Alleen hij die naar het huis van Santiago gaat of daarvan terugkomt, is een pelgrim", schreef Dante Alighieri in de dertiende eeuw. Santiago de Compostela, in de noordwestelijke uithoek van Spanje, is sinds de middeleeuwen een bedevaartsoord voor pelgrims die er het graf van de apostel Jakobus vereren. En recenter ook het eindpunt van een lange tocht voor volwassenen met levensvragen of jongeren op zoek naar zichzelf. De bekendste weg over land is de Camino Francés, die start aan de Spaans-Franse grens. Maar er zijn ook alternatieven, dwars door Catalonië bijvoorbeeld. De titel van pelgrim komt overigens enkel toe aan de reizigers die de laatste honderd kilometer te voet of de laatste tweehonderd per fiets afleggen. Officieel is dit dus het dagboek van een wannabepelgrim.
...

Alleen hij die naar het huis van Santiago gaat of daarvan terugkomt, is een pelgrim", schreef Dante Alighieri in de dertiende eeuw. Santiago de Compostela, in de noordwestelijke uithoek van Spanje, is sinds de middeleeuwen een bedevaartsoord voor pelgrims die er het graf van de apostel Jakobus vereren. En recenter ook het eindpunt van een lange tocht voor volwassenen met levensvragen of jongeren op zoek naar zichzelf. De bekendste weg over land is de Camino Francés, die start aan de Spaans-Franse grens. Maar er zijn ook alternatieven, dwars door Catalonië bijvoorbeeld. De titel van pelgrim komt overigens enkel toe aan de reizigers die de laatste honderd kilometer te voet of de laatste tweehonderd per fiets afleggen. Officieel is dit dus het dagboek van een wannabepelgrim. Món Sant Benet is het eerste van een lange reeks kloosters, kerken en kappelletjes die we de komende vier dagen zullen bezoeken. De middeleeuwse religieuze site, op zo'n 45 minuten van Barcelona, behoort tot de pelgrimsroute, omdat Sint-Jakobus er gestopt zou zijn. Al is dat zonder goddelijke interventie vrijwel onmogelijk, het klooster werd in de tiende eeuw gebouwd, negen eeuwen nadat apostel Jakob geleefd zou hebben. Wat we wel zeker weten, is dat de geschiedenis en (romaanse, gotische en modernistische) architectuur van het benedictijnenklooster een tussenstop de moeite waard maken. In 2007 is de site volledig gerestaureerd en uitgebreid met een hotel, drie restaurants en een researchcentrum, waar de Alícia Foundation onder leiding van de wereldberoemde chef Ferran Adrià wetenschappelijk en gastronomisch onderzoek verricht. Check-in in de appartementen van Montserrat, gelegen op de Plaça Abat Oliba, ten westen van de basiliek. Vanavond slapen we zoals de pelgrims : in smalle, krakende bedden, maar met zicht op het klooster en het gekartelde gebergte. Het interieur van de appartementen is op zijn minst sober te noemen, en wordt in de brochure passend beschreven als "gemoderniseerde cel". De prijs, 32 euro voor een appartement voor vier, is wel navenant. Bij valavond druppelen de dagjestoeristen en schoolkinderen de heilige berg af, de stilte keert weer over Montserrat. Er is plaats voor 260 gasten in de appartementen, en nog eens 150 in het driesterrenhotel, maar die zijn er in juni nog niet. Het plein voor de basiliek ligt er verlaten bij, en is in het licht van de avondzon wonderbaarlijk mooi. Zelfs de meest ongelovige thomas waant zich er een stap dichter bij de hemel. De ochtendlijke kerkklokken, om het gebed van zes uur aan te kondigen, nemen we er met plezier bij. Vroeg uit de veren voor het ochtendgebed. De monniken, althans. Wij houden het bij een stevige kop koffie en broodje in het restaurant van het hotel. Om negen uur wacht een gids