Brief van Jackie Dewaele, radiopresentator en dj, aan zijn zonen David en Stephen

Dag Stephen, dag David,
...

Dag Stephen, dag David, Vaderdag - weer zo'n dag speciaal ingericht als geheugensteuntje voor de emotioneel behoeftigen. Maar hé, een dag als een ander om te zeggen dat ik van jullie hou. Al zal je daar wel al enig vermoeden van hebben. Ik kan niet zeggen hoe graag ik jullie zie, want zoiets kan je niet in volumes uitdrukken. Je kan dus ook nooit zonder vallen, liefde kan je onbeperkt blijven geven (zei de wijze oude man ?). Shit ! Ik heb het weer laten gebeuren, mij in die vaderrol laten duwen. Terwijl dat zo weinig belang heeft. Want naast dat vaderschap ben ik vooral graag jullie vriend. Bedankt voor die vriendschap die van mijn simpel bestaan een abondant leven gemaakt heeft. Uw vader vriend, Jackie Dewaele. PS : Denk aan mijn zielsrust, bel elke dag naar uw moeder. Beste Vader, 22 jaar geleden Werd je ziek De dokter zei Dat de kans op overleven gering was En ik Vastgevangen In de onuitgesproken verhouding Tussen een vader en een zoon Wilde je iets zeggen En schreef een lied Een liefdeslied Bij het schrijven Koos ik eerst voor de titel 'Vader' Maar die klonk te afstandelijk Voor wat ik wou uitdrukken Toen ik het woord Papa schreef Voelde ik Hoe ik balanceerde Op het dunne koord Van pathetiek en waarachtigheid Maar het kind in mij Kon niet anders Dan die oerklank te gebruiken 22 jaar later Ik zing het lied nog steeds En jij hebt wonder boven wonder Alles overleefd En wordt nu 90 jaar Het onuitgesprokene Dat de verhouding tussen man en man Zo kenmerkt Is er nog steeds Zoals in deze herinnering Onlangs op papier gezet Voor een boek dat we samen hebben gemaakt Met beelden van jou En woorden van mij Ik was zestien jaar Onderweg naar Zwitserland Ergens op een parkeerplaats In het Zwarte Woud Tussen Titisee en Schluchsee Aten wij samen onze boterhammen Jij en ik En met de mond vol Begon jij voorzichtig Aan het onderwerp Waarover jij nooit sprak Desondanks Hadden wij het levenslicht gezien Bij de eerste zin al Struikelde je over de woorden Man en vrouw En toen ik zei Dat daar op school al over was gesproken Haalde jij opgelucht adem En startte de motor Om de weg te vervolgen Jaren later Op een avond Met Belgisch bier Hoorde ik mijn broer Ditzelfde verhaal vertellen Maar dan tien jaar eerder in de tijd Op dezelfde weg naar Zwitserland Op dezelfde parkeerplaats Tussen dezelfde twee meren Vervolgens Kwam jij de huiskamer binnen Waarna wij onze ontdekking Breeduit Voor het voetlicht brachten Waardoor jij alsnog Het schaamrood op de kaken kreeg En reageerde Met een soort stunteligheid Waarop onze moeder Waarschijnlijk ooit Verliefd was geworden Zo was je Zo ben je En misschien lijk ik Meer op mijn moeder Jouw vrouw Maar Papa Ik hou steeds meer van jou Lieve groeten, Je zoon, Stef Hey lieverd ! Gek zeg. Dit is waarschijnlijk mijn min-tweede vaderdag. Of kom, misschien de min-derde. We gaan daar niet lastig over doen, de tijd dringt niet. Ik weet dat je komt, ergens tussen nu en twee, drie jaar. Je zal geboren worden. Tenminste, dat lijkt me toch praktisch. Ik heb het ook ooit gedaan ; nog nooit spijt van gehad. Jouw buikmama zal om één grote of duizend kleine redenen niet voor je kunnen of willen zorgen. Te jong, te oud, te verslaafd, te gelovig, te illegaal, te onmogelijk. De gynaecoloog haalt er specialisten bij, die samen met je biomama naar een oplossing zullen zoeken, want bij haar blijven zou gewoon lekker logisch en makkelijk zijn. In afwachting mag jij aan het leven wennen bij een