Toen Mercedes zeven jaar geleden met de SLK de coupé-cabriolet lanceerde, waren we daar behoorlijk opgetogen over : je kreeg twee auto's voor de prijs van één en je was verlost van de zwakke punten van een cabrio (rammelend dak, makkelijk toegankelijk voor dieven). Het fenomeen kreeg wat navolging en de Renault Mégane probeert binnen een lengte van 4,35 meter nu zelfs een heuse vierzitter te zijn.
...

Toen Mercedes zeven jaar geleden met de SLK de coupé-cabriolet lanceerde, waren we daar behoorlijk opgetogen over : je kreeg twee auto's voor de prijs van één en je was verlost van de zwakke punten van een cabrio (rammelend dak, makkelijk toegankelijk voor dieven). Het fenomeen kreeg wat navolging en de Renault Mégane probeert binnen een lengte van 4,35 meter nu zelfs een heuse vierzitter te zijn. Omdat cabrio's flink moeten worden verstevigd om eenzelfde rigiditeit te hebben als berlines, én omdat het vaste dak in de koffer moet, drongen zich diverse ingrepen op. De wielbasis werd tien centimeter korter dan bij de berline en de overhang achteraan (het gedeelte achter de wielen) een stuk langer. Het eindresultaat is een auto die veertien centimeter langer is en in coupéversie een zeer grote koffer meekrijgt. In cabrio-outfit blijft daar in het onderste deel een kleine 190 liter van over. Het in- en uitladen wordt dan een ondoenlijke zaak, dat moet vooraf gebeuren. Bovendien zit de rijder 2,5 cm lager dan in de berline, en worden de passagiers achterin niet echt verwend qua knieruimte. Het dakmechanisme wordt in 22 seconden geheel automatisch in stelling gebracht, tenminste voor wie zolang op de knop blijft drukken. Opmerkelijk is wel dat het vaste dak van glas is, waardoor men ook in de coupé ontzettend veel lichtinval heeft. De Coupé-cabrio komt er met drie motoren : een 1.6 benzine, een 1.9 dCi en de tweeliter benzine waarmee we op weg gingen. Op papier krijgt die 134 pk mee en dat lijkt veel, maar in de praktijk valt dat behoorlijk tegen : de Renault met de aparte vormgeving die een kwart ton meer weegt dan de berline, blijkt wat aan de tamme kant en zelfs de manuele zesbak kan daar weinig aan verhelpen. Om de veiligheid bij een koprol te garanderen krijgen de passagiers achterin een rolbeugel mee, die kan extra worden verhoogd (alleen in optie). Voorin loopt het frame van de voorruit zeer ver naar achteren, zodat het uitkijken is bij het instappen. Anderzijds blijkt de structurele stijfheid van de Mégane voldoende en wordt het weggedrag door de metamorfose niet noemenswaardig beïnvloed. De zitjes voorin zijn voorbeelden van goede steun en suggereren een sportieve ondergrond die in het gebruik niet echt tot zijn recht komt, wegens te weinig power. En ook aan de pomp is het niet met- een juichen : de doorsnee gebruiker zit dicht tegen tien liter per honderd kilometer. Daaruit kunnen we alleen besluiten dat de Mégane met zijn dubbele persoonlijkheid vooral gemaakt werd om te cruisen. Pierre DargeDe Mégane coupé-cabrio is een originele Renault met een dubbele persoonlijkheid.