Wat las ik onlangs in HP/De Tijd ? Het Nederlandse kabinet fitnesst op vrijdagochtend van halfacht tot halfnegen, onder leiding van een trainer. Jongens en meisjes afzonderlijk weliswaar. Dat is volgens de paarse bewindvoerders goed voor de teambuilding. Ieder op zijn eigen ritme, al naargelang de conditie, fietst of roeit een halfuurtje. En daarna ?spelen? ze in groep. Ze gooien bijvoorbeeld stokken naar elkaar of spelen met elastieken om de spieren te ontspannen, met het oog op de inspannende ministerraad die vlak daarna valt. Samen hijgend onder de douche staan, schijnt ook een band te kweken. Een paar excellenties zijn er op vrijdagochtend niet bij, omdat hun gezinsleven dat niet toestaat. Eén brengt bijvoorbeeld elke ochtend de kinderen naar school. Ze zijn ook niet verlegen om toe te geven dat ze over het algemeen, maar op vrijdagavond zeker, op tijd naar huis gaan. Eén minister miste zelfs een belangrijk kameroverleg omdat zijn dochter jarig was. En geen mens die dat uitzonderlijk vindt. Jo Ritzen, minister van Onderwijs, in HP/De Tijd : ?Dat is echt essentieel. Zorg, kinderen, tijd voor andere dingen, het is allemaal dichter bij huis. Het is heel normaal ook om dat te respecteren.?

Wat een contrast met de ongeschoren verwaaide koppen die hier zeer frequent uit nachtelijke vergaderingen of marathonweekends tevoorschijn komen. Nu is België over het algemeen, en bijzonder de jongste tijd, een beetje een chaotischer en ingewikkelder land dan Nederland, graag toegegeven. Maar het heeft ook met mentaliteit en heersende arbeidsethiek te maken. Misschien is men in de noordelijke polders ook op dat gebied al een eind opgeschoven naar een menselijker opdeling van leven en tijd.

Werken op managementniveau heeft over het algemeen iets van krachtpatserij. Wie de meeste uren klopt, lijkt de beste, en maakt kans op de hoogste waardering, ook materieel. Deze regels zijn van oudsher stilzwijgend bepaald door mannen. Mannen, over het algemeen, die in het gezin geen andere verantwoordelijkheid dragen dan de bankrekening zo overvloedig mogelijk spijzen. Mannen ook die hun hele carrière konden rekenen op het ondersteunende systeem dat in stand gehouden werd door een vrouw die niet werkte, parttime werkte of een onbelangrijk baantje had. Onlangs hoorde ik nog de echtgenote van een Manager van het Jaar te goeder trouw verklaren dat het altijd zo geweest was en dat het volgens haar zo zou blijven. Dat het onmogelijk is voor een man om anders dat soort verantwoordelijkheid te dragen. Vrij van privé-zorgen kan de belangrijke man zich wijden aan bedrijfs- of staatsbelangen. Alsof de andere kant van het leven niet belangrijk is. En alsof er nog steeds geen vrouwen op dat niveau zitten. De ontspannen houding van het Nederlandse kabinet tegenover het gewicht van hun taak is precies daarom zo verfrissend.

Het roert ook aan de andere kant van de oceaan. Vrouwelijke Amerikaanse managers beginnen zich fel te verzetten tegen de slavernij waarin ze beland zijn. Zopas verscheen in Nederlandse vertaling Als werk niet meer werkt van Elizabeth Perle McKenna, die onderzoek deed bij honderden vrouwen op managementniveau naar de graad van voldoening die ze uit hun job halen. Vrouwelijke kaderleden en bedrijfsleiders lijken meer last te hebben van het systeem omdat ze nog perfectionistischer zijn dan mannen. Om zich te bewijzen moeten en willen ze nog beter en nog meer presteren. En de taak blijft voor hen dubbel. Niet verbazingwekkend dus dat precies zij de vraag om vermenselijking van het arbeidssysteem aanwakkeren.

Tessa Vermeiren