld. Bij Jones en Haden is dat heel mooi en wonderlijk goed. John Zorn, Masada (Diw/Dureco) : altsaxofonist, komponist en agent provocateur Zorn zette zijn Masada-serie verder met alweer drie afleveringen. De terugkeer naar een toegankelijkere formule een kombinatie van het Ornette Coleman kwartet anno 1960 en joods-Arabische liedjes zorgt voor veel sfeer en indrukwekkend samenspel. Maar als solist schiet Zorn even te kort om het op de lange afstand helemaal waar te maken. Martial Solal Trio (JMS/Sony Music) : piano-bass-drums-trio hors categorie. De geraffineerde Solal vindt in bassist Marc Johnson en drummer Peter Erskine de perfekte tegenspelers voor zijn spitse, vaak teatrale en ironiserende komposities. Wayne Shorter, Etcetera (Blue Note/Emi) : een van de vele schitterende heruitgaven uit Blue Note's Connoisseurs Series. De tenor van Shorter, een klassiek trio, een verbluffende plaat. En een pijnlijk kontrast met de domme en smakeloze muzak, die dit verdwaalde genie via het Verve-label op de valreep van het jaar op de markt bracht. David S. Ware QuartetCryptology (Homestead/Import) : volgens Sonny Rollins is Ware de saxofonist van morgen. Afgaande op dit hallucinant intense album van zijn kwartet mag hij er ook vandaag al wezen. Dat zijn akoestische hard core-jazz, beïnvloed door de zwarte kerk en spirituals, verschijnt op een in trash en grunge gespecialiseerd label, is geen toeval : dit is pure energie. Ware komt straks naar België, in Brugge en Antwerpen. Saxofonist Tim Berne : de twee volumes van The Paris Concerts van Berne en Bloodcount behoren tot het spannendste van wat er op cd kwam. Hun grillige en brutale muziek gaat tegen alle mode- en cd-trends in. Verfrissend. (jMT/Polygram)