We hadden in dit nummer een interview met ontwerper Jeremy Scott gepland. Eén jaar geleden was hij de nieuwe dit en de geweldige dat. Hij had de formidabele Isabella Blow achter zich, een rijke Engelse dame die van het muze-zijn haar professionele bezigheid heeft gemaakt. Hij had de goedkeuring van de pers: "absolutely fabulous darling". Hij heeft het juiste achtergrondverhaal: geboren op een boerderij in Kansas, opgevoed door zijn grootmoeder die T-shirts voor hem maakte uit plastic zakken, how's that for street credibility. Hij deed de juiste nederige uitspraken: hoeveel hij hield van Cardin en Saint Laurent. En hij heeft de look: gedeeltelijk engel, punk en orthodontisch experiment (hij heeft een stel gouden tanden waarop zijn naam is uitgespeld). Wat ging er verkeerd? Met het interview: misgelopen afspraken, stiltes aan de telefoon en een weigerachtige houding. Zelfs toen we een vriendin van hem vroegen om iets voor ons te schrijven, bleek het moeilijk. Jeremy Scott is namelijk een heuse fashion victim. De actuele versie van het offerlam (omgekeerd lam welteverstaan, in de vorm van een tuniekje of zo).

In de filmwereld is het verschijnsel bon ton. Om het even welke ster zegt het: ze schrijven je omhoog om je nadien van je voetstuk te duwen. Het Julia Roberts-syndroom. Het overkomt voetballer David Beckham, gepromoveerd tot de man die iedereen graag haat. In de muziek is het haast een reflex. Wanneer de Spice Girls algemeen aanvaard zijn, hoor je als rechtgeaard postmodern intellectueel te zeggen dat je All Saints beter vindt. Zelfs in de kunst werkt het: er heerst momenteel een Damien Hirst-backlash. Schapen op formol, oké. Maar trendy restaurants?

Je mag een succes zijn en het spel volgens de regels spelen. Beckham: voetbal-talent, popgirl-vriendin, modieuze garderobe. Maar je mag het niet te goed spelen. Beckham: te veel voetbal-talent (de nieuwe Cantona), te grote popgirl-vriendin ( Posh Spice), te modieuze garderobe (sarong van Jean-Paul Gaultier).

Jeremy Scott maakte voor het winterseizoen een compleet asymmetrische collectie in goudlamé en bont. Er staan hier en daar foto's van in dit blad. Leuk, maar ik was er niet wild van. En ik had zeker niet verwacht dat de man ervoor gekruisigd zou worden. Hij sloot zijn defilé af met een video waarop hij roept: "Vive l'avant-garde". Dat was er te veel aan. Sommige journalisten hadden in de drukte "I am a god" begrepen. Anderen zagen alleen de gouden tanden en dito jurken. De reacties waren vernietigend. Women's Wear Daily schreef een negatief artikel dat eindigde met "Lang leve de pretentie". Men hoort in de mode zichzelf niet tot god uit te roepen, dat zullen anderen wel voor je doen.

Het systeem is dom en meedogenloos, en hoewel ik me er vaak aan geërgerd heb, krijg ik alleen maar meer bewondering voor de consequente discrete houding van Martin Margiela, die zichzelf al tien jaar lang op de achtergrond zet. Of voor nieuwelingen als A.F. Vandevorst en Olivier Theyskens (volgende week in Mode dit is Belgisch), die het spel zo goed begrepen hebben dat ze iedereen een stap voor zijn. De eersten door zich zo goed voor te bereiden dat ze meteen in de beste winkels liggen. De laatste door zijn eerste collectie niet te verkopen, maar wel Madonna aan te kleden. Het erge aan de Scott-controverse is dat het haast niets meer met de kleding te maken heeft, maar alles met sfeer die rond hem werd gecreëerd. Beckham voetbalt nog steeds even goed. Roberts krijgt nog filmrollen. Scott geeft geen interviews meer, is een mogelijke job bij Nina Ricci kwijt en relativeert. "Het is omdat ik met goudlamé heb gewerkt, dat kunnen ze gewoon niet verdragen."

Lene kemps