Ik ben een tijd het land uit geweest. Zuidwaarts. Helemaal zuidwaarts, naar Antarctica. Wat de grote witte wildernis met een mens doet, is haast niet met woorden te beschrijven. Ze is zo overweldigend dat er naast de beelden en de indrukken die ze in je hersens en in je hart schrijft, geen plaats blijft voor iets anders. De dagen op zee zijn lang, maar boeken blijven ongelezen. Hoe koud het ook is, je moet aan dek gaan staan, een verrekijker binnen handbereik. Je kunt je ogen niet afhouden van de pure, koele hardheid. Van het blauw, het zwart, het wit, het landschap van sneeuw, ijs, water en morenen. De grote eindeloze stilte neemt bezit van je, of je het wil of niet. Ze overrompelt alles. Werpt een barrière op tegen nutteloze woorden en gebaren. Het overweldigende niets laadt je op met een ongekende energie, alsof een oude bron wordt aangeboord waarvan je de puurheid niet kon vermoeden. En 's nachts is er het vredige baarmoedergevoel van het schommelende schip. Alles is goed, denk je, 1998 is goed begonnen. Telefoonverbindingen over de satelliet zijn duur, dus de wereld bestaat even niet meer.

Maar al bij het terug aan land gaan in Argentinië wordt de kort verworven vrede wreed verstoord. De blonde engel des doods, de militaire folteraar Astiz, geeft in een tijdschriftinterview, twintig jaar later, voor het eerst toe dat hij verantwoordelijk is voor de verdwijning van duizenden mensen in de Vuile Oorlog, en zegt er meteen bij dat hij er geen greintje spijt over heeft. De woede van de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo in Buenos Aires is die donderdag dieper en feller dan al die jaren dat ze daar wekelijks rond het monument lopen om recht te vragen voor hun verdwenen kinderen en kleinkinderen.

Thuis wachten de kranten om gelezen te worden. Dagelijkse berichten over nog omvangrijker en nog gruwelijker slachtpartijen in Algerije. In de heilige maand van de ramadan vloeide er meer onschuldig bloed dan ooit. Maar eindelijk gaat de deur op een kier.

En dan zijn er de paginalange gruwelverhalen over folteringen en seksueel misbruik die ondertussen volwassen vrouwen in hun jeugd zouden hebben ondergaan. En de felheid waarmee de authenticiteit van deze verhalen wordt bestreden. Zelfs al is slechts een fractie van deze onopgeloste horrorstory's waar, dan nog moet ieder rechtgeaard burger van dit land minder goed slapen omdat na zoveel jaren zo bitter weinig licht geworpen werd op deze duistere zaken. Het is te eenvoudig om iemand als krankzinnig af te schilderen, omdat ze verhalen vertelt die je tot dan toe rekende tot de wereld van de fictie. Er zijn mensen die van veel minder ellende knettergek worden. Natuurlijk zouden we liever geloven dat zo'n dingen niet echt kunnen gebeuren. Maar ze zijn gebeurd in dit land: we kennen de namen van vier meisjes die stierven in de handen van hun beulen, twee werden er bevrijd. Allicht zullen ze later ook als gestoord worden afgeschilderd, door wie de volle draagwijdte van wat ze hebben meegemaakt negeert. Want hoe kan iemand die dit soort folteringen en vernederingen overleeft, ooit nog een normaal leven leiden of een ongecompliceerde relatie aanknopen met een ander mens?

Ik zou iedere man en vrouw in dit land een lange blik op de ongerepte witte wildernis willen gunnen, om de rustgevende beelden 's avonds voor de geest te kunnen halen. Als de nacht komt en mensen tobben over de grondvesten waarop hun leven en hun geluk gebouwd zijn. Als ze gaan twijfelen aan degenen die geacht worden die fundamenten te schragen en te bewaken.

Tessa Vermeiren