Kamers met ontbijt zijn niet nieuw in de Provence, maar net als bij ons hebben de wat shabby achterkamertjes van de afgestudeerde zoon of dochter ruimte gemaakt voor een wat degelijker aanpak. Miguel en Wendy die vorig jaar zijn neergestreken in de Mas de la Beaume, op wandelafstand van Gordes, behoren tot de nieuwe lichting. De nieuwe eigenaar leerde het restaurateursvak in Roosdael en later in Ternat, terwijl zijn vrouw de zaal bediende. Eigenlijk hadden ze het er best naar hun zin, maar tien jaar geleden wist Miguel al dat hij zuidwaarts wilde. "Velen dromen van een leven in de Provence, stellen de plannen uit tot na hun actieve leven en blijven uiteindelijk thuis. Het zou ons niet overkomen ! De Luberon leek de perfecte uitvalsbasis : je zit er op een uurtje zowel van de kust als van de Mont Ventoux. Toen wij vernamen dat de mas te koop stond en we er langsgingen, wisten we meteen dat de rest een kwestie was van tijd en centen." Het jonge paar verhuisde eind vorig jaar naar Gordes, en nam zijn intrek in het achttiende-eeuwse huis dat een geheel vormt met het terrein waarop de olijfmolen staat.
...

Kamers met ontbijt zijn niet nieuw in de Provence, maar net als bij ons hebben de wat shabby achterkamertjes van de afgestudeerde zoon of dochter ruimte gemaakt voor een wat degelijker aanpak. Miguel en Wendy die vorig jaar zijn neergestreken in de Mas de la Beaume, op wandelafstand van Gordes, behoren tot de nieuwe lichting. De nieuwe eigenaar leerde het restaurateursvak in Roosdael en later in Ternat, terwijl zijn vrouw de zaal bediende. Eigenlijk hadden ze het er best naar hun zin, maar tien jaar geleden wist Miguel al dat hij zuidwaarts wilde. "Velen dromen van een leven in de Provence, stellen de plannen uit tot na hun actieve leven en blijven uiteindelijk thuis. Het zou ons niet overkomen ! De Luberon leek de perfecte uitvalsbasis : je zit er op een uurtje zowel van de kust als van de Mont Ventoux. Toen wij vernamen dat de mas te koop stond en we er langsgingen, wisten we meteen dat de rest een kwestie was van tijd en centen." Het jonge paar verhuisde eind vorig jaar naar Gordes, en nam zijn intrek in het achttiende-eeuwse huis dat een geheel vormt met het terrein waarop de olijfmolen staat. Zelf kiezen we voor ons korte verblijf voor de blauwe kamer die boven de ruime ontbijtzaal gelegen is. De kamer is klein, maar de nonchalant in het blauw gezette muren, de kleine ramen en de prettige sfeer overtuigen elke scepticus. Vanuit het raam kijk ik uit over de Luberon, terwijl een piepklein venstertje in de al even gezellige badkamer met douche uitzicht biedt op het kasteel van Gordes. Op het bed wachten twee kleine beren. De tuin, waar nieuwe lavendel werd geplant, is nog in wording. Aan het eind ervan ligt een klein zwembad en 's ochtends komen er zowel broodjes, croissants als zelfgemaakte confituur op tafel : het Vlaamse stel heeft de weg naar een nieuw leven gevonden en laat de gasten daar mee van profiteren. Een halfuur noordoostwaarts wonen Laurence en Jérôme op een veel groter domein. Het paar werkte een half leven in de horeca en wilde uiteindelijk op eigen benen staan. Vlak bij Saint Saturnin les Apt ontdekten ze acht jaar geleden een heuse bastide die langzaam ten onder ging. "Het was een coup de coeur, herinnert de demi-chefde partie zich, en het was duidelijk dat er werk aan de winkel was." Uiteindelijk kostte het de nieuwe eigenaars twee volle jaren om Bastide le Château, met het nobele huis en de drie hectare grote tuin een nieuw leven in te blazen. En wat voor een leven ! Er werd in de tuin een zwembad gegraven, er werden honderd olijfbomen geplant en de wijngaard onderging een verjongingskuur. Het huis, dat dateert van halverwege de achttiende eeuw en dat na de Franse revolutie als boerderij fungeerde, herrees in geen tijd in al zijn pracht. We doorlopen de met fraai antiek bemeubelde kamers waarvan de inrichting degelijkheid uitstraalt. Zelfs de badkamers zijn groot en erg functioneel. We kiezen voor de kamer op de gelijkvloerse verdieping die over de tuin uitkijkt, en waar het prettig werken is aan een antieke secretaire. Daarna verkennen we de rijen olijfbomen en nestelen ons aan het zwembad om een uurtje te genieten. 