van het museum ons op voor een rondleiding door het Catalaanse bedevaartsoord. Meer dan twee miljoen bezoekers schuiven hier jaarlijks aan voor een blik op de Zwarte Madonna. Het klooster, uit de elfde eeuw, biedt vandaag onderdak aan een tachtigtal monniken, tussen 29 en 92, en de leerlingen van de Escolania, de oudste en meest gerenommeerde scholae cantorum van Europa. Montserrat is hét icoon van het Catalaans nationalisme. Elke rechtgeaarde Catalaan gaat minstens eenmaal per jaar naar Montserrat, om vanaf de berg de streek te aanschouwen waarvoor hij zo gevochten heeft. Napoleon liet in 1811 de abdij verwoesten in de hoop het verzet te breken en dictator Franco verjoeg de monniken tijdens de Spaanse burgeroorlog om Catalonië onder de knie te krijgen. Zonder succes. De wederopbouw, waaraan ook Gaudí als jonge knaap meewerkte, werd pas in de jaren negentig afgerond met de restauratie van de klokkentoren. Net voor de klok van twaalven snellen we naar en door het museum. En dat is jammer. De collectie is een van de mooiste en meest gevarieerde in Catalonië en bevat topstukken van onder anderen Caravaggio, Picasso en Monet. De zalen met objecten uit het oude Egypte en Mesopotamië moeten we overslaan. Er is geen tijd, de koorknapen wachten. Het is dringen in de basiliek. Elke dag om één uur, behalve op zaterdag, treedt het wereldberoemde jongenskoor aan voor de Salvi i Virolai. 's Avonds herhaalt het hele ritueel zich. Het optreden duurt een kwartiertje, er is geen tijd voor bisnummers. Tijd voor het serieuze werk : een wandeling van drie uur door het Montserratgebergte naar het lager gelegen dorpje Collbató. De route maakt sinds 2009 deel uit van de officiële weg naar Compostela en is gemarkeerd met kleine, gele pijlen. De wandeling begint simpel, met een geplaveide weg naar Santa Cova, de grot waar de maagd Maria in de dertiende eeuw verschenen zou zijn. Maar hoe verder we gaan, hoe avontuurlijker het bergpad wordt. Bijna zouden we vergeten te genieten van het adembenemende uitzicht over de vallei, en van de door erosie uitgesneden rotsen die door locals liefkozend De betoverende monniken of Het paard Bernhard worden genoemd. Na drie uur afdalen, en enkele uitschuivers door loszittende steentjes, vlijen we ons gewillig neer in de schaduw van de grotten van Salnitre. Onze Catalaanse gids lacht breed. Hij legt deze weg minstens drie keer per dag af. Lopend. De grotten zorgen voor verkoeling. We lopen door de kathedraalhal naar het hart van de berg, zo'n 25 meter lager. De legende gaat dat de Catalaanse kunstenaar Gaudí hier zijn inspiratie vond voor La Sagrada Familia in Barcelona. Er wordt besloten een kortere weg terug te nemen, al moeten we daarvoor wel plat op de buik tussen twee rotsen kruipen. De wandelschoenen mogen vandaag rusten, want we leggen ongeveer de helft van de weg tussen Igualada en Cervera af op een mountainbike. Maar eerst, een stempel halen in het stadhuis als bewijs van onze deelname aan de camino. Ook al voelt het een beetje als valsspelen. Igualada is een van de eerste Catalaanse steden die investeerde in de pelgrimsroute door boven op de in steen gegraveerde sint-jakobsschelpen ook zichtbare gele pijlen aan te brengen langs de weg. Niet om de wandelaars sneller uit de stad te begeleiden, maar om toeristen aan te trekken die de streek te voet of met de fiets willen verkennen. Het stadje zelf heeft een basiliek, enkele imposante modernistische gebouwen en de oudste, werkende apotheek van Europa, Farmàcia Bausili, geopend in de vijftiende eeuw. Het zou geen pelgrimstocht