Dit jaar heb ik mij op de Boekenbeurs geen kookboek aangeschaft. Het kriebelde, maar ik heb al minstens dertig kookboeken. Toch maak ik meestal gerechten die ik uit het hoofd ken of bel een van de meeneemrestaurants in de buurt, die nummers staan in mijn geheugen gegrift. Te weinig tijd is mijn excuus, maar het interesseert me wel. Met een aan huis gebrachte pizza voor tv gaan liggen en naar De Beste Hobbykok van Vlaanderen kijken, vind ik een aangename culinaire activiteit. Dat maakt van mij een zeer hedendaagse mens. Onze culinaire recensent Pieter van Doveren wijst mij er geregeld op dat er...

Dit jaar heb ik mij op de Boekenbeurs geen kookboek aangeschaft. Het kriebelde, maar ik heb al minstens dertig kookboeken. Toch maak ik meestal gerechten die ik uit het hoofd ken of bel een van de meeneemrestaurants in de buurt, die nummers staan in mijn geheugen gegrift. Te weinig tijd is mijn excuus, maar het interesseert me wel. Met een aan huis gebrachte pizza voor tv gaan liggen en naar De Beste Hobbykok van Vlaanderen kijken, vind ik een aangename culinaire activiteit. Dat maakt van mij een zeer hedendaagse mens. Onze culinaire recensent Pieter van Doveren wijst mij er geregeld op dat er nog nooit zoveel kookboeken verkocht zijn en nog nooit zoveel kookprogramma's uitgezonden, terwijl er zo weinig gekookt wordt. Vroeger leerde je koken van je moeder en toen je het huis uitging, kreeg je Ons kookboek van de Boerinnenbond mee. Nu heb je oneindig veel kookboeken en internetfora, recepten blijken voetnoten te hebben en er bestaan vooral veel concurrerende theorieën. Dat heb ik ondervonden toen ik onlangs voor een ervaren kok, die bij ons op bezoek kwam, wilde koken. Ik dacht het traditioneel te houden : een winterse hutspot, hoe moeilijk kon het zijn ? In de tijd van mijn grootmoeder zullen ook wel verschillende recepten gecirculeerd hebben, want hutspot is toch vooral iets wat je met resten maakt. Maar dat was klein bier naast de uiteenlopende recepten die je op internetfora en blogs vindt voor wat de perfecte hutspot zou moeten zijn. Het leverde meer meningen op dan mijn culinaire brein aankon. Ik zocht in een van mijn kookboeken en vond in De keuken van ons moeder een recept voor wat mij een smakelijke hutspot leek. Nederlandse vrienden op bezoek waren tevreden proefkonijnen. Maar dan kreeg ik het bookazine Kook ze ! Traag in handen : de hutspot van driesterrenchef Geert Van Hecke daarin ziet er adembenemend uit. En vooral : anders. Ik besloot een consensushutspot te maken en moest knopen doorhakken : wel of niet de dag ervoor bereiden om de smaken te laten versmelten of zoals Geert Van Hecke de dag zelf alles klaarmaken om de groenten frisser te houden ? Wel of geen spruiten ? Wat met wortelen ? En moest er nu echt schapenvlees in ? Ik begon de sport ervan in te zien en de would-be hobbykok in mij kwam naar boven. Het voordeel van te werken op een lifestyleredactie is dat je een rechtstreekse lijn hebt met de beste culinaire experts en daar heb ik gretig gebruik van gemaakt. Ik ontwikkelde onderweg nog een theorie over de reden waarom zoveel mannen tijdens het weekend achter het fornuis gaan staan : je kunt over koken nog een grotere boom opzetten dan over de tactiek in voetbal- of wielerwedstrijden. Het zondagse etentje verliep in opperbeste stemming. Was het de hutspot ? Of was het de soep van mijn schoonma, die geen mens lastig gevallen had met haar besognes ? Of was het de appelspeculaastaart die ik in een opwelling en zonder overleg nog tussendoor gebakken had ? Mijn echtgenoot, die na een paar experimenten genoeg hutspot gegeten had voor de komende tien jaar, had het antwoord: het kwam door het gezelschap en de flessen goede wijn. trui.moerkerke@knack.be Trui Moerkerke