Mijn twee zonen zijn binnen de paar maanden na hun afstuderen aan een job geraakt. Dat stemt me gelukkig, zoals het iedere ouder blij zou maken dat zijn kinderen niet in de uitzichtloze langdurige werkloosheid belanden.
...

Mijn twee zonen zijn binnen de paar maanden na hun afstuderen aan een job geraakt. Dat stemt me gelukkig, zoals het iedere ouder blij zou maken dat zijn kinderen niet in de uitzichtloze langdurige werkloosheid belanden. Misschien was het daarom dat een paar weken geleden mijn oog bleef hangen aan een opiniestuk in De Standaard met als titel: Zet een bediende met oorbel en tatoeage achter het loket. Karel Demeyere, communicatiemanager bij de VDAB, klaagde daarin de tunnelvisie van vele werkgevers aan bij de selectie van sollicitanten. Volgens deze meneer Demeyere worden veel vacatures niet opgevuld omdat grote voorraden talent en werkbereidheid niet worden aangeboord. Ondernemers zijn volgens hem te zeer op zoek naar klonen van zichzelf. Als ze profielen uitzetten van toekomstige werknemers denken ze veel te behoudsgezind en nemen ze te weinig risico's. Ze blijven halsstarrig over een grote groep werkwilligen heenkijken, omdat die niet beantwoordt aan hun vastgeroeste verwachtingspatronen. Karel Demeyere aarzelt niet te zeggen dat bijvoorbeeld in de grote getallen vrouwen in de arbeidsreserve in vele gevallen betere krachten zitten dan sommige mannen die wel in dienst genomen worden. De motivatie van vrouwen die kostwinner zijn, is volgens hem evenmin te versmaden. Ook het dynamisme van oudere werknemers, en daarmee bedoelt hij al vanaf 40-plus, wordt volgens hem zwaar onderschat. De angst voor migranten, gehandicapten en langdurig werklozen vormt volgens de VDAB-man eveneens een belemmering bij het opvullen van vacatures. De vooroordelen tegenover deze mensen zijn blijkbaar zo torenhoog dat men met een boog om hen heen blijft lopen, of niet wil investeren in extra opleiding indien nodig. "Selecteer een rare vogel met kuif", schrijft Karel Demeyere ook. Het lijkt een grap, maar het is eerder een provocatie van de bedrijfswereld. Een grote groep jongeren valt uit de boot omdat ze zich qua uiterlijk niet aanpassen aan het kleurloze, gladde imago van de kantoorbediende, verkoper, vertegenwoordiger. Ze worden bij sollicitaties gemarginaliseerd, uitsluitend omwille van uiterlijke kenmerken als tatoeages, piercings, ongewone haarkleur, opvallende kleren, stekelhaar, een kaalgeschoren kop. Trouwens, voor hen is het ook haast onmogelijk zich met het getoonde brave beeld in de meeste personeelsadvertenties te identificeren. Wat ook hun opleiding, kennis en vaardigheden zijn, op een subtiele manier wordt hen duidelijk gemaakt dat men niet op hén zit te wachten. Alleen in de zachte en de creatieve beroepen maken deze "rare vogels" een redelijke kans. Dus blijft er zeer waarschijnlijk heel wat ongebruikt, erger nog, gefrustreerd talent op straat lopen. Door hun eigen vooroordelen en onterechte angsten voor het "vreemde" en het ongewone blijven bedrijven verstoken van het enthousiasme van gemotiveerde medewerkers. Het is een goede zaak dat zo'n meneer van een oerdegelijke instelling als de VDAB een steen in de kikkerpoel gooit. Een paar tienduizenden jobs die moeilijk kunnen worden ingevuld, het is niet niks. En het is ook nogal hypocriet om voortdurend te zeuren over de grote jeugdwerkloosheid, als daadwerkelijk blijkt dat een deel van die jongelui aan de kant gelaten wordt omdat ze niet voldoen aan bepaalde oppervlakkige enuiterlijke fatsoensnormen van een behoudsgezinde, burgerlijke maatschappij, die zich niet eens de moeite getroost om te peilen naar hun kwaliteiten. Eigenlijk kunnen we ons dat niet langer veroorloven. Angst om de bekende paden te verlaten, werkt scleroserend.Tessa Vermeiren