leuke familie waar je niets tekortkomt. En een maand of drie later, wanneer alles gezegd en geprobeerd en uitgevlooid is, zal er iemand de telefoon nemen en mij bellen. Midden op een werkdag, misschien wel twee minuten voor mijn radioprogramma begint. Ik laat alles vallen waar ik mee bezig ben. En dan komt het moment waarop we elkaar in de warme schoot van een astronomisch groot toeval tegenkomen : je papa en ik bellen aan bij je pleeggezin. Euforisch en doodsbenauwd. En dan nemen we je mee naar huis. Daar lig je dan, in je gloednieuwe babystoel op de achterbank. Die vanaf dan ook jouw achterbank is. Onze achterbank. Van jou, van mij, en van papa. Ja, dat lees je goed, het is beslist : hij mag de papa zijn. Dat was een cadeautje. Zomaar, onderweg in een auto ergens in Argentinië, met de zon op mijn bol en de uitgestrekte Andes als volstrekt ongeïnteresseerde getuige. "Jij mag de papa zijn." "Meen je dat nu ?" En glunderen dat ie deed. "En jij dan ?" Goh, ja. Paps, pappie, Tom, Tokke, vake, vader, daddy, da T, Mustafa de Zesde, voor mijn part zelfs mama : couldn't care less. Zelfs als je me consequent aanspreekt als "hé jeannette" zal ik je op mijn schouders tillen en zo op de meest heroïsche tocht van mijn bestaan de Prioriteitenberg opklimmen. Radioprogramma's en boeken en reizen en allerlei gekke projecten bij de voet. Collega's, kennissen, vrienden en familie bij de boomgrens. Je grootouders en je ooms en tantes zo'n beetje tussen de wolken. En hélemaal op de top, op het plekje met het mooiste uitzicht en de meeste zon, naast je papa : daar kom jij. Niet omdat dat zo hoort, maar omdat jij me gaat leren Wat Belangrijk Is En Wat Niet. En je hoeft daar niks bijzonders voor te doen. Als ik je maar mag zien rondspetteren in bad, en schaterlachen en boos zijn en met alles spelen behalve met de karrenvracht speelgoed die je hebben zal. Tekenen op de sofa met de dikste en meest onuitwisbare viltstift die er in huis te vinden is. Net als we gehaast zijn vrolijk in je broek doen. Onuitstaanbaar hard een meisje zijn, of een jongen, of een beetje van allebei. Vloeken op je huiswerk. Je hart laten opblazen door je eerste grote liefde. Ik kijk er al naar uit om je wietvoorraad te ontdekken en je te verplichten dat eerste jaar muziekschool waar je mee begonnen bent ook af te maken, en je naar de buren te sturen om je excuses aan te bieden voor het nachtlawaai. Om op lange autoritten geen enkele politieke partij, buitenlandse radiozender of nieuwe film onbesproken te laten. Als je echt aandringt, kan het misschien ook wel 's een keertje over voetbal of ballet gaan. Ik ben daar nogal soepel in. Dus, kleine rossekop of exotische bink of blonde godin : tot over een paar jaar. Je papa en ik zijn er klaar voor. Bring it on. Knuffel, Je Mustafa de ZesdeLiefste Emma en Helena, Kinderen van lang verlangen, zo staat op jullie geboortekaartje van 10 juni 2010 geschreven. Het lange wachten loonde, we kregen tegelijk twee meisjes. Mama bracht jullie eigenwillig ter wereld : vol moed, zonder omzien, bijna als een spring-in-'t-veld. Helena kwam eerst. Kindje toch, je was nog maar net in leven en je werd al geconfronteerd met de kwetsbaarheid ervan. Je snakte smachtend naar adem en woog vederlicht. Het verdict van het artsenteam was streng en onbetwistbaar. Je moest meteen in afzondering, meer bepaald naar de couveuse, de afgesloten kinderafdeling voor voortijdig geboren kindjes. Daar spartelde je, Helena, als een vis in een aquarium, eigenwijs, net zoals dezer dagen. Je liet er bovendien duidelijk je ergernis blijken