's Anderendaags vinden we in de eetzaal, ondergebracht in de voormalige stallen, de andere gasten om van het uitgebreide ontbijtbuffet (helaas zonder vers sinaasappelsap) te genieten. In een monumentale kast staan de producten van het huis uitgestald, van wijnen en olijfolie tot confituren en kruiden. En terwijl we ons te goed doen aan croissants en chocoladekoeken rijdt Jerôme al met de tractor zijn domein op. 's Namiddags houd ik halt bij de Mas des Arnajons in Le-Puy-Sainte-Réparade. Het gebouw oogt wel indrukwekkend maar ik heb het gevoel dat ik ongelegen kom. Is er een sterfgeval in de familie ? Hebben de echtelingen ruzie of hebben zich andere ongemakken voorgedaan ? Bij wijze van welkom vraagt een vrouw me of ik alstublieft mijn auto kan verplaatsen. De art-decokamer die ik gereserveerd heb, blijkt niet beschikbaar want er is iets met het water. Ik kan kiezen tussen L'Atelier de Fanny en de Suite Novie. Ik loop de trap op, passeer een openstaande deur naar de art-decokamer waar een volwassen, opgezette panter op een bureau ligt en verken beide voorgestelde kamers. Uiteindelijk laat ik het atelier maar voor wat het is, wegens te onrustig. Ik hoef geen ouderwetse naaimachine met klaarliggende kleertjes noch een hoedenwinkel, compleet met hoedendozen op mijn kamer. De suite is nauwelijks soberder, de muren zijn met planken beslagen en een onverlaat heeft het hele houtwerk, inclusief alle meubels, in een slordig wit geverfd, zoals dat tegenwoordig de mode is. Aan het voeteinde van mijn bruidsbed hangt een volwassen luchter op borsthoogte, terwijl twee levensgrote houten engelen elkaar boven mijn hoofd proberen te kussen. Overal staan barokke spiegels en kandelaars, stoelen met krullen. Alles in het wit, behalve de overtrekken die beige zijn. Een volwassen bad op pootjes neemt een prominente plaats in. 's Namiddags besluit ik Aix-en-Provence te verkennen waar, zoals bekend, de mooiste vrouwen van Frankrijk wonen, en bestel op het terras van Les deux garçons een steak tartare en ontdek in de toiletten een houten doos met een spleetje. Déposez vos poèmes, textes etc. dans cette boîte, leert een opschrift en opeens weet ik waarom ik soms hartstochtelijk veel van dit chaotische land houd. En de chaos duurt voort. 's Morgens vind ik in de keuken van de Mas des Arnajons wat brood, twee thermoskannen, kaasjes en confituur en een genereus glas fruitsap uit de doos. Als ik afgerekend heb en de deur achter me dichttrek weet ik dat er in de mas van alles te veel is, behalve van gastvrijheid. Het kan alleen maar beter worden. Op naar Lourmarin, waar Peter Mayle onlangs een huis kocht, voor een pittige ochtendkoffie, en dan naar Bonnieux waar ik me een uitstekend diner met een hilarische bediening herinner in Le Fournil. En waar Cathy Hersens sinds vorig jaar even buiten het dorp een B&B runt die er zijn mag : Maison Valvert. Met een steuntje van haar copain Anton, die de Provençaalse mas met de achttiende-eeuwse gewelven ontdekte, heeft de West-Vlaamse Maison Valvert tot een begrip gemaakt. Cathy is namelijk een werker en een uitstekende en onvermoeibare gastvrouw. Geen klus is haar te veel. Het domein is vijftien hectare groot. De tuin van het huis loopt in terrassen naar het dal en de gasten genieten er van een zorgeloze rust. Vanaf de ligstoelen aan het zwembad kijken ze naar de hellingen van Le Petit Luberon en het Fôret des Cèdres waar de everzwijnen in de herfst naar truffels graven. De kamers zijn sober en stijlvol, sommige douches zijn in een soort zandkleurige nis ondergebracht. Maar veel tijd breng ik niet op de kamer door : ik rek het ontbijt buiten extra lang, luier al lezend aan het zwembad of mijmer over de droom van iedere Vlaming : een huisje in het zuiden. 