zijn als we niet eerst langs twee romaanse kerkjes uit de twaalfde eeuw passeerden : Santa Jaume ses Oliveres en Santa Maria del Camí. In Panadella stappen we eindelijk op de mountainbike voor een tocht van twaalf kilometer door de velden. Als je het ons vraagt, de fiets is de beste manier om Centraal-Catalonië te verkennen. Zeker als de uitgestippelde weg grotendeels bergaf blijkt te gaan, waardoor er voldoende tijd over is om op het einde even verkeerd te rijden langs het charmante dorp Sant Pere dels Arquells voor alweer een kerk. Cervera ligt er verlaten bij rond het middaguur. Onze fietsen laten we achter aan de poort van de omwalde stad. Onderweg naar het restaurant voor de lunch passeren we de voormalige universiteit en het zeventiende-eeuwse stadhuis op de Plaça Major. Van daar lopen we het middeleeuwse deel van de stad in, recht op de Santa Maria Kerk, met een achthoekige klokkentoren en glas-in-loodramen, van wie anders dan Sint-Jakobus. Het natuurgebied van Ivars d'Urgell is onze laatste halte van de dag. We gaan er vogels spotten en bootje varen. Het meer werd in de jaren vijftig drooggelegd om er landbouwgrond van te maken, maar is sinds enkele jaren opnieuw een ecologische trekpleister. Lleida, de hoofdstad van la terra ferma, is de laatste Catalaanse stad op weg naar Compostela, en eveneens de laatste halte van onze vierdaagse camino. De 2500 jaar oude universiteitsstad zou door Sint-Jakobus zelf geëvangeliseerd zijn. Elk jaar op 25 juli houden de kinderen van Lleida een lampionnentocht om hem te herdenken. De legende gaat dat er tijdens een nachtelijke wandeling van de Carrer Major naar de Carrer Cavallers een doorn in zijn voet stak die enkel verwijderd kon worden met de hulp van een engel. Of er die nacht echt een engel met een lampion verscheen, laten we in het midden, maar dat Sint-Jakobus in Lleida verbleef om er het woord van God te preken, zou historisch wel kunnen kloppen. We verlaten de oude binnenstad langs een moderne roltrap om Lleida's meest emblematische monument te bezoeken : de oude kathedraal of Seu Vella, gelegen op een heuvel en volgens historici gebouwd in de dertiende eeuw op de restanten van een moskee. Binnen zijn gotische muurschilderingen en een tiental imposante Vlaamse wandtapijten te bewonderen. Maar het is de grandeur van de buitenkant, de terrassen met uitzicht over de stad en de booggewelven in de kloostertuin die echt indruk maken. Een klim van zeventig meter en een ontelbaar aantal trappen in de klokkentoren wordt beloond met een adembenemend panorama. Seu Vella heeft meer tijd opgeslorpt dan gepland, waardoor de nieuwe kathedraal, of Seu Nova, en het nochtans erg indrukwekkende stadhuis uit de dertiende eeuw in een snel tempo worden afgewerkt. Wat we hebben onthouden ? Dat de kelder van de paeria tot in de zeventiende eeuw ook de gevangenis was, dat de nieuwe kathedraal meer dan dertienduizend boeken herbergt en dat meer dan vijftien kerken in vier dagen echt te veel van het goede is. Zelfs voor een wannebepelgrim. De winkelstraten roepen ons. De belangrijkste loopt parallel met de rivier Segre en is enkel toegankelijk voor wandelaars. Wie zijn gading niet vindt in een van de 450 winkels, kan ook terecht in de Zona Alta. Het aanbod bestaat vooral uit de grote, Spaanse ketens (Zara, Mango, Massimo Dutti, Berska) die bij ons ook te vinden zijn, maar de prijzen liggen hier wel een pak lager. Opgelet, in de zomer sluiten de winkels de deuren op zaterdagmiddag. TEKST EN FOTO'S ELLEN DE WOLFVIER DAGEN LANGS DE JAKOBSSCHELPEN DOOR CATALONIË.