Het publiek heeft het weleens moeilijk met de modekalender, trends en de ins and outs die de bladenwereld schijnt te dicteren. Maar ook voor een modejournalist kan trends observeren een klus zijn waar je een stijve nek aan overhoudt. Alsof je een tennismatch hebt gevolgd.
...

Het publiek heeft het weleens moeilijk met de modekalender, trends en de ins and outs die de bladenwereld schijnt te dicteren. Maar ook voor een modejournalist kan trends observeren een klus zijn waar je een stijve nek aan overhoudt. Alsof je een tennismatch hebt gevolgd. Van modemakers kun je veel verwachten, maar niet dat ze consequent zijn. Wat zou het heerlijk zijn, mochten seizoenen zich aan elkaar breien, mochten roklengten geleidelijk aan verschuiven, en kleuren zachtjes schemeren van licht naar donker. Maar neen, zo werkt het niet. Is het oog het ene seizoen net gewoon geraakt aan minirokken, cleavage en babydolls, dan wordt het zes maanden later gebombardeerd met trends als de kuitlengte, de kuise halslijn en keurig geknipte kleren die de lijn van het vrouwenlichaam niet alleen volgen, maar ook op bijna architecturale wijze mooier maken. Staat de mode deze zomer nog in het teken van meisjesachtige onschuld en speelse (of gespeelde) naïviteit, ondergedompeld in een fel kleurenbad, de winter wordt beheerst door een andere mood. Het meisje wordt dame, frivoliteit wordt ernst. U mag met andere woorden een stijlvolle wintergarderobe verwachten. In gedempte tinten, als zwart, grijs en mauve, met toetsen mosterd en flessengroen. Met veel tailleurs en broeken, in stijf flanel, tweed en camel. Met blikdichte panty's, lange mouwen, details op de rug en hoog aansluitende kragen. Met brede schouders, bolstaande rugpartijen en een zandlopertaille. En met platformschoenen van duizelingwekkende hoogte om het beeld toch een beetje damesachtig te houden, of net platte veterschoenen voor een masculienere look. Cultuurhistorici zijn het er min of meer over eens dat mode de maatschappij weerspiegelt waar ze deel van uitmaakt. Ze wordt onder meer beïnvloed door oorlogen, wetten, religies en ook wel de kunsten. Maar meer nog is mode, als commercieel product, schatplichtig aan de machthebbers. Of ze nu een maatschappelijke tendens volgt, of zich er net tegen af zet, wie (economische) macht heeft, heeft invloed op de mode. Gezien de nieuwe rijken zich vooral in Rusland en het Midden-Oosten bevinden, is het logisch dat de culturele smaken en gewoonten van de mensen die er wonen, moeten behaagd worden. Voor Sletvana uit Rusland is er nog steeds voldoende decadent gerief. Gucci deed zijn uiterste best, met een collectie die ongegeneerd knipoogde naar Oost-Europa. Fendi doopte zijn bont in 24-karaat goud. En Donatella Versace hield het voor haar doen erg keurig, maar haar collectie was er ontegensprekelijk voor zonnebankgebruinde en witgeblondeerde socialites. Deze dames gaan met hun rijke echtgenoten niet alleen winkelen in Moskou, maar ook in het Midden-Oosten. In de nieuwe luxeparadijzen Dubai en Koeweit moet men voortdurend nieuwe designergoederen aanvoeren om shoppers uit het buiten- maar ook binnenland tevreden te houden. Maar Fatima uit Dubai zal allicht iets anders kiezen voor onder haar abaja. Van de rijke dames uit het Midden-Oosten is geweten dat ze dol zijn op westerse mode. Maar ook zedigheid blijft een belangrijk punt. Roklengten tot halfweg de kuit en halslijnen die zelfs de sleutelbeenderen bedekken, we zouden zelfs van een nieuwe preutsheid durven gewagen. Niet dat dit het luxegevoel in de weg moet staan. Hoge neklijnen moéten gedecoreerd worden, de juwelenbusiness staat gouden tijden te wachten. Als de oosterse markt belangrijker wordt, en de Amerikaanse dollar en de Japanse yen zwak staan ten opzichte van de euro, is het logisch dat modehuizen hun neuzen in de richting van de nieuwe geldstroom gaan richten. Van Amerika en Japan hoeven ze het volgende seizoen niet veel te verwachten. Wat uiteraard niet betekent dat ze daarmee moeten inboeten aan creativiteit. Het esthetische orgaan van modeliefhebbers in het Midden-Oosten is al eeuwenlang zeer goed ontwikkeld, het inschattingsvermogen van wat nieuw en fris oogt, niet te onderschatten. Nu hebben we persoonlijk niets tegen de nieuwe wintermode. Integendeel. Stijve stoffen hebben de neiging het lichaam in te pakken in plaats van prijs te geven. Wat betekent dat een vetrolletje op iets meer mededogen kan rekenen. We kunnen het wel vinden met de dames van de winter. Hun persoonlijkheden variëren van de streng ogende bibliothecaresse en de in het zwart gehulde femme fatale, tot de beheerste stedelinge en de androgyne seventies look van Woody Allens Annie Hall. Ze ogen slim, hebben zelfrespect, weten hun vrouwelijkheid op andere manieren te etaleren dan bijvoorbeeld via een goed uitgestalde boezem. Toch doet het beeld van de antipode van Lolita een aantal vragen rijzen. Zou het bijvoorbeeld kunnen dat een dergelijk modebeeld een signaal is van een nieuw conservatisme, misschien zelfs puritanisme ? Geen gekke gedachte, als je weet dat anderhalve maand geleden de Feminatheek van Louis Paul Boon nog uit het Antwerpse Fotomuseum werd geweerd. Nog een bedenking : in Vogue Italia bracht topfotograaf Steven Meisel vorige maand een prachtige modereportage van twintig pagina's. De modellen leken weggelopen uit films als Witness en TheVillage, waren van top tot teen gekleed in stukken van dit zomerseizoen. Legt Meisel met zijn amish chic de vinger op een van de kloppende aders van onze samenleving, namelijk die van het ethisch reveil ? En wat te zeggen van het feit dat kant opnieuw opduikt in kleren ? Is kant niet al jaren het ultieme materiaal dat laat zien wat je niet wil laten zien ? Wie bloot vlees bedekt met een strookje fijn gekloste zijde, of zoals Miuccia Prada deed, in uitvergrote stukken kant die heel erg de onderdrukte sensualiteit van bijvoorbeeld de vroegere Siciliaanse cultuur oproept, wat zegt die dan ? Gedaan met al dat bloot ? Of less flesh, more promise ? Of is het een oproep aan de dames om zich te bevrijden van de ketenen van de lichaamscultuur ? Of is de nieuwe roklengte enkel maar een nieuw bewijs van de stelling what goes up, must come down ? Is het nieuwe modebeeld met andere woorden strenger, of doet het alleen maar alsof ? Zullen we ons volgend seizoen spiegelen aan de suffragettes uit het begin van de twintigste eeuw, of aan de van zichzelf bewuste femme fatale uit de jaren tachtig ? Eender hoe, ook de volgende informatie willen we u nog even meegeven. In 1939 berichtten de modemagazines over een zomermode die meisjesachtig was, argeloos, kleurrijk en naïef. In de winter van 1939 was het meisje opgegroeid tot een volwassen en gesofisticeerde dame. Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Dat de mode zich herhaalt, tot daaraan toe. Hopelijk doet de geschiedenis dat niet. Door Cathérine Ongenae I Foto's Etienne Tordoir