's Zomers heb je het meeste kans. Maar eigenlijk moet je geluk hebben om Hubert Bonnet in Knokke aan te treffen. De Zwitserse vastgoedondernemer en frequent flyer woont het grootste deel van zijn tijd in een chalet in Verbier. Hij reist vooral voor de kunst, want in zijn private kunstencentrum CAB in Brussel heeft hij een expoprogrammatie van internationaal niveau. "In een verbouwd jarendertigpakhuis organiseer ik sinds 2012 tentoonstellingen rond minimalistische en conceptuele kunst", zegt hij. Maar Bonnet reist ook voor de sport: hij zoekt graag extreme kicks op en is een fervent skiër. "Als ik in Knokke ben, ga ik vaak lopen, fietsen of doe ik triatlon", vertelt hij.
...

's Zomers heb je het meeste kans. Maar eigenlijk moet je geluk hebben om Hubert Bonnet in Knokke aan te treffen. De Zwitserse vastgoedondernemer en frequent flyer woont het grootste deel van zijn tijd in een chalet in Verbier. Hij reist vooral voor de kunst, want in zijn private kunstencentrum CAB in Brussel heeft hij een expoprogrammatie van internationaal niveau. "In een verbouwd jarendertigpakhuis organiseer ik sinds 2012 tentoonstellingen rond minimalistische en conceptuele kunst", zegt hij. Maar Bonnet reist ook voor de sport: hij zoekt graag extreme kicks op en is een fervent skiër. "Als ik in Knokke ben, ga ik vaak lopen, fietsen of doe ik triatlon", vertelt hij. Comfortabel en genereusBonnet kocht zijn Knokse woning tien jaar geleden. De interbellum-kustvilla is cliché Knoks: een moderne cottage in witte gevelcrepi met een rood pannendak. En met enkele light art-decodetails, want zuiver modernistisch mocht je toen niet bouwen in Het Zoute. Binnenin is het verbouwd door de Knokse architect Hans De Keyser. Die maakte er geen afgezaagde opsomming van zandtinten van, wel een blanco canvas voor Bonnets twee grote verzamelingen: hedendaagse kunst en modern design. "Ik koop al 25 jaar designmeubelen. Maar ik behandel ze niet als museumstukken: ik wil ze dagelijks gebruiken", zegt hij. In zijn eetkamer en zithoek zien we inderdaad knappe vintage stukken staan van Pierre Jeanneret, Jules Wabbes, Hans Wegner, Alvar Aalto, George Nelson en Christophe Gevers. "Ik koop objecten in mooie, sprekende materialen. Ze moeten comfortabel, genereus en aangenaam zijn." XL-FrescoOok de kunstcollectie is om duimen en vingers bij af te likken. En die begint al in de tuin. Achteraan ligt een cirkel van witgrijze stenen: een Land Art installatie van Richard Long die Bonnet kocht, toen Long solo exposeerde in zijn Brusselse CAB. Binnen passeren we langs werk van internationale toppers als Kenneth Noland, Joseph Kosuth, Niele Toroni, Josef Albers en Anne Truitt, waarvan momenteel in CAB een groot werk hangt. Maar dé showstopper in zijn huis in Knokke is zonder concurrentie de XL-muurschildering van Sol LeWitt (1928 - 2007) uit 1986. De compositie van driehoeken tegen een dieporanje achtergrond doet de eetkamer visueel ontploffen. "Ik heb dit werk speciaal voor dit huis gekocht. Het was mijn droom om ooit met een Sol LeWitt-fresco te kunnen leven. Het is minimalistisch, geometrisch en architecturaal tegelijk", zegt Bonnet trots. "LeWitt kwam het niet zelf op de muur schilderen, hij was al dood toen ik het werk kocht. Eigenlijk koop je dus geen fresco, maar een certificaat om die muurschildering eenmalig te realiseren", legt Bonnet uit. "Twee van zijn assistenten uit New York kwamen eerst kijken naar het huis om te zien of ze het muurwerk hier wel konden realiseren. In totaal zijn ze drie weken bezig geweest om LeWitts ontwerp op de muur te zetten. Dat het werk om de hoek verder loopt, maakt het extra dynamisch. Het tilt die ruimte helemaal op." Het gekke is: als Hubert Bonnet ooit zijn Knokse huis verkoopt, moet hij dat fresco helemaal overschilderen met witte verf. Het werk moet vernietigd worden, want Bonnet blijft eigenaar van het certificaat om het op een andere plek uit te voeren. Ontvoerd Bonnets familie schreef industriële geschiedenis in België: zijn grootvader aan moeders kant, Eugène Germeau, leidde mee de Forges de Clabecq, de belangrijke Waalse staalproducent die in 1997 de boeken neerlegde. Huberts vader, Pierre, was een tijdlang directeur van de staalfabriek. Toen een strijd losbrak tussen de twee stichtende families van de Forges de Clabecq, werd de zesjarige Hubert in 1975 samen met zijn jongere zusje ontvoerd uit hun ouderlijke villa in Knokke.Hubert startte zijn carrière in de New Yorkse financiële wereld. Daar leerde hij galeriehouders als Christophe Van de Weghe en Simon Lee kennen, die hem de kunstwereld binnenloodsten. "Mijn ouders waren geen verzamelaars", zegt hij. "Ze hadden niks met moderne of hedendaagse kunst."Aan de momenten met zijn ouders in Knokke houdt hij wel goeie herinneringen over. "Het waren zorgeloze zomers, waarin we vooral van de rust genoten. Voor mij is Knokke nog altijd een plek die ik associeer met familie, sport en kunst. Aan het mondaine doe ik niet vaak mee. Maar ik volg natuurlijk wel de programmatie van de goeie kunstgaleries. Het maakt Knokke tot de interessantste badplaats in België."