Een weekblad maken vanuit mijn kot, da's wennen. Zelfs voor een ervaren thuiswerker als ik. Eerst was er die nieuwe, opgejaagde versie van mezelf, verslaafd aan breaking updates, die ik moest temmen. Zij zorgde voor meer dan gemiddeld geklu...

Een weekblad maken vanuit mijn kot, da's wennen. Zelfs voor een ervaren thuiswerker als ik. Eerst was er die nieuwe, opgejaagde versie van mezelf, verslaafd aan breaking updates, die ik moest temmen. Zij zorgde voor meer dan gemiddeld geklungel met woorden, buitensporig gevloek op crashende servers en zelfs voor geflirt met potentiële hartverzakkingen. Die dagelijkse oorlogstaal en apocalyptische prognoses, weet u wel? Drie weken later is de rust enigszins teruggekeerd. Man en kind hebben sneller vrede genomen met het nieuwe leven tussen de muren en dicht in de buurt. Hun peace of mind blijkt gelukkig even besmettelijk als het gevreesde virus. 'Ruim negen op de tien volwassenen die tevreden zijn met hun woonomgeving, staan tevreden in het leven', lees ik op pagina 30 van dit blad. Nu we met onze neus op onze kamers, buren en wijk worden gedrukt, vraag ik me af of daar binnenkort ook een score uit zal voortvloeien. Op de sociale cohesie in de buurt, ruimte om je af te zonderen of het zicht uit je raam. Ik heb mezelf er alleszins al regelmatig op betrapt: extreme dankbaarheid voor de plek waar ik nu woon. Maar ook het besef dat voor heel wat mensen thuis zijn verre van een geschenk is.