In andere delen van Frankrijk worden deze hartige pannenkoeken 'galettes' genoemd. De diepe aardse en licht bittere smaak krijgen ze door het boekweitmeel, dat generaties Bretoense boeren heeft gevoed, voor wie geïmporteerd tarwemeel uit andere regio's van het land een ondenkbare luxe zou geweest zijn. Omdat er geen gluten in zit, is boekweit moeilijker om mee te werken dan tarwebloem, maar het is de moeite om vol te houden, want de pannenkoeken hebben een krokante textuur en een veel interessantere smaak die - in mijn hoofd tenminste - perfect samengaat met kaas.

Voor 20 pannenkoeken

500 g boekweitbloem

2 tl grof zout, 1 ei, losgeklopt

Per pannenkoek

1 el boter, plus extra om te serveren, 1 ei

50 g gemalen kaas 1 snee ham

Meng de bloem en het zout samen in een grote mengkom en meng er geleidelijk met een garde 1 liter water onder tot het deeg de consistentie heeft van lopende room. Meng het ei onder het deeg en laat even rusten, als je tijd hebt een paar uur.

Vet een pan met een zware bodem in met de helft van de boter en zet het op een heet vuur. Giet het deeg in een kan zodat je het straks beter kunt uitschenken.

Giet, wanneer de pan heet is, net genoeg deeg in de pan om de bodem te bedekken en draai de pan rond om een zo dun mogelijke pannenkoek te krijgen. Bak tot de pannenkoek loskomt van de bodem. Draai om met behulp van een spatel en voeg de andere helft van de boter toe in de pan, onder de omgedraaide pannenkoek.

Breek, wanneer de pannenkoek gebakken is, een ei in het midden en spreid het eiwit over de hele pannenkoek uit zodat het sneller stolt. Strooi de geraspte kaas over het eiwit en verdeel ook de ham erover. Plooi alle kanten van de pannenkoek naar het midden zodat enkel de dooier nog zichtbaar is. Bak nog 3 minuten en serveer.