's Avonds strijk ik neer in het zalige salon met de open haard waar duivel-doet-al Claude de oude wijnstokken opstookt, terwijl Cathy mij farigoule leert drinken en de gasten elkaar met hun sterke verhalen overtroeven. 's Morgens wordt er aan de lange tafel ontbeten, of buiten waar de zon in streepjeslicht doorheen het rieten afdakje valt. Kortom, Valvert is een paradijselijke plek waar zowel natuurliefhebbers, romantici als estheten zich thuis voelen. En waar ik ooit het nooit geschreven boekje moet schrijven. Voor ik vertrek, neemt Cathy mij langs achterafweggetjes mee naar Sivergues en slaat in het dorp een hobbelige landweg in die omhoog kruipt. Aan het einde van het pad woont Gianni, die sinds vele jaren een geitenboerderij runt met een vueimprenable. De plek is uitgegroeid tot een lieuderencontre voor al wie graag de gebaande paden ontloopt, en waar koning Albert onlangs gespot werd. Voor het huis staan drie lange houten tafels met houten banken, genre Dagelijks Brood maar dan in openlucht. Tientallen citadins komen hier de vrije lucht inademen en samen genieten van eten en drinken. Na de hapjes, het geitenvlees en de exquise selectie van geitenkazen, schuift Gianni bij. Hij zet een fles digestif uit 'zijn' Sardinië op tafel en terwijl we klinken, zegt hij : " C'est rare, un nomade qui vient du Nord."Ik wil de trip in eenvoud afronden en heb daartoe een afgelegen adres uitgekozen, L'Anastasy, op het Isle de la Barthelasse, een langwerpig eiland in de Rhône, zes kilometer van Avignon. Het is wel even zoeken in de groene oase, want het huis ligt verborgen achter het gebladerte. Het terras ligt er nog wat kaal bij, terwijl ook het kleine zwembad nog in winterstemming verkeert, maar wanneer u dit leest is het al helemaal anders. In de ruime living, waar opvallend veel licht binnenvalt, hangen talrijke schilderijen van de grootvader van de gastheer. De oude Henri Manguin was een fauvist en niet een van de minste. Guillaume Apollinaire zelf schreef in 1910 dat de toen 36-jarige artiest un peintre voluptueux was, en dat is zowel aan zijn landschappen als aan zijn vrouwelijke naakten te zien. De gastvrouw mag dan 69 zijn, ze bruist van enthousiasme, hield ooit de jazzbar Blue Note in Berlijn open en runde vele jaren het beroemde kleine restaurant Le Café des Nattes in Avignon. Toen ze dacht dat ze het wat rustiger aan moest doen, viel die rust haar zwaar tegen. "Ik wil leven om me heen, koken voor anderen", zegt Olga Manguin als we 's avonds met andere gasten in de veranda van haar driegangendiner genieten. "Dus gooide ik de deuren van mijn huis open voor gasten en ik heb het me nog geen moment beklaagd."Het huis was vroeger een kleine boerderij, de kamer waar ik slaap was een bergplaats. Olga kookt niet alleen op aanvraag, ze organiseert ook geregeld kookcursussen waar zelfs Japanse gasten op afkomen. En ze schreef een zeer lezenswaardig boekje, La tarte aux petits riens, over haar leven als kind van Italiaanse immigranten. Als ik 's ochtends afreis naar het kille noorden en een portretje wil maken van de gastvrouw, wijst ze dat aanbod categoriek af. " Laissez-rêver vos lecteurs", zegt ze, waarna ze in lachen uitbarst. Door Pierre Darge / Foto's Ppi