en dat bracht je de bijnaam op van Dulle Griet. Terwijl rustige Emma bij onvermoeibare mama op de kamer bleef, kwam papa jou dagelijks een aantal keer bevrijden, onder meer om dat lijfje vol draden en die scherpe blik fier als een gieter aan de bezoekers te tonen. Die namen aan de andere kant van het glas kwistig foto's en staken hun duimen de hoogte in. Ik zag ze tegelijk ietwat flauwtjes lachen en de twijfel stond op hun gezicht te lezen : zou hij haar laten vallen ? Vader van een tweeling. Berg je hanengedrag maar op, veeg je vrije tijd onder de mat, smoor je ijdelheid en trek je schort en huiselijk schoeisel aan. Cito presto immers, komt het soms besloten wereldje van verversen, voeden, kleden en moeizaam verplaatsen op je af. Er is geen ontkomen aan, een tweeling heeft minstens vier handen van doen. "Ach," zo fluisterden ervaren vaders me in het oor, "het eerste jaar leef je met zo'n piepklein mensje niet echt mee." Niet zo bij jullie, guitige Emma en pittige Helena. Vaders betrokkenheid was groot, de kinderbeleving intens. Bleef ik daarom, telkens weer, die ene wensdroom herhalen ? Ik zag jullie liever niet groeien, want vond het bevaderen van zulke onbeholpen pukjes pakkend hartverwarmend. Een kijk in het diepste van mijn ziel onthulde nog een andere reden. Volgend jaar stap ik op tram vijf. Zal ik er nog zijn wanneer jullie de wereld bereizen, een partner kiezen en zelf kindjes krijgen ? Ik verslond artikels over volwassenen wier vaders veel te jong het leven lieten. En ik ben sinds kort geïnteresseerd in Rob De Nijs. Gelukkig kon mama me van dat idee-fixe verlossen. Precies op Vaderdag worden jullie twee. Fratsen uithalend zeggen jullie ondertussen doorgaans nee. Soms lachen we ons daarmee een kriek. Andere keren rijzen onze haren te berge. Emma en Helena, jullie mogen gerust een jaartje ouder worden. Opgedragen aan mijn overleden moeder, de familie en vooral 'tatti', Joachim en Caroline die onze kindjes zo vaak verblijden. Eric Van de Casteele is docent aan de Arteveldehogeschool en medewerker van Knack. Liefste Vake, Tachtig. Dat klonk ooit stokoud. Nu zie ik je als een stevige grijsaard, vol flair en uitstraling. Geen greintje veranderd. Even terug, 2010. Het leek jouw annus horribilis. Ernstige gezondheidsproblemen en lange revalidatie. Zorgen, pijn en angst. Voorbij dit alles, je lijkt wel herboren. Je zal me meteen tegenspreken. Het aanvaarden van een vorderende leeftijd wordt nooit jouw sterkste kant. Tja, je bent geen onvermoeibare dertiger, zelfs geen flukse vijftiger meer. Dan hoor ik meteen jouw zelfbeklag, het niet zomaar nemen dat het moeilijker gaat. Maar juist dat klagen wijst op je herstel. Nooit verloor je de spirit van een geëngageerde jongeling, met het immer bruisen van gedachten, het koesteren van idealen. Ze gisten en wijzen niet op de berusting van een ouderling. Hou die gevoelens voor je oude dag ! Op deze Vaderdag doe ik je een bekentenis. Het vroeg me een halve eeuw alvorens ik dit inzag : ik ben voorwaar geen product van de melkboer ( over de brouwer kunnen we discuteren) . Ik erfde zoveel van je, om Stef Bos te parafraseren, ik lijk steeds meer op u. Dit klinkt misschien gemakkelijk, maar voor mij kwam deze vaststelling verrassend. Soms als een shock. Soms als een opluchting. Ik herken me in je vaderschap. Steeds meer. Zo lang vermoedde ik in jou geen al te sterke vader. Eerder een compagnon de route die ik daarbij nog heel graag zag. In mijn herinneringen kwam ik je meer buitenshuis dan thuis tegen. We deelden de Brusselse cafés, de feesten en manifestaties. Je