Meneer, zeggen ze tegen mij. Het heeft iets volgzaams maar ook iets uitdagends. Het is het gemeneer dat je gebruikt tegenover iemand van wie je iets gedaan moet krijgen. Ik bezit namelijk iets dat zij willen hebben, te weten : punten. Cijfers.
...

Meneer, zeggen ze tegen mij. Het heeft iets volgzaams maar ook iets uitdagends. Het is het gemeneer dat je gebruikt tegenover iemand van wie je iets gedaan moet krijgen. Ik bezit namelijk iets dat zij willen hebben, te weten : punten. Cijfers. Met ze bedoel ik mijn studenten. 21 zijn de meesten, laatstejaars in de richting journalistiek. Het voelt raar om voor hen te staan als degene die het Weet, terwijl ik van nature niet vlug het gevoel heb de wijsheid in pacht te hebben. Maar zij overtuigen mij daar wel van, met achteloos rondgestrooide dt-fouten, pijlen die peilen moeten zijn en dooreen gehaspelde betrekkelijke voornaamwoorden. Het paard die daar staat. Het stond daar echt, dat paard. Het was een schimmel en allerminst onzijdig. "Ik ben soms nogal slordig meneer. Soms ben ik te rap content." Hij zegt het met een eerlijkheid die sympathie opwekt. Goed werkje gemaakt, daar niet van. Fijn idee, knappe sfeerschepping maar topzwaar van de slordigheden. Daar sta ik dan, de laatste man in Europa die wakker ligt van correcte spelling en het juiste taalregister. "Je zult er toch nog eens in moeten wieden", hoor ik mezelf preken. "Voor een goede eindredacteur zijn drie dingen van belang : nauwkeurigheid, nauwkeurigheid en nauwkeurigheid." Een flauw lachje kan eraf, voor de rest ligt hij er duidelijk niet wakker van. Niet dat zo'n nonchalante instelling per definitie slecht is. Zelf ben ik van het perfectionistische type, het soort dat geen tekst kan afleveren zonder hem een dozijn keer te hebben nagelezen. Je krijgt daar pijnlijke monnikskapspieren van en slapeloze nachten waarin je wakker wordt gemarineerd in je zweet. Bang dat er toch nog een onvergefelijke kemel is blijven staan. Dan liever schouderophalend. Een van mijn prerogatieven ( wablieftru, meneer ?) is dat ik nu de docentenkamer mag betreden, die geheimzinnige ruimte die ik altijd met gefluisterde gesprekken en verschaalde sigarenrook heb geassocieerd. In werkelijkheid is ze minder spannend. We praten over films en over de studenten. Over hoe ze tegenwoordig zijn en over hoe wij vroeger waren. Geëngageerder, natuurlijk. IJveriger en meer gedreven. Ik heb altijd een instinctieve afkeer gehad van het 'jeugd van tegenwoordig'-discours, van het idee dat vroeger alles beter, mooier, spannender en eleganter was. Verzuchtingen van vergrijzende mannen en vrouwen die de teloorgang van hun eigen jeugd betreuren en die dan maar idealiseren, uit schrik dat anderen nú wel eens die fantastische tijd konden beleven. En toch. Toch betrap ik mezelf er soms op iets te missen bij de jonge garde. Een soort bevlogenheid, een opstandigheid die verder gaat dan het eigen belang. Het vermogen om buiten de bestaande structuren te denken. Het woord rebels is blijkbaar uit de mode, want toen ik het onlangs gebruikte in de aanwezigheid van een jonge vrouw, schamperde die dat dat wel "iets uit mijn tijd" zou zijn. Het lijkt erop dat jongeren pragmatischer geworden zijn. Ze willen de wereld niet veranderen, ze willen slagen voor het examen. "De punten, meneer. Kunt u al iets zeggen over de punten ?" Terwijl ik juist zo hou van romantiek en idealisme, van vechten tegen beter weten in en desnoods met je kop tegen de muur lopen. Van alles te willen weten, al was het maar om het kritisch te kunnen bekijken. Het is natuurlijk maar een liedje. Toch krijg ik elke keer een gevoel van onbehagen als ik die hit van Kaiser Chiefs hoor, die dezer dagen de radio teistert : What did you learn today ? I learned nothing What did you do today ? I did nothing Why didn't you go to school ? I don't know.En dan het refrein : It's coooool to know nothing. Is het cool niets te weten ? Ik geloof het niet. Het maakt je zwak en weerloos. Het maakt je een gewillig slachtoffer van marketeers en politici en andere lieden die zelf wél iets weten - al was het maar hoe ze je moeten manipuleren. Coca-Cola was oorspronkelijk groen. Het is onmogelijk te niezen met je ogen open. De Eiffeltoren krimpt een meter als het vriest. Voor iemand als ik, liefhebber van zelfs de meest nutteloze weetjes, is het onbegrijpelijk het ook maar één seconde cool te vinden niets te weten. Jean-Paul Mulders