Mortsel, begin jaren tachtig. Je fietst door het dorp. Ik zit in een grote rieten mand, achterop. Alleen mijn hoofd komt erbovenuit. De kasseien maken het een hobbelige rit.
...

Mortsel, begin jaren tachtig. Je fietst door het dorp. Ik zit in een grote rieten mand, achterop. Alleen mijn hoofd komt erbovenuit. De kasseien maken het een hobbelige rit. Ik zet mijn keel open. 'Aaaaaaa.' Ik lach met vibratie in mijn stem, teweeggebracht door de stenen. Het was een dagelijks ritueel. Ik ging nog niet naar school. Ik ging mee naar de markt, mee naar de winkel, mee naar de bomma, altijd over die kasseien. Altijd in die rieten mand. Dat 'overal mee naartoe gaan', nooit zelf moeten beslissen waarheen je fietst, dat mis ik soms. Heel je kinderleventje lang droom je van de dag dat je op eigen benen staat. Van de dag dat je zelf beslist hoeveel snoep er in het winkelwagentje komt te liggen. Allemaal plezant, tot de eerste keer dat je eens goed ziek bent van te veel Haribo-snoepjes. Moeders en dochters, dat kan niet anders dan een paar keer ferm botsen. Je wilt wel graag dat er iemand voor je zorgt, maar een moeder wil dat precies altijd op de momenten dat je 't juist graag alleen doet. En als je écht met vragen zit, lijkt het meestal dat je 't zelf moet ontdekken, een eigen mening moet hebben. Jij gaf nooit echt antwoorden. Jij gaf hints. De appel valt niet ver van de boom. Een moeder herkent zich in haar dochter en is vaak trots. Trots op de eigenschappen die zijn doorgegeven. Een dochter herkent zich af en toe in haar moeder en deinst daarvoor terug. Mijn puberzieltje wilde graag uniek zijn, het allemaal anders doen, en zeker niet lijken op degene die haar altijd stokken in de wielen stak, degene die altijd haar droom doorprikte. De droom van een luilekker leventje, als een prinses. In het echte leven is er afwas. In het echte leven is er pianoles. In het echte leven is er beleefdheid, een vranke mond opzetten is onbeschoft. In het echte leven worden soms harten gebroken, zijn er soms dagen, zwarter dan zwart. Een moeder weet dat allemaal al lang. Een dochter krijgt het stukje bij beetje op haar bord, mee met de spruiten die ze moet opeten. Een moeder aanschouwt het en krijgt de volle lading. Alsof zij de wetten van het leven eigenhandig heeft neergepend. Een moeder is een schokdemper. Jij vertelde me vaak over hoe je zelf groot werd. Over je eerste verliefdheid (de zanger Adamo). Over je eerste gitaar, en de liedjes die je speelde (liedjes van Adamo). Over je eerste theaterrol, je eerste publiek. Over hoe jouw leven plots een onverwachte wending nam : 19 jaar en zwanger. Jij had zelf de ambitie in het theater te gaan, je vader vond economie een betere keuze. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en je bleef naast een kantoorjob jouw ding doen in het theater. Amateurtoneel heet dat dan, maar de passie waarmee je dat deed en doet lijkt die naam te overstijgen. Ik moet nog een kleuter geweest zijn toen ik merkte dat ik daar, in het theater, enorm naar jou opkeek. Ik was trots, herkende mijzelf in jou, in eigenschappen die ik nog niet eens zelf bezat. Ik sta nu zelf op het podium met mijn muziek. Ik verlang ironisch genoeg soms naar een kantoorjob, nine to five. Niet te veel verantwoordelijkheid, weinig risico. De illusie van zekerheid. Cijfers ingeven, elke dag hetzelfde. Lang blijven die gedachten nooit. Iedereen die een moeder heeft, leeft eigenlijk niet echt voor de eerste keer. Moeders leven hun leven, en geven wat ze voelen mee. Ik weet dat je het moeilijk hebt gehad. Jij had nooit geleerd te luisteren naar je eigen plannen. Jij dacht niet veel aan jezelf. Je wist het mij wél te leren. Jouw filosofie in de beroepskeuze van mij en mijn zus was simpel : doe wat je graag doet. De spruiten moesten op en mijn brutaliteit werd bestraft, maar daarnaast was er vooral veel dat wél mocht. Daardoor kan ik nu hoogst beleefd, weldoorvoed en met beide voeten op de grond, volledig mijn goesting doen.