defileerde in boeken en magazines, op TV en je klonk zo eloquent op de radio. Natuurlijk herken ik in mezelf die zoon-vaderspanningen, het zich afzetten en andere wegen verkennen. Ondanks alle bewondering smeulde het vuur om het vooral anders te doen, sterker, meer emotioneel, Vlaamser, socialer, linkser, opener en met meer aandacht voor het eigen gezin. Jij leek de lat waar ik over moest, een grens om mordicus te passeren. Een schaduwbokser, die zo gemakkelijk mijn slagen pareerde. De ouder waarop ik het minst leek te lijken. In al die turbulenties vergat ik dat je steeds het ijkpunt was, het meest cruciale criterium om mijn functioneren te toetsen. Nu voel ik hoe sterk je standhield, standhoudt. Je bent sterker, slimmer, meer open en sociaal. Je ziekte maakte je kwetsbaar. Juist die fragiliteit maakt je mooier. Het legde een zacht patina op al die uitbundige kwaliteiten. Terwijl ik weet hoe je juist die afhankelijkheid vervloekt en wil wegdenken. Na een halve eeuw staak ik de competitie. Niet omwille van het geërfde temperament of de immer woekerende sociale verontwaardiging, onze gedeelde eigenschappen in de politiek. Hierin ben je helemaal geen tegenstander, eerder een kompaan. Maar ik herken mezelf plots in jouw vaderrol. Verrassend, want als vader koos ik bewust voor een andere invulling dan jij. Ik beoogde de rol van een aanspreekbare ouder, een betrouwbare baken voor mijn opgroeiende kinderen. Maar pubers drukken mijn neus pijnlijk op de feiten. Ze ervaren me niet zoals ik dat plande. Mijn streven om hun beste vriend te zijn, lijkt schromelijk mislukt. Wellicht zien ze mij zoals ik ooit jou zag. We sukkelen heel gelijkaardig als ploeterende vader, met een hart vol hoop en liefde, met soms twijfelachtig succes. Hoewel, hoe goed kwam het tussen jou en mij. Dat geeft hoop. Je bent wie je bent. Een spiegel waarin ik mezelf bezig zie, het pijnlijke vallen, het moeilijke opstaan. Daarbij bied je me een encyclopedie vol wijsheid, ervaring en ernst. Steeds geef je kansen om eindeloos in jouw ervaringen te grasduinen. Daarmee schonk je me een onpeilbare diepe rijkdom, een vermogen dat jou nooit te beurt viel. Jouw vader die je veel te vroeg verloor. Oude kameraad, als ik je nu omhels en jouw onwennigheid voel met echte emotie, dan stroom ik helemaal vol liefde en genegenheid. Voor die man die mijn vader is. Fierheid omwille van dit voorrecht. Niet omdat je mijn held bent. Wel omdat ik mag glimlachen met je (onze) kleine ergernissen en in jouw gemor de oorzaken van die familiekwaaltjes ontdek. Te voelen waarin we sterk zijn, onze volharding en veerkracht, inzet en trouw aan doelstellingen. De kracht om altijd opnieuw stroomopwaarts te roeien, op zoek naar de bron. Het gepuf en gevloek dat daarmee gepaard gaat. Je regisseerde mee mijn leven, niet als enige, wel vaak richtinggevend. Een voorman met sterktes en zwaktes, die ik steeds meer leerde kennen en almaar beter kan voorspellen. Waardoor ik ook mezelf en mijn kinderen beter herken en aanvoel. De strijd tussen ons, beste vader, lijkt gestreden. We wonnen elkaar. Mij rest nog een weg met mijn kroost, bochtig en vol putten. Maar in het volle vertrouwen dat we samen - zoals wij - zulke sterke bruggen bouwen, bestand tegen elke Sturm und Drang. Straks zullen we dan heel gewoon van elkaar genieten. Zoals wij, vader en zoon, straks vader en dochters & zoon. Gelukkige Vaderdag ! Kus, Bert SAMENSTELLING ELLEN DE WOLFIK WEET DAT JE KOMT, ERGENS TUSSEN NU EN TWEE, DRIE JAAR ER IS GEEN ONTKOMEN AAN, EEN TWEELING HEEFT MINSTENS VIER HANDEN NODIG