Het is weer een prachtige herfst in New York. Ook op deze novemberzondagmorgen is de zon warm genoeg om geen jas te hoeven dragen bij het fietsen. Blauwe lucht, de bomen schetteren rood en geel. McDonald's op de hoek zit al afgeladen vol, al is het nog maar tien uur. Hele families uitgedost op hun zondagse best, de dames met grote hoeden, de mannen in keurige pakken, andere in Afrikaanse of Indische gewaden, wandelen door de straat naar hun diverse miniatuurkerkjes, weggestopt boven garages en magazijnen in de zijstraatjes. Verschillende van die straatjes geven uit op de baai van New York. Een ervan is Wave Street.
...

Het is weer een prachtige herfst in New York. Ook op deze novemberzondagmorgen is de zon warm genoeg om geen jas te hoeven dragen bij het fietsen. Blauwe lucht, de bomen schetteren rood en geel. McDonald's op de hoek zit al afgeladen vol, al is het nog maar tien uur. Hele families uitgedost op hun zondagse best, de dames met grote hoeden, de mannen in keurige pakken, andere in Afrikaanse of Indische gewaden, wandelen door de straat naar hun diverse miniatuurkerkjes, weggestopt boven garages en magazijnen in de zijstraatjes. Verschillende van die straatjes geven uit op de baai van New York. Een ervan is Wave Street. "Sorry," zegt een agent als ik die straat wil inslaan, "u mag niet door." Er is een geel lint gespannen over de straat tussen de garage aan de linkerkant en de Wave, een danstent aan de andere kant. Wat verder, tussen de trappen van het treinstation en het andere uiteinde van de club, hangt ook zo'n lint. Crime Scene staat erop gedrukt. Ik tel wel tien politieauto's. Mannen in uniform en in burger lopen in en uit de Wave. De twee pitbulls op het autokerkhof naast de garage blaffen zich een ongeluk. "Wat is er gebeurd?" vraag ik aan een agent. "Een schietpartij", antwoordt hij kalm. Ik vraag niet of er doden zijn gevallen. De gele linten en de vele agenten doen het me vermoeden. "Arme Alice", is het eerste wat ik denk. Alice woont hier wat verder in Wave Street. De laatste keer toen ik haar zag, was enkele weken geleden op het voetpad voor haar huisje. Ook toen was de straat afgespannen met gele linten en krioelde het er van de agenten. De buurvrouw van Alice was die nacht vermoord. "En dat ik niets heb gehoord", zei ze verschillende keren hoofdschuddend. De tranen stonden haar in de ogen. "Toen ik hier kwam wonen, was de straat zo veilig en gezellig", zei ze. Alice is een Belgische oorlogsbruid. Ze kwam haar Amerikaanse soldaat tegen in Antwerpen en woont nu al bijna vijftig jaar in onze wijk. De volgende dag staat in de krant dat de schietpartij zaterdagnacht rond halftwee gebeurde. De club draaide op volle toeren. Plots klonken er geweerschoten. Een vijftienjarige jongen was dodelijk getroffen en twee mannen van in de twintig waren gekwetst. Een aparte krantenkop was de moord niet waard. Het incident was begraven tussen nog vijf andere moorden in een artikel getiteld: "Uitzonderlijk bloedig weekend in New York City". Vorig jaar nog haalde New York het internationale nieuws met de spectaculaire daling van het aantal moorden. Zelfs de politie van Alice haar geboortestad was komen kijken hoe hun New Yorkse collega's dat hadden klaargespeeld; 633 moorden in 1998 tegenover 2245 in 1990, daarmee zaten we terug op het niveau van 37 jaar geleden. Iedereen, de politie, de media en het publiek, was er een beetje euforisch van overtuigd dat de trend zich ook dit jaar zou doorzetten. Het heeft niet mogen zijn. Afgelopen 31 oktober waren er al 9 procent meer moorden gepleegd dan vorig jaar op dit tijdstip. De grootste toename was in Manhattan, met een stijging van 28 procent, en Staten Island, waar het aantal moorden met 33 procent steeg. Het gros van de moorden in dat laatste stadsdeel werd gepleegd in de 120th Police Precinct, waar Alice en ik wonen. Arme Alice dus. Ik kan begrijpen dat ze zich zorgen maakt. Je bent bejaard, je hebt de dingen langzamerhand zien aftakelen en je voelt je machteloos. De jaarlijkse statistieken waaruit onveranderlijk blijkt dat blanke, bejaarde vrouwen in Amerika het minst risico lopen om het slachtoffer te worden van een misdaad, zijn geen troost als je weliswaar jonge buurvrouw net de keel is overgesneden of als een kind vlakbij werd doodgeschoten terwijl je lag te slapen. Zelf maak ik me voorlopig nog geen zorgen over de stijging, ook al heeft niemand er een zinnige uitleg voor. Sommigen steken de schuld op de media die de politie zou gedemoraliseerd hebben door hun harde tactieken te bekritiseren. Dat zou verklaren waarom het aantal arrestaties voor illegaal wapenbezit dit jaar met 16 procent daalde. Anderzijds is het aantal overvallen met 10 procent verminderd, verkrachtingen met 17 procent, en het aantal schietpartijen bleef even laag als vorig jaar. Veel mensen zien die laatste cijfers echter over het hoofd. Moorden krijgen nu eenmaal de meeste aandacht. Voor velen is het moordcijfer een barometer voor hun veiligheidsgevoel, hoe klein de kans ook is om vermoord te worden, zelfs in New York. Wat me bij België brengt. Het is nu al een jaar of drie dat landgenoten me regelmatig zeggen dat "de misdaad in België even erg aan het worden is als in New York". Dat is geen troost en bovendien niet waar. Deze week vroeg ik aan een aantal Belgische collega's of ze wisten hoeveel moorden er in 1998 in België waren gepleegd. Enkelen zegden er geen flauw benul van te hebben. De meerderheid gaf me een cijfer dat twee tot vier keer te hoog lag. In België werden er in 1998 158 moorden gepleegd, in New York 633. Toch zijn jullie in België met 2,5 miljoen meer mensen dan wij in New York. Zo onveilig hoeven jullie zich dus niet te voelen.Jacqueline Goossens