Overal in Spanje kijkt men verlekkerd bij het horen van de naam San Sebastián, of in het Baskisch : Donostia. De stad aan de noordkust van Spanje wordt een eetparadijs genoemd, vooral dankzij de pintxos of Baskische tapas die er overal in rumoerige bars te vinden zijn. Een prachtige stad is het ook. De halvemaanvormige Conchabaai werd al vaker het mooiste stadsstrand van Europa genoemd.
...

Overal in Spanje kijkt men verlekkerd bij het horen van de naam San Sebastián, of in het Baskisch : Donostia. De stad aan de noordkust van Spanje wordt een eetparadijs genoemd, vooral dankzij de pintxos of Baskische tapas die er overal in rumoerige bars te vinden zijn. Een prachtige stad is het ook. De halvemaanvormige Conchabaai werd al vaker het mooiste stadsstrand van Europa genoemd. De titel van Culturele Hoofdstad zal allicht bijdragen aan wat internationale naamsbekendheid. San Sebastián bleef lang een verborgen parel voor toeristen, want zonzeker is deze noordelijke bestemming niet. Maar áls de zon opdaagt, baadt de stad in een gouden schijn en prijs ik mezelf gelukkig dat ik al acht jaar van dit paradijs mag genieten. "Wat moet ik zeker bezoeken? En waar vind ik de beste tapas?" Ik krijg de vraag geregeld van vrienden en familie. Ik besloot daarom mijn tips in een wandeling te gieten: op verkenning door San Sebastián langs tien must sees. Igueldo is de heuvel die San Sebastián ten westen begrenst. Zijn mirador (uitkijkplaats) biedt een adembenemend zicht op de gouden strandbaaien van de stad, gelegen tussen de groene bergen. Je krijgt er zo zin om af te dalen. Je kunt de heuvel te voet op, maar ook met een funicular of kabeltram, ontworpen begin twintigste eeuw voor de Europese adel die er destijds de zomer kwam doorbrengen. Beneden wandel je naar de Windkam of El Peine del Viento, sculpturen die kunstenaar Eduardo Chillida ontwierp. In de enige bar in deze uithoek van de baai, La Branka (Paseo de Eduardo Chillida, 13), vind je onbijt of pintxos. Krachtvoer voor het vervolg van je wandeling. De Pico del Loro of 'papegaaienbek', die het einde vormt van het volgende strand, Ondarreta, biedt een tweede uitkijkpunt. Je kunt er omhoog naar het Palacio de Miramar, gebouwd in 1893 in Engelse stijl als vakantieoord voor de Spaanse koninklijke familie, maar nu publiek en cultureel terrein. Miramar betekent 'zicht op zee', en vanaf de hoge voortuin van het paleis krijg je inderdaad een romantisch uitzicht, ook op het eiland Santa Clara in de baai. Deze majestueuze strandbaai strekt zich uit in de vorm van een schelp vanaf de Igueldoheuvel tot de haven, vandaar de Spaanse naam Concha. Het strand is twee kilometer lang. Op zonnige dagen is het zicht vanaf de hoge strandpromenade subliem, en genieten wandelaars volop van het licht en de ruimte die je in een andere stad niet snel vindt. La Perla is een spa uit de belle-époqueperiode. Het was koningin Isabel II die in 1845 de stad als zomerverblijfplaats uitkoos om er te baden in zee, nadat dokters haar een spatherapie hadden aangeraden. De adel volgde, en later werd dit een elegant spacentrum. Vanuit de baden kijk je door het ronde raam uit op het Conchastrand en de zee. Een zalige manier om te ontspannen als het weer wat minder is. Geniet nadien van het menu in het gelijknamige restaurant (Edificio La Perla, Paseo de La Concha), met een al even spectaculair uitzicht. Op het terras kun je relaxen met een drankje. Aan het einde van de Concha kom je bij het sierlijke stadhuis, gebouwd in 1887 en oorspronkelijk een casino voor de adel. Je wandelt door een charmant parkje met tamarindebomen en een heerlijk ouderwetse draaimolen. Steek langs het water door naar de haven, waar verschillende gereputeerde visrestaurants tegen de Urgullheuvel aanleunen. Wandel rond de Urgull, via de Paseo Nuevo. Het is er vaak erg rustig, met de zee aan je voeten. Let als het waait wel op voor hoge golven, die je behoorlijk nat kunnen maken. Wat ook wel spectaculair is. Volg vanaf de Urgullheuvel de rivier tot aan de eerste brug, de Puente de la Zurriola, en sla rechtsaf naar de Boulevard. Voor je je verliest in de wirwar van straatjes in het oude gedeelte, bezoek eerst de Bretxamarkt. Deze mercado is het kloppende hart van San Sebastián, waar ook grote sterrenchefs als Martín Berasategui en Juan Mari Arzak hun inkopen doen. De liefde van de stadsbewoners voor vers en gezond voedsel is hier enorm voelbaar. Het oude stadsgedeelte is de favoriete plek van heel wat inwoners. Hier wordt volop gegeten en gedronken, vooral in het weekend stromen de charmante straatjes vol. Je kijkt er je ogen uit in de pintxos-bars, waar San Sebastián zo beroemd om is. Hun koude pintxos stallen ze trots uit, terwijl in de keukens achteraan de pintxos calientes bereid worden. Dat zijn gastronomische minigerechtjes, ongelooflijk lekker. Loop door de oudst bewaard gebleven straat, 31 de Agosto, pintxos-plek bij uitstek. Hop van de ene bar naar de andere. Bar-restaurant Gandarias is een topper, met hangende hammen aan het plafond en grappige barmannen (31 de Agosto Kalea, 23). Word je moe, strijk neer op een terras aan de prachtige Plaza de Constitución. Voor avant-garde-pintxos moet je in Bar Zeruko zijn, in het Pescaderíastraatje nabij het plein (Arrandegi Kalea, 10). Daarnaast kom je opnieuw bij de markt uit en vanaf daar kun je via de Boulevard naar de volgende stop. Wijk voor het oversteken van de Zurriolabrug nog even af naar het Victoria Eugeniatheater en het Maria Cristinavijfsterrenhotel (allebei uit 1912), twee prachtige gebouwen die symbool staan voor de belle époque, toen San Sebastián volop bloeide als koninklijke badstad. Sinds de jaren vijftig verwelkomt San Sebastián een ander soort glamour : die van internationale sterren tijdens het Filmfestival in september. Zij verblijven steevast in het Maria Cristinahotel, terwijl ernaast in het Victoria Eugeniatheater de filmevenementen plaatsvinden. In het Victoria Café kun je een drankje genieten op het terras aan de rivier. Wandel het Maria Cristina binnen en waan je een ster in de glamoureuze inkomhal, met imposante kroonluchters. Wandel terug naar de Puente de la Zurriola. Vanaf deze brug met gracieuze lantaarns zie je aan de ene kant de zee, aan de andere kant de bergen. Voor je valt het eigenzinnige Kursaalgebouw op (uit 1999), dat ook een belangrijke rol speelt tijdens het Filmfestival. Erachter ligt het surfersstrand Zurriola, waar je in juli gratis concerten kunt bijwonen tijdens het Internationaal Jazzfestival. Het strand en de wandeling eindigen bij de derde heuvel, Ulía. Het Jazzfestival 2016 vindt plaats van 21 tot 25 juli. Het Filmfestival 2016 loopt van 18 tot 26 september.Tekst en foto's Emmie Declerck